4591

Stadsschouwburg (1773, 1890)



Schouwburgen en theaters

Op het Leidseplein stond sinds 1773 de van hout opgetrokken Stadsschouwburg. De Amsterdammers spraken van de "Houten Kast". Vanaf 1872 was de buitenkant echter bekleed met steen. Wat men daar op de planken te zien kreeg, was vaak niet veel bijzonders. Meestal spektakelstukken over schurken, list en bedrog en vol gemene streken, opgeluisterd met Bengaals vuur, ontploffingen en schrikkende paarden. Als de schurk op het toneel kwam, klonk er vanaf het schellinkje luid een geschreeuw: Schurk, dood hem en een bierglas vloog soms rakelings langs zijn oren. Menigmaal werd de toneelspeler bij de artiestenuitgang door toeschouwers met gebalde vuisten en grove verwensingen opgewacht. De kaartjes voor de schouwburg waren door een kastelein in de buurt opgekocht en dus moest je bij hem zijn om een kaartje te bemachtigen. 

Voor de ingang was het een hevig gedrang, want om een goede plaats te krijgen was het zaak met de eersten binnen te zijn. Je kon de diensten van een "dringer" kopen, een potige figuur, die je voor een dubbeltje door het gevecht heentrok tot bij de ingang. 

Op het schellinkje, helemaal boven in het theater, waren de goedkoopste plaatsen. Daar was het meestal lang niet rustig. Er werd gestompt, geslagen en ruziegemaakt. 
Er was weliswaar een agent op het schellinkje, maar die greep alleen in als het werkelijk uit de hand dreigde te lopen. Wel was hij onverbiddelijk als er iemand naar beneden spuugde of met schillen gooide. Dan greep hij iemand vastberaden in de kraag. Soms vloog er een pet de zaal in. Dan was het dolle pret. Niet al te zacht werd er dan naar beneden geroepen: "He, meneer, gooi m'n pet eens op". 

Dat het in de schouwburg was toegestaan om tijdens de voorstelling meegebrachte apenootjes of gebakken vis te eten en dat er zo nu en dan een slok werd genomen uit de jeneverfles, dat was nog tot daar aan toe. Maar al die luchtjes van uien, zoute vis, jenever, bier en dan nog het opgedroogde bloed in de kleren van de ganzenplukker was vaak niet te harden. 

In 1890 brandde de Stadsschouwburg af. Enkele rijke zakenlieden brachten toen snel wat geld bij elkaar en vier jaar later kon een nieuwe Stadsschouwburg in gebruik worden genomen, compleet met Koninklijke loge. In deze nieuwe Stadsschouwburg werden nu betere toneelstukken en ook opera's opgevoerd. De Schouwburg was voortaan deftige aangelegenheid. Voortaan was het verboden om tijdens de voorstelling meegebrachte etenswaren op eten of te roken. 

laatst bijgewerkt: 05-08-02