4491 |
Draaiorgels en smartlappen |
![]() |
In de volksbuurten zorgde een draaiorgel voor nog wat klanken en zo en dan kwamen de "Duitse muzikanten", gekleed in uniform een nummertje ten beste geven. De kinderen, meestal alleen meisjes, liepen vaak een paar straten met de muziek mee. Op drukke pleinen en bruggen stonden liedjeszangers met hun buikorgeltjes. Vaak zongen zij, over rampzalige gebeurtenissen, gruwelijke moordverhalen, over iemand die op een andere noodlottige wijze om het leven kwam of over aandoenlijke liefdesgeschiedenissen met dienstmeiden en huzaren. Veel van die straatliederen gingen ook over actuele gebeurtenissen. | ![]() |
![]() |
Een straatzanger gebruikte hierbij soms een "smartlap". Dat is een lap stof, opgehangen aan een boom of lantaarnpaal, waarop als een soort stripverhaal het verhaal waar het lied over ging is afgebeeld. Op de doeken was vooral "smart"afgebeeld. In de veelal eentonige liederen die erbij werden gezongen, voerde ellende namelijk de boventoon. Ze gingen over soldaten die sneuvelden, over het zware zeemansleven en soms bezongen ze actuele rampen, als schipbreuken of woningbanden. Of over een meisje dat op straat wordt gezet door haar ouders, wordt misbruikt door haar baas in de fabriek en uiteindelijk als eenzame prostituée overlijdt. Een aanklacht tegen hoerenlopers en machtswellustige fabriekseigenaren en een advies aan de ouders: zet uw kind nooit op straat. Al zingend wees de zanger op de lap de loop van het verhaal aan. Vaak maakte de muzikant een nieuwe tekst op rijm op een bestaande melodie. Die tekst schreven zij op losse blaadjes die zij aan de omstanders verkochten. Bij het vertolken van hun smartlappen begeleidde de straatzanger zich vaak op een buikorgeltje. De grootste bloeiperiode kende de smartlap rond 1900. Door de opkomst van de radio en bioscoop rond 1920 boette het genre sterk aan populariteit in. Vanaf 1875 werden de orgeltjes van de straatmuzikanten steeds groter: van een buikorgeltje aan een riem naar het iets zwaarder op een standaard leunende pootorgel. De Belg Warnies begon in 1875 in Amsterdam een draaiorgelverhuurbedrijf. Muzikanten konden bij hem tegen een kleine vergoeding een orgeltje huren. In de loop der jaren werden deze orgeltjes steeds perfecter. In 1903 werden de cilinderorgeltjes vervangen door de veel modernere boekdraaiorgels. Het grote voordeel van het boekdraaiorgel was, dat een stuk muziek veel langer kon duren en dat de orgeldraaiers veel mee melodieën konden spelen. Zo'n orgelboek nam ook veel minder plaats in beslag. De populariteit van het draaiorgel of pierement was nu niet meer te stuiten. In 1925 werden, na de dood van Warnies, de draaiorgels geveild onder de vroegere huurders. laatst bijgewerkt 03-08-02 |