2928

Rome (218 - 202 v. Chr.)

  Rome (264 - 218 v. Chr.)
In 218 v. Chr. begon zich voor Rome een nieuwe bedreiging af te tekenen van de Carthagers. In 221 v. Chr. werd de jonge generaal  Hannibal (247-183 v. Chr.) - opgevoed in haat tegen Rome - op zijn 26-ste leeftijd belast met het opperbevel van de Carthaagse troepen. Hij zette de expansiepolitiek van Hasdrubal voort en veroverde na een beleg van acht maanden het Oost-Spaanse Saguntum, bondgenoot van Rome, wat het startsein betekende voor de Tweede Punische oorlog (218-202). 

Rechts: Hannibal

Nadat hij een bondgenootschap had gesloten met het machtige Macedonië trok Hannibal in 219 v. Chr. vanuit Carthago Nova (de huidige stad Cartagena aan de zuidoostkust van Spanje) met een enorm leger, bestaande uit 30.000 man infanterie en 9000 man cavalerie de Pyreneeën. de Rhône en de Alpen over. Een gigantische onderneming, want de bergpassen over de Alpen waren in die tijd nauwelijks begaanbaar: smalle steile paden langs diepe afgronden. Langzaam marcheerde het Carthaagse leger daarlangs omhoog. Overal lagen vijandelijke boogschutters op de loer. 
Boven in de bergen was het bitter koud. Vijftien dagen duurde deze zware tocht en meer dan de helft van de soldaten kwam onderweg om het leven. Ondanks grote verliezen - slechts enkele van de 38 strijdolifanten waren veilig in Italië aangekomen -  wist Hannibal in de Po-vlakte bij Ticinus en Trebia slag te leveren met de Romeinse legioenen, dankzij de Kelten die de Carthagers als hun bevrijders begroetten en zich massaal bij het Carthaagse leger aansloten, doch zij ontpopten zich als enigszins onberekenbare bondgenoten. 
Na zijn overwinning bracht hij de winter door temidden van zijn Keltische bondgenoten. Het volgende voorjaar (218 v. Chr.) trok Hannibal verder zuidwaarts. Italië was voor hem op dat moment één grote lege ruimte. Eerst versloeg hij consul Publius Cornelius Scipio in een ruitergevecht aan de Ticinus. Eind 218 volgde bij Trebia een nieuwe overwinning, dankzij de Berber-ruiters met hun snelle en sterke Afrikaanse paarden en de enkele nog overgebleven strijdolifanten, de tanks van de oudheid. Vervolgens stak Hannibal de Apenijnen over en trok hij plunderend door het vruchtbare Etrurië. Daarmee zette hij de lokale bondgenoten van Rome onder druk en toonde hij de machteloosheid van de Romeinen aan in de hoop dat die volkeren naar hem zouden overlopen, zodat de Romeinen een belangrijke graanschuur zouden verliezen en minder manschappen voor hun leger zouden kunnen rekruteren. 
Joseph Noël Sylvestre - Le Gaulois Ducar décapite le général romain Flaminius à la bataille de Transimène - Béziers, Musée des beaux-Arts Dat bleek echter een misrekening: de elite bleef Rome trouw. In het voorjaar van 217 hakte hij bij het Trasimeense meer het Romeinse leger onder consul Gaius Flaminius Nepos in de pan. Opnieuw moesten de Romeinen zich verder teruggedreven naar het zuiden terugtrekken. Nadat Hannibal Apulië en Campanië, twee vruchtbare streken in Zuid-Italië was binnengetrokken leverde zijn geoefende veteranenleger in 216 v. Chr. slag bij Cannae. De strijd was hard en vreselijk. De Romeinen waren sterk in de meerderheid en vochten met grote verbetenheid, maar door bekwaam manoeuvreren wisten de Carthagers de Romeinen voor de derde maal te verslaan en een ware slachting uit te voeren onder de Romeinse soldaten. Capua en Tarentum liepen over naar Carthago. Binnen twee jaar en en na vier grote veldslagen - Ticinus, Trebia, Trasumene en Cannae - leek het erop dat het gedaan was met Rome. Maar om de een of andere reden, misschien gebrek aan steun van de Italiaanse steden, kregen Hannibals verpletterende overwinningen geen gevolg. Het leek wel alsof zijn besluitvaardigheid was verdwenen op het moment dat hij zijn doel bereikt had. 

