8181 |
De stadsuitbreiding van 1612 - de Grachtengordel |
Klik hier voor de frame pagina |
![]() |
Begin 17e eeuw is Amsterdam overbevolkt, o.a door de toestroom van om geloofsredenen gevluchte protestantse Vlamingen en Spaanse en Portugese joden en (vooral in de Jordaan vestigende) Franse hugenoten. Buiten de stadswallen van de Singel wordt voor de toestroom van rijke kooplieden een nieuwe uitbreiding aangelegd in de vorm van drieconcentrisch aangelegde grachten, de Herengracht, de Keizersgracht en de prinsengracht, later bekend als de Grachtengordel. In 1682 was het uitbreidingsplan 1612 vrijwel voltooid. ![]() |
Omdat de stad zo welvarend was, besloot men veel geld uit te trekken voor een prachtige uitleg. Knappe landmeters, bouwmeesters en kunstenaars gingen plannen maken. Ze ontwierpen drie nieuwe grachten evenwijdig aan de oude stadsmuur. Ook kwamen er verbindingsstraten en dwarsgrachten. Die grachten vormden drie halve cirkels met de Dam als middelpunt. De uitgegraven aarde werd gebruikt om de grond ertussen op te hogen. Zo ontstonden de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht. Deze 3 hoofdgrachten waren onderling verbonden door dwarsgrachten en dwarsstraten, die uitliepen op de bestaande verkeerswegen van de binnenstad. Langs de hoofdgrachten kwamen de huizen en kantoren van de welgestelde kooplieden; daartussen en daarnaast werden volksbuurten aangelegd, zoals de Jordaan. Aan de grachten waar de rijke burgers kwamen te wonen, verrezen royale huizen, vaak met tuinen erachter. Bedrijven die vuil, rook, stank of lawaai veroorzaakten werden er geweerd. De Heren-, Keizers- en Prinsengracht werden niet stuk voor stuk gegraven, maar tegelijkertijd vanaf de Brouwersgracht. Eerst gingen de drie grachten niet verder dan de Leidsegracht, maar in 1685 werd besloten dat de halfcirkelvormige gordel zou worden voltooid. De grachten zouden de Amstel kruisen en zouden in het oosten tot het IJ worden doorgetrokken. |
Dit uitbreidingsplan van stadstimmerman Hendrick Staets, waardoor de stad viermaal zo groot zou worden, werd in 1610 door het stadsbestuur goedgekeurd. In 1612 werd begonnen met de uitvoering. Begonnen werd in het noordwesten bij de Brouwersgracht, waren de nieuwe wijken langs en tussen de grachtengordel zuidwaarts om de stad gewaaierd en snel volgebouwd. De leiding berustte nu bij Daniël Stalpaert. Aan de nieuwe grachten bouwden de rijke regenten, kooplieden en ondernemers hun schitterende herenhuizen. Behalve woonruimte bezaten deze huizen vaak ook opslagruimtes voor goederen. Men zegt dat er zolders zijn die nòg naar de specerijen ruiken. Met touwen aan hijsbalken werden de goederen omhoog en omlaag getakeld. In 1682 was het uitbreidingsplan 1612 vrijwel voltooid. Tegen het einde van het gigantische karwei echter, raakte het stadsbestuur de lege erven, die alle stadseigendom waren, niet meer kwijt als gevolg van de achteruitgang in de handel en de stagnatie van de bevolking tegen het eind van de 17e eeuw. |
![]() |
De oude stadswallen moesten worden gesloopt. De oude vestinggracht werd gedempt en de stadswal afgegraven. Het gebied is het latere binnenterrein tussen Reguliersdwarsstraat en de Gouden Bocht van de Herengracht. De prent toont de Reguliersdwarsstraat tijdens de aanleg in noordoostelijke richting. Links is de achterzijde van het in 1639 gebouwde huis van Joan Huydecoper van Maarsseveen, Singel 548, te zien. Boven het huis is de Munttoren te zien en helemaal rechts is de Amstel en de molen op het bolwerk bij de Blauwbrug.
Links: de Reguliersdwarsstraat gezien tijdens de aanleg, prent door Abraham Bloteling, ca. 1664 |
Vanaf 1662 werd de Herengracht, die eerst maar tot het Koningsplein liep, doorgetrokken tot aan de Amstel. De nieuwe bocht in de Herengracht bij de Spiegelstraat was meteen het deftigste deel van de hele grachtengordel. Vanwege de geweldige rijkdom van de bewoners noemden de Amsterdammers dit gedeelte van de gracht de ‘Gouden Bocht’.De huizen in de Gouden Bocht zijn heel anders dan de smalle grachtenpanden van vijftig jaar eerder. De herenhuizen beslaan dubbele percelen en zijn dus veel breder en dieper. Achter de panden gaat dikwijls ook nog een fraaie tuin schuil. De trap- en klokgevels die in de eerste helft van de 17de eeuw zo populair waren, zijn vervangen door strakke gevels. Volgens de laatste classicistische mode kozen de welgestelden voor rechte kroonlijsten op hun chique huizen, soms versierd met beeldhouwwerk. Dubbele trappen met bordes verlenen de huizen nog meer grandeur. | ![]() |
laatst bijgewerkt: 16-02-04 |