3211

De Lage Landen (300 - 400 n. Chr.) - 1

Lage landen 270 - 300 n. Chr. Saksen (100-500); Friezen (200-400); Chamaven en Salische Franken (200-400)

Sinds het eind van de derde eeuw was het oosten van ons land bewoond door de Saksen en Eutische Saksen, die zich nu Friezen noemden. Saksen en "Friezen" (200-400).

Het westen was sinds de stormvloed van ca 270, die grote bressen in de strandwal had geslagen, een woest en vrijwel ontoegankelijk gebied met plassen, moerassen en drassige gronden. Het Flevomeer was veranderd in een grote binnenzee: het Almere. De bewoners waren getrokken naar de wat hoger gelegen delen, zoals de duinstrook en de heuvels van het Gooi. 

 

In het begin van de vierde eeuw na Chr. raakte betrekkelijk onverwacht en in korte tijd de Nederlandse kuststreken, ook die in Noord-Nederland in hoge mate ontvolkt. Mogelijk was dit een gevolg van ontwikkelingen in het Romeinse rijk. Een kleine restbevolking, nauwelijks in de archeologische record teruggevonden, bleef vermoedelijk achter.

 

Keizer Constantijn de Grote (305-337) slaagde er in de orde in het rijk weer enigszins herstellen. De Romeinse legioenen, die de Rijndelta tussen 275 -285 hals over kop hadden verlaten, keerden terug naar de Lage Landen en heroverden het gebied ten zuiden van de Oude Rijn. Hoewel de Rijngrens de officiële rijksgrens bleef, werd in werkelijkheid de grens verlegd naar de Waal met Noviomagus (Nijmegen) als belangrijke grenspost. Met de Romeinse legioenen keerde in de lage landen ook de rust weer. Later verschoof de noordgrens zich nog verder naar het zuiden, tot de weg Keulen - Maastricht - Tongeren - Boulogne. 

 

Het fort bij Valkenburg werd tussen 316 en 365 verbouwd tot een overslaghaven met drie houten graanschuren voor de graantransporten uit Engeland die hier de Rijn opvoeren. Het leven keerde echter niet meer terug. In het fort zal waarschijnlijk bewaking zijn gelegerd, maar niet zo veel als vroeger en op het land rond de Rijnmond woonde bijna niemand meer.

 

Het fort Ceuclum (Cuijk) werd hersteld en verbouwd tot een stevige vesting om een beleg te kunnen weerstaan. Constantijn mocht de orde aan de grens weer hebben hersteld, dat wilde niet zeggen, dat de Romeinen het hele gebied controleerden. Ze moesten dulden dat de buitengebieden rond plaatsen als Cuijk en Nijmegen in handen waren van de Franken. Tot het afval dat de Romeinen er hebben achtergelaten behoren een aantal zeer goed bewaard gebleven Romeinse sandalen.

De Romeinse grondbezitters lieten hun oude villa's echter onbewoond en bleven liever in Trajectus ad Mosam (Maastricht) en Coriovallum (Heerlen) wonen, waar zij door muren en castella werden beschermd. 

rechts: Bij de nederzetting Trajectum ad Mosam (Maastricht) werd in de vierde eeuw een castrum (versterkte legerplaats) gebouwd.

vervolg

laatst bijgewerkt: 14-10-02

colofon