3546

Romeinse legerplaatsen (castra)

Germania Inferior; Germania Superior; Een rivier als grens; Romeinse castella; Germania Superior; Een rivier als grens; Romeinse castella

De wat grotere legerplaatsen, die onderdak konden bieden aan ten minste een heel legioen werden castra genoemd. Zij werden vaak gebouwd op plaatsen waar verschillende handelswegen elkaar kruisten. Samen vormden de fortificaties en legerplaatsen de limes van Germania Inferior, de grenszone van het Romeinse rijk met diverse legerplaatsen dat onder direct militair gezag stond. In de castella werden meestal een paar honderd man gelegerd, die snel moesten optreden als er ergens een aanval was van lastige Germanen  en Friezen

Bij Nijmegen aan de Waal werd de grote legioenvesting (Castra) Batavodorum (Batavorum) gebouwd. Iets verder stroomopwaarts lag (in Duitsland) lag Castra Vetera (Xanten), waar voor een periode van 35 jaar het tiende legioen gelegerd werd. Sommige castra groeiden uit tot nederzettingen en steden. Gehuwde soldaten kregen er een vaste woning.  Bij een natuurlijke oversteeg aan de Maas werd in de vierde eeuw castrum Mosae Trajectum of Trajectus ad Mosam (= oversteekplaats aan de Maas) gebouwd. 
Op plaatsen met warmwaterbronnen bouwden de Romeinen thermen. Daar ontstonden badplaatsen zoals: Wiesbaden, Baden-Baden en Acquae (Aken). Verder naar het zuiden veroverden de Romeinen nog meer gebied, namelijk het middelste en oostelijke deel van de Alpen, het tegenwoordige Hongarije en het noordelijke deel van het Balkanschiereiland. Daar werd de rivier de Donau de nieuwe grens. Het fort Castra Herculis in Meinerswijk bij Arnhem is een van de vier bekende vroeg-Romeinse versterkingen in ons land. Het werd gebouwd als uitvalsbasis voor de veroveringstochten van de Romeinen in het noorden en kreeg de toepasselijke naam 'fort van Hercules'.Tegenwoordig ligt op de plaats van het castellum een natuurgebied. 

Het fort  is naast Nijmegen (Hunerberg), Vechten (Fectio) en Velsen (Flevum) de vierde bekende vroeg-Romeinse versterking. Het fort lag strategisch, op het punt waar de Rijn door het kanaal van Drusus uit de eerste eeuw v. Chr. werd verbonden met de IJssel. Castra Herculis lag aan de binnenkant van een oude rivierbocht. Deze was nog niet dichtgeslibd en kon dus gebruikt worden als haven. Het had ook een nadeel, want dankzij de rivier waren er regelmatig overstromingen, waardoor de Romeinen de versterking kunstmatig moesten verhogen.

Het Romeinse leger bouwde het legerkamp tussen 10 en 20 n. Chr., vermoedelijk voor de veroveringscampagnes van Germanicus die hij voerde van 14 tot en met 16 n. Chr. in het vrije Germanië. Hiervoor had hij schepen en soldaten nodig, die hij ergens moest onderbrengen. Bovendien moest hij een uitvalsbasis hebben in de richting van het te veroveren gebied. Vermoedelijk liet hij zijn troepen in deze periode de versterking bouwen. Het fort huisvestte in eerste instantie een legioeneenheid. Mogelijk ging het om soldaten van het in Xanten gelegerde 5de legioen.

De Bataafse opstandelingen verwoestten in 69 n. Chr. de houten versie van het fort. De Romeinen bouwden meteen een nieuw fort. Aan het einde van de tweede eeuw was het, zoals de meeste in onze streken, geheel van steen. In de derde eeuw lijken nog bouwactiviteiten te hebben plaatsgevonden omdat er inscripties uit die tijd zijn gevonden. Mogelijk was er ook een versterking in de vierde eeuw n. Chr., wat zou passen in de laat-Romeinse operaties langs de Rijn onder keizer Julianus in 359.

Aangezien de Rijn al in de vroege Middeleeuwen het grootste deel van het fort had weggespoeld, berustte het bestaan ervan lange tijd alleen op de vermelding op de kaart van Peutinger, de ligging en een aantal losse vondsten. Speciaal voor het lokaliseren van het veronderstelde fort is in 1979 een kleine opgraving gedaan. Er zijn verschillende stenen muren gevonden. Dat dit Romeinse muren waren, werd bevestigd door de ontdekking van tufsteen. In de proefsleuf vonden de archeologen ook terra sigillata (Lat.gestempelde aarde: Romeins draaischijfaardewerk vaak voorzien van een pottenbakkersstempel op de binnenzijde van de bodem) en dakpannen.

Rechts: luchtfoto van de opgraving in 1991/92
Gelukkig is niet alles van het terrein weggespoeld en zijn er nog steeds resten in de bodem aanwezig. In 1991/92 is er nog een opgraving uitgevoerd die resten van gebouwen aan het licht bracht: de zuidmuur met de porta decumana van het fort en het hele hoofdgebouw (principia) . Het bezat een binnenhof, een dwarsgelegen hal (basilica) en zeven vertrekken daarachter. De middelste daarvan was het vaandelheiligdom (aedes). Ter plaatse is niet veel te zien aan de oppervlakte, behalve het natuurgebied. Archeologische vondsten zijn te zien in het Historisch Museum van Arnhem. Door de aanleg heirwegen werden de Germaanse nieuwe gebieden ontsloten en werd de invoer van Romeinse producten vergemakkelijkt. 

 

 

Colofon

laatst gewijzigd: 04-05-07