5489

Artis Natura Magistra

Amsterdam (1800 - 1850)
In de Plantage lag sinds 1838 de dierentuin van Artis. Door de aankoop van de aangrenzen buitenplaatsen en de daarbij behorende tuinen werd deze dierentuin flink uitgebreid. 

Tot 1839 kon je alleen op de kermis allerlei exotische dieren bewonderen, zoals leeuwen, olifanten, apen en struisvogels. Al vanaf de middeleeuwen trokken er muzikanten rond met beren die "dansen" hadden geleerd. Ze werden getemd met een ring door de neus en hupten in het tempo van gekregen stokslagen, zogenaamd op de maat van de muziek. 

In de 17e eeuw werd het mode in de hogere kringen om levende dieren te gaan verzamelen. Koning stadhouder Willem lll had zo'n dierenverzameling (menagerie) bij paleis het Loo in Apeldoorn. Willem lV voegde er een orang-oetang aan toe, de eerste in Europa en Willem V deed er nog een paar olifanten bij. In de 19e eeuw ontstonden er ook rondreizende menagerieën als kermisattractie. Daar waren onder andere apen, tijgers en papegaaien te zien. 

  Sommige gebouwen in Artis dateren nog van vóór de oprichting, zoals het Wolvenhuis, voorheen een herberg annex bordeel met de naam Eik en Linde. In de Plantage vind je nog steeds een gelijknamig café. Ook het Masmanhuisje, nu de verblijfplaats voor ibissen, stond er al toen de grond voor Artis werd aangekocht. Het was een sierlijk buitenhuisje voor Amsterdammers die elders in de stad woonden.

Na 1830 stopten de twee grootste menageriehouders ermee. De één werd directeur van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. De ander verkocht zijn dieren aan de Sociëteit Artis Natura Magistra (Natuur is de leermeesteres van de kunst) en werd opzichter. De sociëteit Artis Natura Magistra werd opgericht in 1838. 

De grote volière van Artis, werd na 1863 aangelegd. Artis was aanvankelijk een sociëteit voor de welgestelde Amsterdammers. De tekening toont enkele deftige bezoekers; links een wandelend paar en rechts twee heren. De tekening van de vrij nieuwe volière verscheen als litho in het jaarboekje van 1869 van het Artis Genootschap.

Artis was eerst alleen voor de welgestelde Amsterdammers toegankelijk. Alleen leden, die 10 gulden contributie betaalden, hadden toegang tot de tuin. Later mochten ook “werklieden en dienstboden” naar binnen; toen hoefde er in de maand september slechts een kwartje betaald te worden. Ook nu hanteert Artis in september nog een gereduceerde toegangsprijs.

  Rond het midden van de 19de eeuw kregen de dieren van Artis vaste hokken. In 1863 kocht het Artis genootschap een buitenhuis met grond aan de Plantage Franschelaan. Het werd de kern van de volière. Er werden kooien aan vast gebouwd. Sindsdien deed het dienst als volière voor ibissen, reigers, pauwen en hoenderachtige vogels

Het doel van deze vereniging was het verzamelen van levende en opgezette dieren om de kennis bij de mensen over de natuur te vergroten: "de bevordering van de kennis van de "natuurlijke historie zoo door het bijeenbrengen eener verzameling van levende dieren, als door het plaatsen van een kabinet van opgezette voorwerpen van het dierenrijk". 

In de Plantage werden twee buitenplaatsen aangekocht. Dat was het begin van de dierentuin Artis. De tuin was toen nog in twee delen verdeeld. Daartussen lag een gracht. De bezoekers van de dierentuin moesten met een pontje worden overgezet. Pas later kwam er een brug tussen de twee tuinen. Nog weer later werd de gracht gedempt op de eendenvijvers na. De vereniging kocht de buitenplaats of Middenhof met ruime tuin aan de Plantage Middenlaan hoek Kerklaan. Later kocht zij ook de buitenplaats Vrede is mijn lust aan de andere kant van de voormalige Plantage Muidergracht. Nog meer buitenplaatsen werden aangekocht, o.a. Welgelegen en Weltevreden aan de Plantage Middenlaan. 

In de jaren 1880 werd het Aquariumgebouw gebouwd aan de Plantage Middenlaan. 

laatst bijgewerkt: 01-08-02