5664 |
Stadsbestuur - Vroedschap |
![]() |
![]() |
Vanaf de 16e eeuw werden in ons land de steden al bestuurd door kleine groepen deftige en voorname mannen, de regenten. In de 17e eeuw waren het meer en meer dezelfde rijke families die de baantjes verdeelden. Men wist niet beter of dat hoorde zo. In de tijd van de Republiek werd iedere stad bestuurd door een vroedschap en enkele burgemeesters. De burgerij besliste echter niet wie in de vroedschap benoemd werden. Dat deed de vroedschap zelf. De leden werden gekozen door voor het leven. Als een lid overleed, wees de vroedschap een opvolger aan. Ze kozen dan voor een familielid, want de vroedschap wilde dat haar leden mensen van stand waren, dus bankiers, rijke kooplieden of ondernemers. De vroedschap benoemde ook ieder jaar de burgemeesters. Veel regenten maakten gebruik van hun machtige positie om nog rijker te worden. Zij verleenden tegen betaling bepaalde voorrechten en verkochten ambtenarenbaantjes en geheime stukken. Ze hoefden nooit bang te zijn dat ze veroordeeld werden; de schepenen, die recht spraken in de schepenbank, waren immers ook lid van de vroedschap. Toch waren de meeste regenten uit de 17e eeuw bekwame mensen, die hun best deden om een stad of een gewest zo goed mogelijk te besturen. De oorspronkelijke 'Vroedschapskamer' zetelde in een zaal in het stadhuis van Amsterdam (tegenwoordig de Mozeszaal genoemd, naar het belangrijkste schilderij in de zaal van de schilder Jacob de Wit uit 1737, een doek van 5.20 x 12.55 meter, waarop Mozes 70 oudsten aanwijst om samen met hem te regeren, alvorens gezamenlijk door de woestijn te trekken. De vroedschap, de voorloper van de tegenwoordige gemeenteraad, bestaande uit een college van 36 bestuurders had feitelijk weinig macht, omdat de beslissingen werden genomen door de burgemeesters, al werden zij bij belangrijke beslissingen doorgaans wel geraadpleegd. Toch gold het lidmaatschap van de vroedschap als een eer en was het een opmaat naar een verdere loopbaan als burgemeester, schout of schepen. In dit vertrek staat het decoratieprogramma in het teken van eenheid, vrede en van ‘raad’, in de zin van zowel advies als van het instituut vroedschap ofwel gemeenteraad. Zo toont het schilderij van Govaert Flinck uit 1658 koning Salomo in gebed, wiens diepste wens het was om wijsheid te verkrijgen, om zo zijn volk goed te kunnen besturen. laatst bijgewerkt: 19-07-01 |