3046 Illyrië - Illyricum - Dalmatia
Keizerrijk Rome (43 v. Chr. - 98 n. Chr.); Keizerrijk Rome (98 - 211 n. Chr.); Keizerrijk Rome (211 - 305)

De Romeinen begonnen met de bezetting van Illyrië, de Adriatische kuststrook, die bewoond werd door de Illyriërs, in 168 v. Chr.. Ze beperkten zich hierbij alleen maar tot de kuststreek van Slovenië tot Albanië), die al door de Grieken in de derde eeuw v. Chr. was gehelleniseerd. De Grieken stichtten er de stad Aspalathos, dat later tijdens de Romeinse overheersing werd herdoopt tot Salonae Palatium en later in Spalatum.

De naam van de nieuwe provincie werd Illyricum, genoemd. In 156 v. Chr. vielen de Romeinen ook het binnenland binnen en versloegen daar de Dalmatiërs en dwongen hen tribuut te betalen. De rest van het binnenland volgde omstreeks het jaar 1. In 9 of 10 n. Chr..

Tijdens het bewind van Augustus werd Illyricum in twee nieuwe provincies gesplitst: Dalmatia in het zuiden, Pannonia in het noorden. De rede hiervoor was misschien omdat de provincie te groot werd en daardoor te moeilijk was om goed bestuurd te worden: Dat Tiberius, de schoonzoon van Augustus, een jaar nodig had om de opstand die in dat gebied heerste in 9 n. Chr. neer te slaan, bewijst dit alleen maar. Na deze splitsing begon de romanisering van het gebied pas echt.

De Romeinse provincie Dalmatia bevatte het grootste deel van Krotaië, Bosnië-Herzegowina en Montenegro.. De hoofdstad van was Salonae (het huidige Solin).

Keizer Diocletianus (augustus van de oostelijke provincies van 285 - 305 n. Chr.) maakte de provincie beroemd door er een versterkt paleis te bouwen, een paar kilometer ten zuiden van Salonae.. 

 
Andere steden in de Romeinse tijd waren: Sadrum (Zadar), Saravecium (Biograd na Moru) (ook wel: Urbs Blanca Ad Mare), Fiumi (Rijeka), Sebenicum (Šibenik), Tenenium (Knin), Carlavium (Karlovac), Macari (Makarska), Aenona en Pula op het schiereiland Istrië.

Pula gaat door voor de oudste stad van de hele Oost-Adriatische kust en wordt door de Griekse geschiedschrijver Callimachus en Lycophron voor het eerst vermeld in verband met de stichting van een stad door de Argonauten. Volgens Lycophron legden slangen het fundament voor de stad van de vluchtelingen nadat Jason en Medea het GuldenVlies hadden gestolen, via de Donau waren gevlucht en hier waren beland. Zij noemden de vestiging Pula, wat burcht of bron betekent. In 177 v. Chr. veroverden de Romeinen de stad op de Histriers, waarna de rest van Istrie aan het gezag van Rome onderworpen werd. De Romeinen noemden de plaats Pietas Iulia en later, vanaf 40 v.Chr., Colonia Iulia Polentia Herculanea; de legendarische Hercules was beschermheer van de stad. Vooral onder keizer Augustus breidde de stad uit. Dat gebeurde in concentrische cirkels vanaf de citadelheuvel..

In de stad werd ook een amfitheater gebouwd, dat later onder keizer Vespasianus nog werd vergroot. Het amfitheater neemt in grootte de zesde plaats in onder alle Romeinse arena's die behouden zijn gebleven. 23.000 toeschouwers konden er in plaatsnemen om naar het spektakel te kijken dat zich op het 133x155m metende ovaal afspeelde. De buitenmuur met twee boven elkaar gelegen arcades voor de toeschouwers en een derde bovenste ring met rechthoekige openingen is 32.5m hoog. De buitenste ring is volledig bewaard gebleven. In de arena vonden gladiatorengevechten plaats en tot 404 werden er ook mensen voor de wilde dieren geworpen. In 404 werd dit soort vermaak verboden en werd de arena een marktterrein. In de tijd van de grote volksverhuizing en vanwege de overvallen van de Goten werden de vestingwerken versterkt, waarbij de blokken steen van het theater en de arena als bouwmateriaal werden gebruikt. Alle inspanningen hielpen echter niet tegen de stormloop van de Oost-Goten.
In de 6e eeuw werd de stad Salonae door de Avaren geplunderd. De bewoners die de stad waren ontvlucht  bouwden nabij het versterkte paleis van Diocletianus de stad Spalatum (Split).

