10.052

De stoomtrein

Stations in Amsterdam
Links: De stoomtrein van Haarlem naar Leiden, schilderij van Andreas Schelfhout (1787 - 1870)
De allereerste trein reed in Engeland in 1825. Daar was in 1825 de Stockton-Darlington Railway opgericht. Paarden onderhielden op dit lijntje nog de dienst. 
In 1830 werd de spoorweg Liverpool-Manchester geopend, waarvoor een uitvinding van Stephenson kon worden benut. Op het vasteland reed de eerste stoomtrein tussen Brussel en Mechelen (1835). 

Op het vasteland reed de eerste stoomtrein tussen Brussel en Mechelen in 1835. Nederland volgde in 1839 met de spoorlijn Amsterdam - Haarlem. In de jaren daarna vorderde de uitbreiding van het spoorwegnet maar langzaam. Dat  kwam doordat het aanleggen van spoorlijnen werd overgelaten aan particuliere ondernemers. Omdat er aan de spoorwegen weinig te verdienen viel hadden die maar daarvoor maar weinig belangstelling. De aanleg van een spoorlijn was erg duur, want in ons land moesten overal dijken en bruggen worden gebouwd. Zo duurde het acht jaar om de lijn Amsterdam - Haarlem door te trekken via Leiden en Den Haag naar Rotterdam. 

In 1843 werd de spoorlijn Amsterdam-Utrecht aangelegd. Deze lijn werd geëxploiteerd door de Rijnspoorwegmaatschappij. Het eindstation was station Weesperpoort. In 1845 werd de lijn naar Utrecht doorgetrokken naar Arnhem. Daarna gebeurde er twintig jaar vrijwel niets. 

Er waren veel mensen die van de trein niets moesten hebben. Het reizen per trein was beslist geen pretje, zeker niet voor de derde klas reizigers. Die moesten in open wagons zitten, waardoor de kans op een flinke verkoudheid of longontsteking niet klein was. Bovendien trilde, schudde en hobbelde de trein zo erg, dat de bagage dikwijls uit de trein viel. De baanwachters liepen regelmatig langs de spoorbaan om de eigendommen van de reizigers op te zoeken en te verzamelen. De meeste reizigers gingen dan ook maar liever met de trekschuit of de diligence dan met de trein. 

In 1860 kwam daarin verandering. Er kwam een wet waardoor het mogelijk werd dat de staat voor de aanleg van spoorwegen ging zorgen. Spoorwegen konden nu in snel tempo worden aangelegd en binnen enkele jaren kwam er een groot spoorwegnet. 

In 1865 kwam er een spoorverbinding tussen Den Helder en Alkmaar, die in 1867 werd doorgetrokken naar Uitgeest en in 1869 naar Zaandam. De verbinding Zaandam-Amsterdam kwam pas in 1878 tot stand, nadat het Noordzeekanaal gereed was gekomen. In 1874 kwam er een spoorlijn tussen Amsterdam en Amersfoort en tussen Hilversum en Utrecht. In 1883 werd de lijn IJmuiden-Velsen geopend en in 1889 de lijn Haarlem-Zandvoort. 

Omstreeks 1880 werden de stoomlocomotieven flink verbeterd, waardoor er met een grotere snelheid gereden kon worden. De modernere stoomlocomotiven konden een snelheid halen van 90 km. p. u. Omdat deze treinen niet meer op ieder stationnetje aan de lijn konden stoppen, werden er stoomtrams in gebruik genomen, die moeten zorgen voor de verbindingen met de kleinere plaatsen in de provincie.

De treinen werden gemoderniseerd om de reizigers sneller en comfortabeler te vervoeren. Daardoor moesten de "ouderwetse" vervoermiddelen het op den duur afleggen tegen de "moderne" stoomtreinen en stoomtrams. Toch zou het nog tot 1916 duren voordat de allerlaatste diligence - die tussen Gouda en Schoonhoven - werd vervangen door een treintje. 

laatst bijgewerkt: 25-01-06

colofon