4481 |
Uitspanningen en theetuinen |
![]() |
![]() |
![]() |
Boven: Het Tolhuis achter het Centraal Station bij avond, geschilderd door Nicolaas van der Waay. De Amsterdammers die er 's zondags of in hun vrije tijd even tussenuit wilden, maakten een wandeling langs de slingerende Buitensingel met zijn vele bolwerken of bastions. In de buurt daarvan waren veel pleziertuinen, muziektuinen, uitspanningen en herbergen waar het aangenaam toeven was. Er waren ook veel overdekte kolfbanen. Sommige kolfbanen groeiden uit tot theetuinen. In de buurt van de Buitensingel waren veel pleziertuinen, uitspanningen en herbergen waar het aangenaam toeven was. Maar er waren ook sociėteitstuinen, muziektuinen en een zomertheater te vinden. Zo lagen er rondom de stad tientallen gelegenheden waar de burgerij zich op zon- en feestdagen kon vermaken. Daaronder waren natuurlijk ook heel wat doodgewone kroegjes te vinden. Wie goedkoop uit wilde zijn, reed naar Diemen. Daar was nog tot ver in onze eeuw de uitspanning-annex café van Vervetjes met een grote speeltuin. |
De echte Amsterdamse theetuinen waren Frankendael en Rosenburgh in de Watergraafsmeer, oorspronkelijk deftige buitenplaatsen met grote tuinen die waren aangelegd naar het model van de Fransman Le Nôtre. Daarheen trokken de beter gesitueerden en dan vanzelfsprekend per rijtuig. Want naar de Meer te lopen vonden de meeste Amsterdammers te ver. Wanneer zo'n gezelschap, samen met de uitgenodigde kinderen, te talrijk was, dan kwamen er een grote door twee paarden getrokken tentwagen met vier of meer dwarse banken aan te pas.
William Glackens (1870-1938), onder de bomen in Jardin de Luxembourg (Parijs) |
![]() |
De dienstmeisjes moesten dan in de zogenaamde "kattebak", een achter op de wagen gebouwde bank, plaatsnemen. Vaak werden er eetwaren meegenomen, omdat er in sommige tuinen alleen koffie en thee of verse melk van eigen koeien in grote kannen werd geserveerd. Dit was echter niet overal 't geval. Soms moest de waard 't juist hebben van de verteringen. Zij stonden het daarom niet toe dat er meegebrachte dranken en etenswaren werden gegeten op zijn terrein. Niet iedereen hield zich echter daar aan. "Gewoonlijk ging men reeds 's morgens naar de tuin, beladen met hengselmand en karbiezen, gevuld met belegde broodjes, de vorige dag gebakken pannenkoeken, koekjes, zuurtjes en andere lekkernijen en een flesje anisette of ander zoet slokje. Omdat men zeer goed wist dat de exploitant er niet op gesteld is dat proviand wordt medegebracht, wordt deze gemaskeerd door over de karbiezen regenmantels en omslagdoeken te hangen. (J. van Eck: "De Amsterdamsche Schans en de Buitensingel") |
![]() |
Boven: Theedrinken in Boschhek, schilderij van J.E.H. Akkeringa (1861 - 1942) |
Eén van die theetuinen was "De Roomtuintjes", buiten de Muiderpoort. Oorspronkelijk was dit een herberg. Wie vroeger na de poortsluiting voor de stad kwam en dus buitengesloten was, kon overnachten in de nabijgelegen herberg. In de 19e eeuw werd de "Roomtuin" een vooral op zondagen druk bezochte uitspanning, waar men room, roomwaren en andere verversingen kon kopen en gebruiken. Ook voor de kinderen was de Roomtuin een droomtuin. Zij vermaakten er zich met wip, schommel, vlieger, paard- en ezeltje rijden. In 1881 werd de helft van de tuin verkocht voor woningen in de Von Zesenstraat. Een jaar later werd de rest van de tot het laatst toe populaire uitspanning eigendom van de gemeente om te worden opgeofferd aan de verbreding van de Mauritskade. |
Aan het begin van de Zeeburgerdijk stond ± 1900 nog de alom bekende uitspanning Het Vosje. Deze beroemde herberg en uitspanning was eens de plaats, waar reizigers, die de stadspoorten gesloten vonden, konden overnachten. Vooral varkenshandelaren waren daar kind aan huis. Zij waren dan nog vóór het openen van de poorten in de gelegenheid om de bij Zeeburg aangevoerde varkens in ontvangst te nemen en langs de Zeeburgerdijk en Buitensingelweg naar de Muiderpoort te drijven. Later werd herberg 't Vosje meer een café, dat door de bewoners van de nabij gelegen Dapperbuurt werd bezocht en waar de schutters na afloop van de schietoefeningen op de schietbaan achter de herberg, aanliepen om iets te gebruiken. In de zomermaanden was herberg 't Vosje een druk bezochte pleziertuin. In 1901 werd de herberg gesloten. | ![]() |
Een eind verder, waar de naam veranderde in Diemerzeedijk lag de al in 1675 gebouwde herberg Zeeburg. Het was gebouwd op de restanten van de gesloopte verdedigingsschans met dezelfde naam. Langs de dijk waren stallen, waarin de kastelein het vee onderbracht dat voor de Amsterdamse veemarkt aan de Veelaan uit de provincie werd aangevoerd. Dat was voor hem een goed zaakje, want de mest en de melk gedurende het logies gewonnen, had hij voor niets. Vooral de mest scheen nogal veel op te leveren, hij voorzag vele tuinders daarvan en werd door hen de "mestboer van Zeeburg" genoemd. Op Zeeburg werd ook veel Zuiderzeevis gelost, die van daar door vis- of botboeren onder het roepen van "bot, bot, bot..." in hun kruiwagens naar de stad werden gereden en op straat werd uitgevent. Toen het Abattoir gereedkwam (in 1887), was het met het huis "Zeeburg" ongeveer gedaan. De resten van de oude herberg Zeeburg zijn in de later gebouwde Quarantaine Inrichting opgenomen.
Laatst bijgewerkt: 16-12-02 |