Links: De Galliër Ducar onthoofdt de Romeinse generaal Gaius Flaminius Nepos tijdens de slag bij het Trasimeense meer (217); schilderij van Joseph Noël Sylvestre in het Musée des beaux-Arts in Béziers

Rome 215-212 c. Chr.

Kennelijk durfde Hannibal de confrontatie niet aan. Jakob Seibert (1993): Hij mocht een tactisch genie zijn in het leveren van veldslagen, de totaalvisie ontbrak. Bovendien zou Hannibal door aanhoudende politieke twisten thuis onvoldoende steun uit Carthago hebben ontvangen. Volgens Paul Erdkamp waren het de logistieke beperkingen die Hannibal uiteindelijk de das om deden. Zodra de Romeinen hun troepen begonnen te concentreren bij Capua brak het Hannibal op dat hij bij gebrek aan voedselbevoorrading alleen 's zomers kon vechten en ieder jaar op zoek moest naar weer een ander winterkwartier. Zo kon hij op de tegenstander nooit blijvend druk uitoefenen. Voor de Romeinen lag dat anders. Die beheersten de zee en konden vanuit Etrurië en Sardinië volop schepen met graan laten overkomen, dat zij in gefortificeerde magazijnen aan de kust opsloegen Zo konden ze Capua continu belegeren, jaar in jaar uit. Hannibal trok er steeds in de zomermaanden naartoe, manoeuvreerde wat, maar bereikte weinig, ook al omdat hij geconfronteerd werd met terugtrekkende Romeinen die de tactiek van de verschroeide aarde toepasten. 
Ondertussen was de omvang van de oorlog toegenomen. In Spanje behaalde Publius Scipio (237-183 v. Chr.) spectaculaire successen op zijn veldtocht, na aanvankelijk enige tegenslagen. De rebellie op Sicilië werd efficiënt de kop ingedrukt. In 212 v. Chr. belegerden de Romeinen Syracusae en aan het hoofd van de Romeinse troepen trok legeraanvoerder Marcellus de stad binnen. Daarna was de onderwerping van de rest van Sicilië snel een feit. In 211 gaf Hannibal Capua op, waarna Campanië weer onder Romeinse controle kwam. Hannibal trok naar Rome in de hoop de Romeinse legioenen bij Capua weg te lokken. Dat mislukte en om logistieke redenen moest hij ook hier het voortijdig inpakken. 

De laatste oorlogsfase speelde in Apulië. Uiteindelijk brachten de Romeinen ook dit gebied onder hun controle en Hannibal trok zich terug in de teen van Italië's laars. In 207 v. Chr. probeerde zijn broer Hastrubal zich nog met een verterkingsleger bij hem te voegen. Hij vertrok uit Spanje, passeerde de Alpen, maar werd halverwege Italië aan de Metaurus door de Romeinen onderschept, verslagen en gedood. 

De vraag is of het iets zou hebben uitgemaakt als Hastrubal niet zou zijn verslagen. Hannibal zou zijn blijven kampen met een bevoorradingsprobleem. De slag aan de Metaurus van 207 als een cruciaal moment in de oorlog kenschetsen, zoals vaak is gedaan, is dan ook discutabel. De tijd was nu rijp voor een beslissend Romeins offensief. De oorlog moest naar Carthago worden verplaatst. Na een jaar van voorbereidingen landde Scipio in 204 v. Chr. in Afrika, waar hij de Carthaagse stad Utica innam. Meer Romeinse successen volgden en de situatie was nu zo ernstig dat Hannibal met het restant van zijn leger naar huis terugkeerde (202 v. Chr.). Bij Zama in het Tunesische heuvelland kwam het tot een beslissende slag. De Romeinen, die hun lesje moderne oorlogsvoering hadden geleerd, wonnen onder leiding van veldheer Scipio Africanus

Romeinse Rijk (202-100 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 19-03-03

colofon