2932 |
Oostelijke provincies (364 - 379 n. Chr.) |
![]()
|
Valens wilde de provincies en steden Nisibis, Singara en Castra ten oosten van de Tigris die tijdens het bewind van zijn voorganger verloren waren gegaan aan de Perzen weer herwinnen, maar opstanden in het oosten weerhielden hem van zijn voorgenomen plan. Eén van deze opstanden was die onder leiding van Procopius, een verwant van Julianus, die de troon voor zich opeiste. Hij beweerde ook de nakomeling te zijn van de nog steeds zeer populaire keizer ![]() rechts: |
![]() |
![]() |
![]() |
Nadat rond 375 de Hunnen de Ostrogoten Visigoten en Alanen uit het gebied tussen de Kaspische Zee naar de Hongaarse laagvlakte waren verdreven, kwam het tot een burgeroorlog tussen de regerende koning |
![]() |
Athanarik wilde dit niet en trok zich met een aantal strijders terug naar Transsylvanië. Het grootste deel van de Visigoten trok echter in 376 met Alavivus en Fritigern naar de evers van de Donau en verzochten de Romeinse machthebbers om toegelaten te worden in de Romeinse wereld en zich te mogen vestigen in Thracië (lees. verder: Oost-Europa).
Valens gaf hen die toestemming, maar de mogelijkheid om de Donau over te trekken met een hele stam tegelijk waren klein. Valens had kennelijk de bedoeling de Visigoten in detachementen op te splitsen, in zijn oostelijke leger op te nemen en rest Thracië als woonoord toe te wijzen. Valens was nog steeds vast van plan tegen de Visigoten ten strijde te trekken, ook omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn troepen dat van de Goten en hun bondgenoten in aantal overtrof. Ook hadden de Goten gebrek aan voedsel, en de lokale Romeinse hoogwaardigheidsbekleders sloegen hieruit munt door de Goten het voedsel duur te verkopen. Ze werden zelfs gedwongen hun eigen kinderen als slaven te verkopen tegen laagwaardig voedsel. Het meest verachtelijke voedsel werd verkocht aan een buitensporige prijs en de markten waren gevuld met het vlees van honden of vuile dieren, die aan ziekte waren gestorven." (Edward Gibbon: 'Decline and Fall of the Roman Empire') De Romeinse commandant In een veldslag (377) werden
|
Het was nu wel duidelijk dat de Gotische dreiging groot was en Valens trok nu zelf naar Thracië met een grote legermacht. Fritigern deed hem een vredesaanbod: De Goten zouden als foederati van de Romeinen Thracië krijgen, en zich daar als onderdanen van de Romeinen vestigen. Op 9 augustus 378, terwijl onderhandelingen nog in voorbereiding waren, raakten Romeinen en Goten slaags in de slag bij Adrianopolis. Valens wilde de Romeinse versterkingen niet afwachten en trok onmiddellijk tegen de Goten ten strijde. De strijd verliep echter desastreus. De Goten en hun bondgenoten bleken toch veruit in de meerderheid te zijn en de Romeinen werden afgeslacht onder de pijlenregens die op hen neerkwamen. Tweederde deel van het Romeinse leger sneuvelde in de strijd en Valens raakte gewond. Hij wist te vluchten, maar de boerderij waar hij een veilig heenkomen had gezocht, werd door de Goten in brand gestoken en de keizer kwam om in de vlammenzee. Het was grootste Romeinse nederlaag sinds die tegen de Carthager |
![]() |
Daarna raasden de Visigoten door de Balkan en maakten zich meester van al wat zij nodig hadden - en vaak heel wat meer.Tijdens deze onlusten, die twee jaar duurden, trokken horden Ostrogoten de Donau over. Diverse pogingen steden in te nemen (waaronder zelfs een aanval op Constantinopel) mislukten echter jammerlijk. De Romeinen wisten nieuwe troepen op te stellen en in 379 won Uiteindelijk werd op 3 oktober 382 vrede gesloten tussen de Romeinen en de Goten. De Goten mochten zich vestigen in het gebied tussen Donau en Balkan en vormden daar een soort van 'staat binnen de staat'. Ook kregen ze vrijheid van belasting en een jaarlijkse toelage. Daar stond tegenover dat ze verplicht konden worden militaire diensten te leveren. |
laatst bijgewerkt: 29-06-07 |