2933

Oostelijke provincies (379 - 395 n. Chr.)
Theodosius l - augustus van het Oosten (379 - 395)

Oostelijke Provincies (Valens) (364 - 379 n. Chr.)

Theodosius l (379 - 395)

In opdracht van Gratianus, de keizer van het westen, trok Theodosius, ten strijde tegen de Sarmaten in Pannonia. Na zijn overwinning droeg hij hem in 379 de augustustitel op van het oosten.

Ondanks hun overwinning, verzuimden de Visigoten om het hele Balkangebied, waarover zij nu heer en meester waren geworden, in bezit te nemen. Ook hun vorst Frithigern (Fritigern) begreep niet dat het ogenblik hem nu gunstig gezind was om om op te rukken naar Constantinopel en daar als keizer de macht over te nemen. In plaats daarvan tekenden hij in 382 een verbond met Theodosius, waarin werd overeengekomen dat de Visigoten zich mochten vestigen in Thracië en Moesia (Bulgarije) op de Zuidelijke Balkan. Die overeenkomst hield echter niet lang stand.

In 383 vielen de Visigoten, onder hun nieuw gekozen aanvoerder Alaric, een avonturier van koninklijke afstamming, opnieuw de Balkan binnen om voor zijn volk een gebied vinden waarin de Visigoten zich definitief konden vestigen. Tot het bittere einde zou Alaric in een reeks oorlogen strijden tegen Theodosius' generaal (magister militum) Stilicho.

rechts: Theodosius l

Stilicho (ca. 359 - 408) werd geboren in wat nu Duitsland is. Zijn vader was een Vandaal en zijn moeder een Romeins burger. Ondanks zijn vaders origine is er weinig dat er op wijst dat Stilicho zichzelf anders dan een Romein beschouwde, hoewel hij, zoals zo vele Germanen, het arianisme aanhing in plaats van het katholicisme. Hij nam dienst in het Romeinse leger en steeg door de rangen tijdens het bewind van Theodosius. In 384 stuurde Theodosius hem als een gezant naar het hof van de Perzische koning Shapur III om een vredesakkoord te onderhandelen. Na zijn terugkeerde in Constantinopel na de succesvolle beëindiging van de besprekingen, werd Stilicho gepromoveerd tot generaal en opgedragen de verdediging van het rijk tegen de aanvallen van de Visigoten op zich te nemen, een rol die hij zo'n twintig jaar zou uitvoeren. De keizer zag in dat Stilicho een waardevolle bondgenoot zou kunnen zijn en om bloedverwantschap met hem te vormen, bood hem zijn geadopteerde nicht Serena als bruid aan. De bruiloft vond ongeveer tegelijkertijd met zijn missie naar Perzië plaats. Serena schonk hem een zoon: Eucherius.

Toen de Visigoten de Balkan waren binnengevallen zag Stilicho zijn kans schoon en rukte hij met zijn legioenen op naar Noord-Griekenland onder het mom het oosten tegen de Visigoten te hulp te komen. Rufinus eiste onmiddellijk zijn terugtrekking, wat Stilicho ook deed, maar met achterlating van enkele legioenen onder commando van zijn Gotische generaal Gainas. Deze marcheerde met zijn leger naar Constantinopel, waarna Rufinus waarschijnlijk op last van Stilicho, werd gedood. 

Na hevige gevechten gelukte het Stilicho de Visigoten te bedwingen. Na hun onderwerping (383), wees Theodosius hen opnieuw twee vaste woonplaatsen aan ten zuiden van de Donau. In ruil voor deze landoverdracht, dat ondergeschikt bleef aan het rijk, maar vrijgesteld was van het Romeinse belastingensysteem, zouden de Goten Theodosius voorzien van strijders voor het Romeinse leger onder hun eigen bevel. Op die manier hoopte Theodosius hun stamverwanten in bedwang te kunnen houden. 

links: Stilicho

 

In 384 werd Gratianus, de keizer van het westen, door Magnus Maximus ten val gebracht. Theodosius hem moest hem wel als Augustus van Brittannië, Gallië en Spanje erkennen, maar toen deze ook Valentianus ll uit Italië verdreef, besloot Thedosius tegen hem ten strijde te trekken. In 388 bracht hij Magnus Maximus  een beslissende nederlaag toe. Bij deze campagne werden ook zijn Visgotische contigenten ingezet. Na afloop van de strijd weigerden ze naar huis terug te keren. Zij bleven rondzwerven in Macedonië en overvielen herhaaldelijk dorpen en steden om deze te plunderen. In 390 kwamen de bewoners van Thessaloniki in opstand, waarbij een van Theodosius' bevelhebbers werd vermoord. Theodosius herstelde zijn gezag en liet de bewoners op gruwelijke wijze straffen.

Doordat wegens de burgeroorlogen de Romeinse legioenen aan de Rijn-Donaugrens onttrokken werden, slaagden de Alamannen erin Oost-Gallië te bezetten (390-392). Tevergeefs trachtten de Romeinen door verdragen van bondgenootschap met hen te sluiten hun terreinwinst in het Donaugebied te beperken. 

Theodosius onderdrukte in zijn rijk de Arianen en bestreed het heidendom. In 381 liet hij op het Concilie van Constantinopel de geloofsbelijdenis van Nicaea uitsluitend geldig verklaren. In 392 verbood hij de heidense eredienst door een edict.

In 394 trok Theodosius op tegen Arbogastes, die waarschijnlijk in 392 Valentianus ll had laten vermoorden om Eugenius tot keizer van het westen  te verheffen. Beiden werden bij Aquileia verslagen en zo kwam het Romeinse Rijk opnieuw in één hand.

Theodosius werd in 395 opgevolgd door zijn 18-jarige zoon Arcadius in het oosten en Honorius in het westen. Arcadius toonde weinig kwaliteiten en was door en door afhankelijk van zijn militaire adviseurs. 

rechts: Arcadius (395 -408)

Na de dood van Theodosius (395) is er sprake van een duidelijke scheiding tussen een oostelijke en westelijke helft van het Romeinse Rijk. De benaming Oost-Romeinse Rijk is echter onjuist wanneer men uitgaat van de opvatting dat er (na 395) geen sprake is geweest van een West- en Oost-Romeins Rijk, maar uitsluitend van één Romeins Rijk met een westelijke en oostelijke rijkshelft. 

  Oostelijke provincies (395 - 408)

laatst bijgewerkt: 15-07-07

colofon