3544

Een rivier als grens (Romeinse Limes)

Germania Inferior; Germania Superior


De nederlaag van de Romeinse opperbevelhebber Varus in het jaar 9 na Chr. tegen de Germanen (slag in het Teutoburgerwoud) betekende vrijwel het einde van de Romeinse expansiedrift naar het noorden. 

In de jaren daarna werden in Zuid-Duitsland nog wel enige gebieden, gelegen tussen de Rijn en de Donau veroverd, maar daar bleef het bij. 

Eeuwen lang liep de grens van het Romeinse rijk dwars door Duitsland en wel van de Rijn tussen Remagen en Andernach naar de Donau in de buurt van Regensburg. Hier ontstond de limes, een versterkte grens met palissade, wallen, uitkijktorens en forten, niet onoverwinnelijk, maar een paar honderd jaar lang toch voldoende om de Germanen op een afstand te houden.

Mogontiacum (Mainz) 

In 13/12 v. Chr. werd door Nero Claudius Drusus het castellum Mogontiacum aangelegd. Kort daarop werd op de oostelijke Rijnoever een tweede fort gebouwd (castellum Mattiacorum) dat vanaf 27 met een brug over de Rijn met Mogontiacum werd verbonden. In het jaar 15 begon Germanicus Julius Caesar vanuit het fort met zijn tweede veldtocht in Germania. Bij het fort ontstonden burgernederzettingen (canabae), die al snel aan elkaar groeiden tot de stad Mogontiacum.

In 33 werden thermen aangelegd, en rond dezelfde tijd werd het theater waarin 10.000 mensen plaats konden nemen. De stad bleef gedurende de Romeinse tijd vooral een militaire vesting en bleef daardoor vrij compact, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Colonia Claudia Ara Agrippinensium (Keulen) en Augusta Treverorum (Trier), wat voor die tijd vrij grote steden waren. Keizer Caligula (37 - 41) bezocht de stad in 39, waarbij een aanslag op hem kon worden voorkomen. De bewaard gebleven Jupiterzuil van Mainz werd rond 60 gebouwd.

In het wijdse heuvelachtige landschap van de Taunus met zijn uitgestrekte velden en bossen liggen hier en daar nog restanten van de limes. In een van die bossen, niet ver van Bad Homburg, werd een kleine honderd jaar geleden zo'n Romeins fort op zijn oude fundamenten weer opgebouwd. Deze Saalburg geeft een indruk van het leven van de soldaten aan de limes.

De limes voor Germania Inferior bevond zich sinds 16 na Chr. op de linkeroever van de Rijn. Het gebied tussen de grote rivieren waren dus het grensgebied van het Romeinse rijk. Het zuiden van de lage landen tot aan de Oude Rijn was Romeins gebied. Het traject in de Lage Landen liep langs Nederrijn, Kromme Rijn en Oude Rijn en kende waarschijnlijk 18 of 19 castella (militaire forten). 

De limes werd door de Romeinen als het veiligste type grensversterking beschouwd. Dat gold zeker voor het neder-Germaanse gebied. Van de Germanen aan de oostkant van de rivier was immers bekend dat ze, in tegenstelling tot de delta- en kustbewoners, niet erg handig waren in het bouwen van schepen en het manoeuvreren ermee. Een simpele oversteek kostte hen zeker enkele weken. Ook langs de Donau en de Eufraat ontstonden dergelijke limetes. De limes in Brittannia zou later gevormd worden door de Muur van Hadrianus. 

Op strategische punten en regelmatige onderlinge afstanden - zelden meer dan 20 km - liet keizer Claudius (41-54) forten (castella) bouwen, die werden bemand door hulptroepen die grens en grensverkeer moesten bewaken. Contact onderhield men met oog, oor en ruiterij.

Op centrale plekken aan de limes of in het achterland werden legioenen gelegerd met de taak de troepen van meerdere castella te assisteren. Verder werd de limes bevolkt met veteranen van de Romeinse legioenen en Gallische kolonisten. 

Tussen twee castella kwamen aan de rivier kleine houten wachttorens te staan, die werden bemand met ca. vier soldaten. De torens werden zo gebouwd dat de wachters vanaf de zeven meter hoge omloop een hele bocht over de rivier konden overzien. De ingang van de toren was op de eerste verdieping en was met een trap te bereiken. Daar was ook het woongedeelte en de keuken, waar de soldaten gedurende de wachtperiode van enkele dagen verbleven. 

Rond 90 na Chr. begonnen de Romeinen de aanvankelijk onverharde weg op de zuidoever van de rivier aan te pakken. Ze maakten er een dijkvormig weglichaam van met een rijweg met een breedte van ongeveer vijf meter. Omstreeks 100 en 125 na. Chr. voerden de Romeinen langs de hele grens grote werken uit. De houten wachttorens werden vervangen door stevige stenen toren met muren van ongeveer 1 meter dik en een zwaar dak bedekt met grote Romeinse dakpannen. 

De wachttorens werden beschermd door wallen, voorzien van palissaden (muur van puntige houten palen) en soms ook door een gracht om te verhinderen dat Germanen buiten de controleposten om de grens zouden passeren. De weg die de forten, wachtposten en legioenvestingen met elkaar verbond werd verhard. Mogelijk gebeurde dit alles op bevel van eerst Trajanus en later Hadrianus, die rond die tijd Neder-Germanië bezochten. Een en ander hield waarschijnlijk verband met troepenverplaatsingen van Neder-Germanië naar de onveiliger Donaugrens. Een verbeterde infrastructuur en communicatielijnen maakten troepenverplaatsingen langs de Rijn minder risicovol. Als reactie op de zoveelste invasie van de Alamannen in 270 n. Chr. werd de limes opnieuw versterkt.

Bij de bouwwerkzaamheden moeten duizenden soldaten betrokken zijn geweest. Eikenhout, basaltblokken en grind werden uit verre streken per schip aangevoerd. Op gezette punten verrezen kademuren en aanlegplaatsen om de schepen te kunnen lossen. In naburige emplacementen werden de bouwmaterialen opgeslagen en verwerkt om te kunnen dienen als oeverconstructies, wegbeschoeiingen en plaveisellagen. 

Het onderhoud van de limes in het rivierenlandschap kostte minstens zoveel moeite. In de loop der jaren veranderde de rivier zijn loop en moest soms een toren verplaatst worden. Verder moest er ieder jaar wel iets gerepareerd worden, omdat de rivier steeds weer ergens door een oever brak. Met een systeem van moerasbruggen, dammen en duikers deden de Romeinen hun best om de boel zo droog mogelijk te houden. Ze hebben het tot de derde eeuw volgehouden. Toen na de dood van keizer Tacitus in 276 na. Chr. verschillende keizers met elkaar streden om de macht, trokken de laatste Romeinse legioenen weg uit het rivierengebied in de Lage Landen.

Rechts: Romeinse legioenvesting (castra)

laatst bijgewerkt: 04-04-03

Colofon