3133 |
Romeinse oorlogvoering, veldslagen en belegeringen |
![]() |
De soldaten van het Romeinse leger droegen een borstharnas en een helm als ze op wacht stonden. Ze waren gewapend met werpsperen en een kort zwaard. Om zich te beschermen hadden ze ook een dik leren schild, dat versterkt was met ijzer. |
![]()
|
De strijd die de Romeinen voerden tegen de Germaanse "barbaren" (o.a. in de Marcomannen oorlog) was erbarmelijk ongelijk. De armzalige wapenuitrusting en rauwe moed van de barbaren stonden tegenover de superieure kracht van de legioenen van het Romeinse Imperium.
Anders dan de goedbepantserde Romeinse soldaten bezaten de barbaarse strijders borstkuras, noch helm. Meestentijds vochten zij met naakt bovenlijf of met slechts een stoffen mantel over de schouders geworpen. Hun lichte, houten schilden werden gemakkelijk versplinterd door de zware, stalen zwaarden en speren die de Romeinen droegen; maar weinig barbaren konden zich de weelde van een zwaard veroorloven en hun speren waren van hout gemaakt en in het vuur gehard. rechts: Smakkend naar adem wacht een ontwapende barbaar op de genadeslag van twee Romeinse soldaten, die gewapend met speer en schild, hem omsingelen. Aan zijn voeten liggen dode en stervende kameraden. |
![]() |
![]() |
Ondanks hun ontoereikende wapens werd het strijdvuur van de barbaren niet gedoofd. Zij demonstreerden bij hun aanvallen een geestdriftige vechtlust. In een wigvormige formatie vielen zij snel aan onder het slaken van wilde strijdkreten en zich vochten door tot zij vermorzeld werden. Zij waren banger voor de overgave dan voor de dood.
links: Verslagen in de strijd is een halfnaakte invaller, die slechts beschermd wordt door een licht schild van hout, geen volwaardige tegenstander voor zijn Romeinse vijand, die met een zwaard, een stevig schild en borstkuras is uitgerust.
|
De oorlog tegen de barbaarse invallers werd meedogenloos gevoerd. Overwonnen stammen verwachtten geen genade en kregen die ook niet. De hoofdlieden werden vaak verbannen of terechtgesteld en tal van vrouwen en kinderen als slaven weggevoerd. Sommige vrouwen waren zo bevreesd voor de overwinnaars dat zij, als de eigen troepen verslagen waren, haar eigen kinderen doodden en de hand aan zichzelf sloegen om op die manier gevangenneming te ontgaan.
Tot de slachtoffers van deze onmeedogendheid behoorden de Marcomannen en de Quaden, allebei machtige vijanden van Rome. Tegen het einde van het jaar 175 had rechts: Dodelijk gewond glijdt een barbaarse ruiter van zijn paard, dat zadel noch teugel draagt. Achter hem staat een strijder met omhoog geheven arm om nogmaals toe te slaan. |
![]() |
![]() |
Op de zuil van Marcus Aurelius op de Piazza Colonna in Rome is te zien hoe Germanen die trouw zijn aan Rome zich opmaken om twee gevangenen te onthoofden. Op de voorgrond liggen onthoofde lichamen, terwijl nog andere gevangenen met vastgebonden polsen hetzelfde lot wachten. |
Verderop zien we hoe het afgehouwen hoofd van een verslagen barbaarse soldaat aan Marcus Aurelius (gezeten) wordt aangeboden door een Romeins strijder ten teken van overwinning. Terzijde van de keizer staat één van zijn Germaanse bondgenoten welwillend toekijken. | ![]() |
![]() |
Op dezelfde zuil zien we ook een dodelijk beangste vrouw en haar kind die zich aan elkaar vastklampen als zij worden weggeleid door Romeinse soldaten in een gevangenschap die een levenslange slavernij in Rome kon betekenen en vermoedelijk ook scheiding.
Vooral in het belegeren waren de Romeinen ware meesters. Daarbij gebruikten zij belegeringstorens, vuurwerpers, kruisbogen en katapulten. Vuurwerpers waren schiettoestellen die 3 meter lange pijlen afschieten, waaraan een brandende fakkel was vastgemaakt. De kruisbogen konden snel achter elkaar vaak heel doeltreffend dodelijke pijlen afschieten. De katapulten schoten zware rotsblokken of buidels gevuld met stenen over een grote afstand naar de vijand. De belegeringstorens werden een helling opgereden. Valbruggen werden neergelaten en de soldaten konden zo de stad binnenstormen. |
|
Bij de belegering van de Gallische stad Avaricum bij de huidige Franse stad Bourges legden de Romeinen een hellend terras aan tegen de stadsmuur. Vijfentwintig dagen werkten de soldaten dag en nacht door. Ondertussen werkten timmerlieden aan de bouw van enorme belegeringstorens onder haastig gebouwde schutdaken, want de Galliërs wierpen vanaf de stadsmuren regens van pijlen, speren, gesmolten pek en vuurprojectielen naar beneden. |
De Romeinen bestookten de stad met enorme vuurwerpers, kruisbogen en katapulten. Vuurwerpers waren schiettoestellen die 3 meter lange pijlen afschoten, waaraan een brandende fakkel was vastgemaakt. De kruisbogen konden snel achter elkaar vaak heel doeltreffend dodelijke pijlen afschieten. De katapulten schoten zware rotsblokken of buidels gevuld met stenen. De belegeringstorens werden over de helling gereden, valbruggen werden neergelaten en honderden Romeinse soldaten stroomden de stad binnen. Enkele beroemde veldslagen: slag bij Telamon (225 v. Chr.); Trebia (218 v. Chr.), Cannae (216), Numantia (135 v. Chr.); Noreia (113 v. Chr.; slag aan de Sabis (57 v. Chr.); beleg van Alesia (52 v. Chr.); beleg van Avaricum (51 v. Chr.); slag bij castellum Flevum (28 n. Chr.); slag in het Teutoburgerwooud (9 n. Chr.); Slag bij Verona (403); Slag op de Catalaunische Velden (451) laatst bijgewerkt: 18-6-02 |
![]() |