4510 |
Amsterdam (1800 - 1850) |
![]() Klik hier voor het frame van de pagina |
In de Jordaan woonden duizenden mensen in goedkope huurkamertjes, kelderwoningen, pakhuizen of goedkope slechtgebouwde huisjes in smalle stegen. Vaak leefden zij van de liefdadigheid. Het drinkwater werd uit de sloten en grachten gehaald, waarin ook de riolen werden geloosd. Het meestal niet zo schone drinkwater was er de oorzaak van dat er veel mensen en vooral ook kinderen stierven aan een besmettelijke ziekte, zoals Tuberculose, Cholera, Pokken, Tyfus of Dyfterie. De meest smerige grachten werden weliswaar gedempt, maar dat was niet voldoende. Dat bleek wel in 1848, toen er opnieuw een cholera-epidemie uitbrak, waaraan meer dan 1100 Amsterdammers stierven. |
![]() |
|
Links: Nieuwezijds Voorburgwal |
In 1816 voer de eerste stoomboot de haven van Amsterdam binnen. In 1839 werd de spoorlijn Amsterdam - Haarlem aangelegd. Op de grens van Amsterdam en Sloten, bij de herberg "D'Eenhonderd Roe", werd het eerste spoorwegstation gebouwd. In 1840 werd de spoorlijn doorgetrokken tot bij de Willemspoort, waar in 1843 het station Willemspoort werd geopend. Aan de andere kant van de stad werd station Weesperpoort, gebouwd, aan het eindpunt van de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. In hun schaarse vrije tijd vonden de Amsterdammers 's zomers vertier op de kaatsbanen in de stadsherbergen of in de uitspanningen en theetuinen even buiten de stad. 's Winters was schaatsen een zeer geliefd volksvermaak ( |
![]() |
Tot omstreeks 1860 was er in de straten van Amsterdam nauwelijks nog verkeer. Het verkeer bestond alleen uit voetgangers, paardenkoetsen (vigilantes), handkarren en sleperswagens. Tegen donker kwamen de lantaarnopstekers met hun lange stokken de gaslantaarns aansteken. |
Uitgaansleven Op het Leidseplein stond sinds 1773 de van hout opgetrokken Stadsschouwburg. In de Nes was Frascati al in de eerste helft van de 19e eeuw een geliefd ontmoetingspunt voor mensen uit de betere kringen. Aan het eind van de 19e eeuw groeide de Nes uit tot een geliefd uitgaanscentrum met café-concerts, café-chantants, tingeltangels, jeneverkroegen en danshuizen. In het begin van 19e eeuw bezat Amsterdam één concertzaal: Felix Meritis aan de Keizersgracht. In 1848 werd Het Park, een ontspanningsgelegenheid voor het gegoede publiek, dat later werd uitgebreid tot een flinke concertzaal (Parkzaal). Buiten de stad lag de Botermarkt, een rustig plein, waar de kippen die de bewoners hielden, 's zomers de hele dag ongestoord konden rondscharrelen, zonder hun leven al te zeer in de waagschaal te stellen. Aan de Botermarkt grensde nog een pleintje: de Kaasmarkt. Op de Botermarkt stond een Waaggebouw. |
![]() |
Gemaakt: 08-05-04; Laatst gewijzigd: 29-09-04 |