8184

De Plantage (1650 - 1900)

Omdat de erven binnen de Muiderpoort niet meer als bouwgrond verkocht konden worden, besloot in 1682 het stadsbestuur ze te verhuren als tuinen of als houtwallen (houtopslagplaatsen aan het water). Doordat deze buurt niet werd volgebouwd, maar "beplant", ontstond de naam "Plantage". 

De aanleg van de Plantage werd uitgevoerd naar een ontwerp van Jacob Bosch, stadsingenieur en landmeter. Dwars door het terrein liep de Nieuwe Prinsengracht, die oorspronkelijk was doorgegraven tot de Rapenburgergracht en die de Plantage in twee helften verdeelde. In de lengterichting waren twee lanen ontworpen die met iepe- en lindebomen beplant zouden worden: de tegenwoordige Plantage Middenlaan en de Franschelaan, die nu grotendeels in Artis is opgenomen. De dwarslanen waren van west naar oost de Parklaan, de Kerklaan, de Lepellaan en de Badlaan. Voorbij de Badlaan liep de Muiderstraat, die bij de wal verbreed en met bomen beplant werd. 

De tuinen in de Plantage vonden al spoedig huurders ondanks de vele bepalingen die er waren. Zo moest men zich verbinden voor een huurperiode van twintig jaar en mochten de tuinen niet verkaveld worden. Om het erf moest een schutting worden neergezet. Op het erf mocht huurders geen groot woonhuis worden gebouwd, maar wél een klein optrekje of kleinere woning voor een tuinman en zijn gezin. 

De stad liet een herberg bouwen, waarin het was toegestaan om wijn te schenken: de Nieuwe Stadsherberg, die in 1688 klaar kwam. Op de erven mochten geen werkplaatsen of herbergen worden gebouwd, maar daar trokken de Amsterdammers zich weinig van aan. Vanaf het begin werden er woonhuizen, kroegen, herbergen en werkplaatsen gebouwd. In 1764 werden door het stadsbestuur de huurvoorwaarden verscherpt, waarna vele herbergen weer verdwenen. 

Jacob Olie fotografeerde de Middenlaan vanaf de Muiderpoort op 24 mei 1895. Rechts het Aquariumgebouw van Artis.

De weg van de Hortus Botanicus naar de Muiderpoort dwars door de Plantage liep, werd Plantage Middenlaan genoemd. Het was een druk bereden landweg die vóór 1700 tijdens droge zomers één grote stofwolk, en 's winters één grote modderpoel was. Daarom werd in 1700 besloten de Plantage Middenlaan te bestraten. Vooral op zondagen was de Platage Middenlaan het toneel van een druk bezochte pantoffelparade. 

In 1764 veranderde het aanzien van de Plantage ingrijpend. Veel clandestiene bouwsels moesten door hun eigenaars worden afgebroken, want anders zou het stadsbestuur hun huurcontracten niet verlengen. Veel herbergen en tapperijen, waar op zomerse dagen honderden mensen op het terras zaten, sloten hun poorten. Veel herbergen werden toen omgebouwd tot pleziertuin. 

Al in de Plantage, daar is een kroeg  
Wel onder de groene bomen  
Daar drinken ze laat en daar drinken ze vroeg  
Daar drinken ze nooi haast jenever genoeg  
Mijn lief zeit: ik mag er niet komen.  

Jan Pieter Heije (1809-1876) 

 

De Hortus Botanicus
Een hoek van de Plantage, waar de Muider- en Nieuwe Herengracht samen kwamen, was in 1682 door het stadsbestuur aangewezen als "artsenijtuin" of "Hortus Medicus". Later werd er gesproken van "Hortus Botanicus". Het was een stadskruidentuin die door het Collegium Medicum gebruikt werd voor onder meer het kweken van kruiden en andere gewassen. De Hortus Botanicus werd in 1878 aanmerkelijk uitgebreid door de toevoeging van het Sint Antonies Kerkhof aan de overkant van de Hortusvijver. Het kerkhof werd een deel van de tuin. 

Begonnen als 'Hortus Medicus' is de Hortus Botanicus een van de oudste botanische tuinen ter wereld. De Hortus werd in 1638 elders in de stad opgericht als kruidentuin voor Amsterdamse artsen en apothekers, maar verhuisde in 1682 naar de Plantage. Onderzoek naar medicijnen en kruidkunde waren belangrijk voor de algehele gezondheid, maar al snel groeide de Hortus ook uit tot lusthof en distributiecentrum. Economische gewassen als ananas en koffie vonden via de toenmalige Hortus hun weg naar de rest van de wereld. Maar de VOC nam niet alleen kruiden, specerijen en genotsmiddelen mee 'uit de Oost'. Exotische sierplanten uit zuidelijk Afrika, India, Nederlands-Indië, Australië en Japan bezorgden de Hortus wereldfaam.

In de 19e eeuw beschouwden de Amsterdammers de Plantage als een buitenbuurt, hoewel dit deel van Amsterdam al sinds 1658 binnen de stadswallen lag. Van oudsher was de Plantage namelijk een buurt van tuinen, theehuizen en tapperijen. Op de strook langs de Nieuwe Herengracht stond al vanaf het begin van de 19e eeuw het Zomertheater Tivoli, een café met dans- en concertzaal en een tuin in Engelse landschapsstijl. 

In de loop van de 19e eeuw werd de Plantage steeds meer een uitgaansbuurt. Er kwamen een concertzaal (de Parkzaal) en verschillende theaters zoals de Park Schouwburg, de Plantage Schouwburg, Schouwburg Frascati en de Artis Schouwburg (1892) (later: Hollandse Schouwburg. Alle theaters in de Plantage zijn nu verdwenen, hoewel niet helemaal. De Plantage Schouwburg werd omgebouwd tot drukkerij, Schouwburg Frascati werd verbouwd tot bioscoop en van de Hollandse Schouwburg, van waaruit in de Tweede Wereldoorlog veel Joden door de Duitsers werden weggevoerd, staat nog de voorgevel. Van de tuin van Zomertheater Tivoli aan de Nieuwe Herengracht is nog een stuk bewaard gebleven. Het heet nu Wertheim park. Aan de ingang staan nog de twee houten sfinxen (leeuwen met mensenkoppen). 

De Plantage was omstreeks 1900 nog steeds een belangrijke uitgaansbuurt en de plaats waar altijd wel wat te doen was. Behalve de theetuinen en theaters waren er cafés, Artis, de Hortus Botanicus en het Panorama. Even verderop lagen de buitensociëteiten Vliedzorg, Amicitia en De Vereniging. Langs Artis en de vele tuinen aan de Middenlaan bereikte men de Muiderpoort, waar in de nabijheid de Roomtuintjes gelegen waren. 

rechts: Hollandsche Schouwburg

laatst bijgewerkt: 18-02-04

colofon