8190

Het nieuwe stadhuis van Jacob van Campen (1655)

Stadsbestuur en Vroedschap; Rechtspraak

Aan de Dam (vroegere Plaetse) werd ook een prachtig nieuw stadhuis gebouwd, met muren van meer dan een meter dik. Dat was, omdat in de kelders van het stadhuis de goud en zilvervoorraad werd opgeslagen. In dat deftige stadhuis, dat klaar kwam in 1648, vergaderden de regenten die de stad bestuurden: de Vroedschap. Er waren ook kamers waar de burgemeesters werkten. In het stadhuis was ook een zaal waar recht werd gesproken. Na 1578 werd het oude stadhuis te klein om alle diensten te huisvesten. Daarnaast was het Stadhuis ook erg bouwvallig. In 1601 dreigde het torentje om te vallen, maar de stadstimmerman wist het weer recht te zetten. Vanaf 1639 maakte men plannen voor een nieuw gebouw.  
Met de Vrede van Munster in 1648 werd de Tachtigjarige Oorlog met Spanje afgesloten. Tachtig jaar duurde deze oorlog niet, maar lang was hij wel. Toch had Amsterdam niet echt geleden onder het Spaanse machtsvertoon. De stad had er zelfs wel bij gevaren en ging een gouden eeuw van rijkdom tegemoet. De stadsbestuurders wilden graag dat de gebouwen in Amsterdam van de rijkdom en de macht getuigden die zij zichzelf toedichtten. Nu er geen geld gestopt hoefde te worden in oorlogsvoering kon er met de bouw van het grootste niet-kerkelijke gebouw ter wereld begonnen worden. Het nieuwe stadhuis werd gebouwd aan de Nieuwezijds Voorburgwal en kostte 8,5 miljoen gulden, een gigantisch bedrag in die tijd.

Voor de bouw van het nieuwe stadhuis moesten heel wat huizen worden gesloopt. In 1648 werd de eerste steen gelegd van het nieuwe stadhuis, ontworpen door de bouwmeester Jacob van Campen. Alle beeldhouwwerken en dat waren er nogal wat, werden gemaakt door Artus Quellijn.  

Drie jaar later (1655) kon het nieuwe stadhuis door de vier burgemeesters feestelijk worden ingewijd. 

Links: Ferdinand Bol

Opvallend aan het gebouw is de geweldige figuur bovenop. Het is Atlas, die de hemelbol draagt. [In de opstand van de Titanen tegen de Olympische goden bestormde een van de Titanen, Atlas, de hemel. Zeus stopte hem en strafte hem voor zijn hoogmoed door hem voortaan de drager van de aarde en het hemelgewelf te laten zijn. Deze uitdrukking van kracht past wonderwel bij het Amsterdam van de Gouden Eeuw. In de geveldriehoek eronder zien we de Amsterdamse stedemaagd. Vertegenwoordigers uit de vier werelddelen brengen haar hun schatten. Zo werd Amsterdams wereldhandel uitgebeeld.  

De steenblokken waaruit het stadhuis is opgetrokken werden aangevoerd uit Bentheim, via Bremen. De meer dan 13.000 heipalen waarop het is gebouwd kwamen uit Noorwegen.

Het gebouw werd gebouwd in een stijl die neoklassiek wordt genoemd. Dit houdt in dat invloeden uit de Griekse en Romeinse Oudheid overal terug te vinden zijn. Er hangen schilderijen die mythische verhalen verbeelden en de Amsterdamse bestuurders lieten zich graag vergelijken met de Romeinse consuls uit de Oudheid. Dit is vooral duidelijk in vertrekken als de schepenzaal en de burgemeesterskamer. Hier hangen schilderijen met beroemde heersers uit de Oudheid die in hun wijsheid als voorbeeld dienden voor de Amsterdamse bestuurders. Maar naast alle symboliek uit de Oudheid is het ook duidelijk dat Amsterdam in de 17e eeuw fanatiek calvinistisch was. Niet alleen zijn bijbelse motieven overal te herkennen, maar ook de terechtwijzende en waarschuwende vinger is hier en daar aanwezig.

Rechts: Govert Flinck

In de Schepenzaal hangt een schilderij van Ferdinand Bol over Mozes die de berg Sinaï afkomt met de tien geboden, terwijl het volk een gouden kalf ana het aanbidden is. Onder het schilderij is een gebeeldhouwde fries geplaatst die als waarschuwing geldt voor de schepenen. Hierop staan meerdere scènes die aantonen wat er gebeurt wanneer je de vier deugden, voorzichtigheid, gerechtigheid, gematigdheid en waakzaamheid, niet naleeft. De aanbidding van het kalf staat centraal op de fries. Verder staat er op het reliëf iemand afgebeeld met wierrook in de hand. Dit maakt duidelijk dat ook het katholicisme een soort zonde is waar je je niet aan mag bezoedelen.

Op een schilderij in de burgemeesterskamer, geschilderd door Govaert Flinck, bevat een waarschuwing tegen omkoperij en corruptie. Consul Marcus Curius Dentatus staat erop afgebeeld. Hij weigert geschenken aan te nemen, waarmee men hem probeerde om te kopen.

De imposante Burgerzaal was altijd toegankelijk voor het publiek en gaf aan hoe Amsterdam zichzelf graag zag. Deze zaal stelt namelijk het universum voor in het klein. Amsterdam is het absolute middelpunt. 

