10.518

De Pijp

De uitbreidingsplannen van van Niftrik en Kalff

Aan het begin van de 19de eeuw was het gebied tussen de Amstel en de Boerenwetering – ten zuiden van de oude stad – slechts dun bebouwd. Hier en daar lagen tuinderijen en veehouderijen. Ook waren er uitspanningen, waar het publiek zich op vrije dagen kwam vermaken. Langs de Zaagmolensloot – de huidige Albert Cuypstraat – was een bloeiende houtindustrie gevestigd. Overal stonden de houtzaagmolens. In dit gebied begon men rond 1870 met de eerste systematische uitbreiding van Amsterdam sinds de 17de eeuw.
De Pijp of ‘Plan YY’, waarmee het gebied aanvankelijk werd aangeduid – kwam voor het eerst voor op het uitbreidingsplan van Van Niftrik uit 1866. De eerste aanzet tot de bebouwing van het gebied werd echter gegeven door Samuel Sarphati. Beide heren hadden grootse plannen voor het gebied.  Het plan van Van Niftrik, uit 1866 kende een ruime en rijke opzet met veel groen, stervormige straten, villa’s ten zuiden van de huidige Ceintuurbaan en een station op de plaats waar nu het Sarphatipark is. Er werd echter in de gemeente forse kritiek geleverd op het plan van Van Niftrik. Naar aanleiding hiervan ontwierp Ir. J. Kalff, directeur van de Dienst der Publieke Werken, in 1876 een nieuw uitbreidingsplan dat veel pragmatischer van opzet was. Geen stervormige stratenpatronen meer, maar lange rechte banen die doorgaans de bestaande paden en sloten volgden. Kalff introduceerde het idee van ‘Wijk YY’ als arbeidersbuurt. Zijn plan maakte bovendien de weg vrij voor particuliere ondernemers. De goedkoopste methode voor bebouwing kreeg de voorkeur: de bestaande verkavelingen werden grotendeels aangehouden en de belangrijke Zaagmolensloot bleef bestaan. Uiteindelijk werd deze sloot toch gedempt. Als laatste gedeelte van de ‘Oude Pijp’ werd hier rond 1891 de Albert Cuypstraat aangelegd.


De Pijp ontwikkelde zich in aan het eind van de 19e eeuw tot een uitgaansbuurt. In de omgeving van de Ceintuurbaan kwamen veel cafés, café-chantants, tingeltangels en danshuizen en ook enkele bioscopen. Eduard Jacobs was er een bekende artiest. In de Ferdinant Bolstraat, de Quellijn- en Gerard Doustraat kwamen enkele drukbezochte Cabarets. Dit deel van de Pijp was ook de "rosse buurt" in die tijd, maar het rosse leven verdween langzaam maar zeker. In de jaren '20 en '30 zijn de café-chantants en tingeltangels in de Pijp verdwenen. De cafés die bleven bestaan waren de gewone buurtcafés.

laatst bijgewerkt: 05-08-02

colofon