3174 |
Castellum Flevum |
![]() |
Aan het Oer-IJ, een voortzetting van de Vecht die bij Castricum in de Noordzee uitmondde, bouwden de Romeinen ca. 15 n. Chr. op de plaats van de huidige Wijkertunnel een vlootbasis. Het fort, castellum Flevum, bood ruimte aan een heel cohort, oftewel zo'n 500 manschappen.
Rechts: tekening van de Romeinse vlootbasis bij Velsen, Marco Prins, Jona Lendering. Bron: www.livius.org |
![]() |
Op de oeverwallen langs het Oer-IJ hadden zich toen al waarschijnlijk mensen gevestigd. Opgravingen tijdens de aanleg van de Amsterdamse metro in de jaren zeventig lijken dat te bevestigen. Zo zijn er verscheidene munten gevonden en ook een mantelspeld, die dateert uit de tijd dat de Romeinen in Velsen neerstreken. Stadhouder Drusus had de arme Friezen weliswaar belastingplicht opgelegd, maar deze was volgens de Romeinen "in overeenstemming met hun smalle middelen". Ze moesten de Romeinen runderhuiden leveren die werden gebruikt voor het maken van tenten en kleding. Omdat de Friese koe toen al rijkelijk de weilanden bewoonde, konden de Friezen best een paar huiden missen. Jarenlang ging dit goed. |
![]() |
Die situatie veranderde echter dramatisch toen keizer |
Toen voor de zoveelste keer de Romeinse belastingambtenaar langskwam, was de maat vol. Woede en protest kwamen los. In een spontane uitbarsting van volkswoede werden de Romeinse deurwaarders opgepakt en aan de dichtstbijzijnde boom opgeknoopt (volgens een ander bron werden ze gekruisigd). De woedende massa trok naar het Romeinse legerkamp waar Olennius verbleef en eiste luidkeels het hoofd van de Romeinse bevelhebber. Deze keer was hij wat sneller van begrip en spoedde zich met zijn manschappen naar Castellum Flevum, dat daarna door de Friezen bestormd werd. |
![]() |
De overlevende Romeinen vluchtten in paniek weg uit de omgeving van Velsen. Hoewel ze in de slag tientallen hoge officieren, zoals tribunen, praefecten en centurio's hadden verloren, besloot Lucius Apronius om geen wraak te nemen op de Friezen. Het onoverwinnelijke Germaanse volkje had de Romeinen zo'n schrik aangejaagd dat pas dertien jaar later, onder keizer ![]() |
Volgens de Romeinse geschiedschrijver Tacitus (56-117) werd de vlootbasis na deze opstand geëvacueerd. Om er zeker van te zijn dat het ontruimde fort niet door de Friezen zou worden overnemen, hebben de Romeinen het grondwater vergiftigd, door lijken (waaronder een half paardenkadaver) in de waterputten te gooien. Daarvan zijn verschillende resten in Velsen opgegraven. Ook zijn in één van de putten overblijfselen gevonden van herstelwerkzaamheden die daar rond 37 moeten zijn verricht. Deze datering kon worden afgeleid uit de jaarringen van een stuk hout dat bij de reparatie werd gebruikt. Daarna eindigt de geschiedschrijving in Tacitus' Annalen abrupt en gaan pas tien jaar later weer verder. Uit die periode horen we verder alleen dat de beruchte keizer Rond 40 werd een tweede fort gebouwd op de plaats van de huidge Wijkertunnel. Vondsten van dit tweede fort zijn opgeslagen in Wormer. Er zijn munten gevonden uit de tijd van de keizers Caligula en Claudius. De forten blijken veel dichter bij elkaar te hebben gelegen dan eerst werd gedacht, slechts enkele honderden meters. Voorheen werd aangenomen dat de Romeinen zich in die tussenperiode nauwelijks meer in deze contreien hebben laten zien, maar er zijn aanwijzingen dat ze nooit zijn weggeweest en dat de Romeinen de forten in Velsen permanent bewoond hebben. Dat betekent dat in die periode zich dagelijks Romeinse schepen langs het later Amsterdam zijn gevaren. Het Oer-IJ, een zijtak van de Oude Rijn die toen bij Castricum in zee uitmondde was voor de Romeinen een belangrijke waterwegverbinding naar de Waddenzee en het noorden van Duitsland. Bij het tweede fort zijn dezelfde slingerkogels gevonden als bij het eerste, wat zou kunnen betekenen dat de Romeinen nooit uit Velsen zijn weggegaan. Sterke bewijzen zijn dit niet maar een uitgebreid onderzoek naar de Romeinse aanwezigheid rond Amsterdam is nooit gedaan. In 48 na Christus gaven de Romeinen hun aspiraties benoorden de Oude Rijn op en werd fort Flevum bij Velsen verlaten en ontstond Germania Inferior ten zuiden van de Oude Rijn. Vanaf dat moment zijn in de vele honderden Friese vindplaatsen in Noord-Holland dan ook nauwelijks meer Romeinse sporen terug te vinden, heel weinig aardewerk, geen sporen in huizenbouw, religie, veestapel, enz. |
Bronnen:
laatst bijgewerkt: 05-09-10 |