Om de burgerzaal heen is een galerij gebouwd met in de hoeken de zon, maan en planeten om nog maar eens duidelijk te maken in welke positie de bestuurders hun stad plaatsten. De zaal is zo'n 28 meter hoog met beelden erin van wel 6 meter hoogte. Deze beelden zijn zeer imposant en hebben allemaal een duidelijke functie. Zo is het Atlas die het eerst opvalt met de wereld op zijn rug. Onder hem staat vrouwe Justitia (de Gerechtigheid) met haar helpers, de dood, een skelet met een zandloper in de hand en de straf, een vrouw met gruwelijke martelwerktuigen. Gerechtigheid vertrapt de hebzucht, koning Midas met zijn ezelsoren; en de Nijd, voorgesteld als lelijke vrouw met slangen als haar. Deze afbeelding is geplaatst boven de ingang van de Schepenzaal. Het zijn tenslotte de belangrijkste thema's van de schepen.

Aan de andere kant van de Burgerzaal, boven de ingang aan de Damzijde, is de stedenmaagd van Amsterdam afgebeeld met haar twee helpers. Aan de rechterzijde zit de Wijsheid, een vrouw met de uitrusting van godin van de wijsheid, Minerva en aan haar linkerzijde zit de Kracht, een vrouw met een leeuwenhuid over het hoofd. De vier elementen, aarde, water, lucht en vuur, omringen de Gerechtigheid. In de 17e eeuw meende men dat het universum was opgebouwd uit deze elementen. De belangrijkste begrippen voor de 17e eeuwse mens waren duidelijk Vrede, Voorzichtigheid, Gerechtigheid, Waakzaamheid en Gematigdheid. Afbeeldingen hiervan zijn op de gevels van het stadhuis te vinden. Bovendien zijn van deze beelden gietmodellen gemaakt, die in de burgerzaal zijn terug te vinden.

Een hoofdingang had het stadhuis eigenlijk niet. In plaats daarvan waren er zeven vrij kleine poorten naast elkaar. Het middengedeelte springt iets vooruit, evenals de zijvleugels. In de geveldriehoek zien we weer de stedenmaagd. Zee- en riviergoden brengen haar hulde. Bovenop: de figuur van de vrede, met staf en lauwertak. In 1648, het jaar waarin de bouw van het stadhuis begonnen werd, werd de vrede van Münster getekend, waarin ondermeer de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd erkend als zelfstandige staat. In deze Republiek gaf Amsterdam de toon aan. 

De Vierschaar werd alleen gebruikt bij het uitspreken van doodvonnissen. Dat was in de 17e eeuw een plechtige, door middeleeuwse tradities bepaalde ceremonie. Tijdens de plechtigheid zaten de schout en de schepenen op de marmeren bank tegen de westwand. Daarboven heeft Quellijn drie grote reliëfs gebeiteld die van links naar rechts voorstellen: Genade, de Griekse wetgever Zaleucus laat zich een oog uitsteken, om een der ogen van zijn zoon, die hij tot verlies van beide ogen had moeten veroordelen, te redden; Wijsheid, koning Salomo, beslecht op scherpzinnige wijze de twist om een kind tussen twee vrouwen; Rechtvaardigheid, de Romeinse consul Brutus laat zijn eigen zoons onthoofden wegens hoogverraad.
De beelden tussen de reliëfs werden door Quellijn "bedruckte en gevange vrouwen" genoemd. Van twee vrouwen zijn de handen op de rug geboeid; de andere twee bedekken uit schaamte het gezicht. Vanaf hun bank zagen de rechters de beelden Rechtvaardigheid (links) en Voorzichtigheid (rechts). Deze beelden zijn als een soort waarschuwing geplaatst tussen hen en het publiek op de Dam dat door de getraliede vensters mocht toekijken.

Toen in 1808 Lodewijk Napoleon, de broer van Napoleon Bonaparte, koning werd, werd het stadhuis verbouwd tot koninklijk paleis. Er werd een balkon aangebracht om het volk toe te kunnen spreken. Voor "gewone" mensen was dit balkon verboden terrein. Voor alle beeldhouwwerken die Lodewijk niet mooi vond, werd doeken gespannen.

Toen koning Willem l aan de macht kwam, wilde hij niet in het paleis wonen. Hij vond het kil en donker en dat is niet gek. Het werd tenslotte gebouwd als als kantoorruimte. Willem l gaf het Paleis aan de stad Amsterdam. Deze verkocht het aan de Staat der Nederlanden, die het in bruikleen gaf aan de familie van Oranje. Koningin Beatrix heeft het Paleis nog altijd op dezelfde manier in bruikleen. Zij is er echter bijna nooit te vinden. Slechts bij officiële ontvangsten en feesten is haar aanwezigheid gebruikelijk. Het Paleis wordt wel gebruikt als overnachtingsmogelijkheid voor staatsleiders en ander hoog bezoek. De privé-vertrekken zijn dan ook uitgerust met de modernste bedden en badkamers. Wanneer Beatrix een bezoek gaat brengen aan het Paleis, worden alle klokjes uit de tijd van Lodewijk Napoleon, die overal in het gebouw staan opgewonden.

Het Paleis is tegenwoordig vooral een museum. De grootste collectie Empire meubelen is hier bijvoorbeeld te bezichtigen. Maar ook de vele schilderijen van meesters als Ferdinand Bol en Govaert Flinck kunnen hier worden bewonderd.

laatst bijgewerkt: 18-02-04

colofon