4583 |
Cafés, café-chantants, tingeltangels en jeneverkroegen |
![]() |
Aan het eind van de 19e eeuw groeide de Nes uit tot een geliefd uitgaanscentrum met café-concerts, café-chantants, tingeltangels, jeneverkroegen en danshuizen. Daar was heel wat vertier. Vaak was er levende muziek. Ook een harmonicaspeler was er al gauw. Als het zware en donkere gordijn voor de deur werd opengeschoven door een in- of uitgaande gast, stroomde iedere keer de wat dreinerige muziek naar buiten gelijk met de walm van tabaksrook en bierlucht. | ![]() |
![]() |
Aan het eind van de 19e eeuw kwamen er in de Nes steeds meer cafés waar artiesten optraden. De drankomzet kwam echter op de eerste plaats.
De gevels van deze cafés-chantants of tingeltangels waren zwart en goudkleurig getint. De gasvlammen in de melkwitte ballons aan weerszijden van de ingang verspreidden een gelig licht. Op reusachtige bontgekleurde aanplakbiljetten stonden de namen van de optredende artiesten vermeld en op drukke avonden liepen sandwichmannen rond met grote, met geolied papier bespannen ramen. Portiers probeerden aarzelende voorbijgangers naar binnen te lokken. "Heren treedt binnen, entree vrij ! Hier is het 't gezelligst !" riepen ze en trokken aan een touw. Piepend zwaaiden de deuren open en een rokerige ruimte werd zichtbaar. Een lange pijpenla met harde banken, veel spiegels met vergulde lijsten en daartussen gaskronen. |
![]() |
Henri Toulouse-Lautrec. In de Moulin Rouge. 1892 Toulouse-Lautrec (1864-1901), een dwerg met een afstotelijk uiterlijk, maar een geniale begaafdheid, leidde een liederlijk leven in de nachtkroegen van Parijs en is aan de alcohol gestorven. Hier zien we hem in een bordeel. Met meedogenloze scherpte ontleedt hij de karakters van bezoekers en personeel (ook dat van hemzelf: hij is het kleine mannetje met de baard naast de opvallend lange figuur achter in de zaal). Toulouse-Lautrec doorzag de voze vrolijkheid die in deze bekende nachtclub heerste. De sfeer in zijn Moulin Rouge is zo hopeloos triest en drukkend dat wij de decadentie ervan wel moeten beseffen. Opmerkelijk is het vlakke koloriet en de snap-shot-achtige compositie. |
Vaag aan het eind was een kleine verhoging. Daarop zaten de dames, zwaar geschminkt en gekleed in luchtige kledij. Daarachter was soms een decor van een tuin geschilderd. Om beurten zongen de dames een meestal pikant liedje, begeleid door een ontstemde piano. Mannen uit het publiek zongen mee of maakten allerlei vrolijke opmerkingen. In sommige café-chantants zetten de meisjes zich bij de gasten aan tafel en probeerden hen een fles nepchampagne aan te smeren of waren erop uit hen te verleiden tot een kostbaar soupeetje in een apart bovenkamertje. | ![]() |
In de tweede helft van de 19e eeuw werden café-concerts, als Frascati, het Grand Café Concert (1865) en Victoria (1870) populair, vooral bij het "beschaafde" publiek. Salonorkestjes en dameskapellen, die in die tijd grote furore maakten, speelden er muziek uit operettes. De mars "Berliner Luft" was toen een wereldhit. Populair in die tijd waren ook de zigeunerorkestjes. |
|
Cafés waren ook te vinden op en rond het Rembrandtplein. Daar werd het nieuwe Pilsener bier geschonken. Ze werden druk bezocht door studenten, kunstenaars, artiesten, leraren en professoren. Een befaamd bierhuis en restaurant in de Amstelstraat was dat van J. Roetemeijer en Zonen. Het was er altijd vol, vooral 's avonds, wanneer de Salon des Variétés of de schouwburg van Van Lier aan de overkant hun pauze hadden. Roetemeijer werd het stamcafé van bekende Amsterdamse schrijvers en studenten. |
Na de dood van J. Roetemeijer in 1868 lieten zijn beide zoons het hele pand tot de grond toe afbreken en lieten op dezelfde plaats een heel nieuw pand verrijzen. Beneden kwam er een café-restaurant. Andere bekende café's op of rond het Rembrandtplein waren Mille Colonnes (1890) en De Kroon (1898). Verder waren er Hotel-Café-Restaurant Het Gouden Hoofd (1890) en op de hoek van het plein bij de Reguliersbreestraat Taveerne Louis XVl, bij de Amsterdammers beter bekend als "Het Sijsje". De meeste café's waren erg overdadig ingericht. In Mille Colonnes bijvoorbeeld waande je je in een toverpaleis. Overal, op de zuilen, de plafonds waren schitterende gouden decoraties aangebracht, die door honderden gasvlammen werden weerkaatst in grote spiegels, waarmee de wanden van onder tot boven bedekt waren. Ook de Pijp, de eerste Amsterdams arbeidersbuurt, ontwikkelde zich in aan het eind van de 19e eeuw tot een uitgaansbuurt. De cafés en danshuizen waren daar vooral te vinden In de omgeving van de Ceintuurbaan. Eduard Jacobs was er een bekende artiest. In de Ferdinant Bolstraat, de Quellijn- en Gerard Doustraat, de rosse buurt in die tijd, waren een aantal drukbezochte Cabarets.Rond de eeuwwisseling kwamen er nieuwe café's en restaurants in de de Kalverstraat, de Nieuwendijk, de Utrechtsestraat en de Leidsestraat. Op de hoek van de Dam en het Damrak was vanaf 1899 het bekende en drukbezochte café Bisschop. In de gevel van dit café was een beeld van Sint Nicolaas gemetseld, vandaar de naam. laatst bijgewerkt: 01-08-02 |