Van west naar oost waren dat:: Lugdunum Batavorum * Flevum (Velsen), Fectio (Vechten), Lugdunum * (Katwijk), Praetorium Agrippinae, Valkenburg, (gesticht in ± 39 n. Chr.), Matilo (Roomburg bij Leiden), Albaniana (Alphen aan de Rijn), Nigrum Pallium (Zwammerdam), Bodegraven *, Amerongen, Laurum (Woerden), De Meern, Trajectum (Utrecht), Rossum, Ceuclum (Cuijk), Fectio (Vechten), Levefanum (Rijswijk), Mannaricium (Maurik), de militaire vicus Carvo * (Kesteren), Randwijk *, Driel *, Meinerswijk, Loowaard * en Carvium (Bijlandse Waard) en de Brittenburg, voor de kust bij Katwijk.
(het * geeft aan dat de locatie nog niet bekend is.
In dit door water geplaagde land waren er twee manieren om goed over land te reizen. Langs de kuststreek lagen een aantal hoge en droge oude stranden en duinen: de resten van oude zeekusten van duizenden jaren eerder. Hierover kon men van noord naar zuid reizen. Als rivieren overstromen bezinkt het zwaarste zand direct langs de oever waardoor een rivieroever ontstaat die hoger ligt dan het achterliggende land en dus goed begaanbaar is. Over de Rijnoever kon men zo van west naar oost reizen. Nadeel was wel dat men steeds zijgeulen moest oversteken. Op deze duinen en rivieroevers werden dus bij voorkeur de wegen aangelegd die voor de grensverdediging belangrijk waren.
|
 |