4480

Vermaak en vrijetijdsbesteding in de 19e eeuw

Vermaak en vrijetijdsbesteding in de 17e en 18e eeuw; Nederland in de 19e eeuw; Amsterdam in de 19e eeuw
In de 19e eeuw hadden maar weinig mensen vrije tijd. Weinig mensen gingen er ook met vakantie. Alleen de zeer welgestelden konden zich een reis naar het buitenland veroorloven, een kuuroord te bezoeken of een vakantie doorbrengen aan zee. Ook het beoefenen van sport was alleen voor de rijken weggelegd. Mensen die moesten werken om de kost te verdienen hadden er niet de tijd en het geld voor.

Buiten de grote steden als Amsterdam en Den Haag was het leven voor de meesten in die tijd vreselijk saai. Dat gold zeker voor de strenggelovige protestanten en voor de meisjes uit de "betere kringen". 

Sportwedstrijden waren er 's zondags niet. Dan werd de "Dag des Heren" geheiligd en lag in feite het grootste deel van het land stilgestorven. De streng gelovige protestanten toogden ernstig met hun psalmenboek vol zilverwerk in de hand, drie keer kerkwaarts. Zij hadden weinig goeds te spreken over het arbeidersvolk in de herbergen, de mensen die naar de concertzaal of de comedie gingen of de passagiers in de volgeladen plezierwagens die een ritje maakten naar de theetuinen met de prieeltjes, de kaatsbaan, het draaiorgel en het speeltuig voor de kinderen.

Ook geen goed woord hadden zij over voor degenen die liever een boottochtje maakten met een gondel door de wateren in de omgeving en bij een verlokkende uitspanning aanlegden en een kopje thee of een bittertje dronken. De zondag diende volgens hen besteed te worden aan naar de kerk gaan, rustig thuiszitten en hoogstens een klein wandelingetje in de buurt. 

Als de jongens tot jongeheren waren opgegroeid, werden ze naar de manege gestuurd voor paardrijlessen. Ze leerden ook schermen en gingen later mee op jachtpartijen in de duinen. De jongedames bleven thuis of gingen naar een deftig pensionaat, waar zij Frans leerden of zich in het zingen en borduren oefenden. Als zij thuis bleven, onderwees mama hen in het huishouden. Soms namen zij dansles bij een Franse dansmeester, zodat ze op de wat chiquere feesten in de winter kon meedoen bij de cotillon of de contradans, wie weet zelfs bij de wals of de polka, die voorheen schandalen hadden geschopt in de salons van de rijke families. Concert en dans waren voor de strenger in het geloof opgevoede dochters echter helemaal taboe. 

De Amsterdammers die in hun vrije tijd een wandeling wilden maken, waren niet gewend ver van huis te gaan. Het liefst kuierde men langs de slingerende Buitensingel met zijn vele bolwerken of bastions, later rechtgetrokken tot de saaie Nassau-, Stadhouders- en Mauritskade. Om zo'n wandeling niet te lang te maken ging men dan meestal van de ene stadspoort tot de andere. In de buurt van deze Buitensingel waren veel pleziertuinen, muziektuinen en uitspanningen waar het aangenaam toeven was. 

Bij de ongeveer 130 herbergen en uitspanningen in en om Amsterdam lagen 220 overdekte kolfbanen. Kolven was een soort balspel, dat werd gespeeld op en baan van 20 bij 5 meter. Meestal speelden twee mannen tegen elkaar. Sommige kolfbanen groeiden uit tot theetuinen.

Een echt volksvermaak was 's winters het schaatsen. Ook de rijkere burgers schroomden zich niet de smalle ijzers dan onder te binden. Alleen in de dure wintersportoorden werd bij het schaatsen speciale kleding gedragen. Van 1890 tot 1937 had de Amsterdamse IJsclub haar terrein op het Museumplein achter het Rijksmuseum.
Reizen
Door de grote vooruitgang in de verkeersmogelijkheden, met name door de stoomtrein, werd het reizen en stuk plezieriger. Daarvoor werd er natuurlijk ook al gereisd, maar dan per diligence, postkoets of trekschuit. Maar dat was vaak toch een kostbare aangelegenheid. De man die het reizen als vrije tijdsbesteding enorm gestimuleerd heeft, was Thomas Cook. Hij organiseerde reizen in groepsverband en bracht zijn publiek steeds verder. Ook de verkeersmiddelen werden meer gevarieerd. 
De Nes was groeide aan het eind van de vorige eeuw uit tot een geliefd uitgaanscentrum met café-concerts, café-chantants, tingeltangels, jeneverkroegen en danshuizen

Er waren in de Nes ook verschillende theaters, zoals het Grand Salon des Variétés (1839), het oudste variété-theater van Amsterdam. 

In de loop van de 19e eeuw werd ook de Plantage steeds meer een uitgaansbuurt. Aan het eind van de 19e eeuw ontwikkelden de Pijp en het Rembrandtplein en omgeving (Amstelstraat) zich tot een geliefde uitgaanscentra. Boven café-restaurant Roetemijer in de Amstelstraat werd in 1882 een wassenbeeldengallerij: het Panopticum geopend. In 1912 werd café Roetemeijer verbouwd tot theater: het Panopticumtheater, later Centraal Theater

Vermaak en vrijetijdsbesteding (1900 - 1940)

laatst bijgewerkt: 03-08-02