Sadrum (Zadar) Zadar was al in de 9e eeuw voor Chr. bewoond door een Illyrische stam. In de 1e eeuw voor Chr. kwam de stad onder Romeins bestuur, eerst als Municipium, later als Colonia. Sadrum was een handelshaven voor hout en wijn. De huidige plattegrond met zijn rechte straten en het forum stamt uit de Romeinse tijd. Het forum werd gebouwd tussen de 1 en 3de eeuw. Het plein is 90 meter lang en 45 meter breed en werd aan drie zijden begrensd door portieken met marmeren zuilen. Aan het huidige Zeleni plein liggen nog de fundamenten van openbare gebouwen, waaronder een ontmoetingsruimte, evenals wat oorspronkelijk plaveisel.

Aenona (Nin) , gelegen op een eiland in een ondiepe lagune, was een van de belangrijkste nederzettingen van de Liburniërs tot de komst van de Romeinen. Tot de Romeinse overblijfselen behoren een amfitheater, stadsmuren, een aquaduct en een tempel gewijd aan de godin van de jacht en vruchtbaarheid, Diana. De stad werd een 'municipium', een stad met Romeins burgerrecht en zelfbestuur. In de 7e eeuw werd de stad door Slaven en Avaren verwoest.

Na Diocletianus regeerden achtereenvolgens over Illyria: 

Galerius (296-311); Licinius (311 - 324); Constantinus (Constantijn) de Grote (324-337); Constans (337-350);  Magnentius (350-353) Gallus (351 - 354); Constantius ll (354 - 361); Julianus (361 - 363); Jovianus (363 - 364); Valens (364-378); Theodosius l (379 - 395); Arcadius (395 - 408); Theodosius ll (408 - 450) Marcianus (450 - 457); Leo l (457-474); Leo ll (474); Zeno (474 - 491)

In 388 vielen de Visigoten, onder hun nieuw gekozen aanvoerder Alaric de Balkan binnen. Na hevige gevechten gelukte het de bekwame veldheer Stilicho de Visigoten te bedwingen, maar toen Theodosius een paar jaar later Visigoten inzette in zijn geslaagde campagne tegen Magnus Maximus, Augustus van het Westen, weigerden ze naar huis terug te keren, en bleven zij op de zuidelijke Balkan rondzwerven en vestigden zij zich o.a. ook in Zuid-Illyrië.

In 475 vluchtte de afgezette keizer Julios Nepos naar Dalmatia, waar hij nog over een klein koninkrijk regeerde tot aan zijn dood in 480. 
In 488 werd Theodorik, de koning van de Ostrogoten door de Oostromeinse keizer Zeno aangesteld als Magister Militium voor Illyria. Tot 526 heerste hij over Dalmatia. In 535 voegde Justinianus (527 - 565) het gebied terug bij het Oost-Romeinse Rijk, dat al het Byzantijnse Rijk was gaan noemen.

In de begin van de 7e eeuw trokken grote groepen Slavische migranten Illyrië binnen. Daardoor werd het binnenland van wat vroeger de Romeinse provincie Dalmatia was, bevolkt door Slavische stammen zoals de Kroaten en de Serviërs. De steden aan de kust bleven machtig en hadden een hoge vorm van beschaving ontwikkeld. De van origine Italiaanse bevolking kon veilig verder leven in de grote steden aan de kust (gesteund door hun verwanten in Italië), terwijl het binnenland bevolkt werd door de Slaven, waarvan de kerstening niet echt vooruitging. Daarbij kwam nog dat de twee bevolkingsgroepen (de Kroaten en de Serviërs) zeer vijandig tegenover elkaar stonden.

Gemaakt: 17-05-07

colofon