2961

Romeinse Rijk (98 - 117 n. Chr.)
Marcus Ulpius Trajanus 

Titus - Domitianus - Nerva  (79 - 98 n. Chr.)

In 98 kreeg het rijk na lange tijd weer een keizer die het land met stevige hand regeerde: Marcus Ulpius Trajanus (98-117), de laatste grote veroveraar van het Romeinse Rijk. Hij was in de eerste plaats krijgsman, die met krachtige hand de grenzen van het rijk zou gaan beschermen. 

Koning Decebalus van Dacië wenste de Grieks-Romeinse beschaving in zijn land (dat ongeveer overeenkomt met het huidige Roemenië) te introduceren en ten einde op gelijke voet met Rome te staan, begon hij de Romeinse krijgskunst te leren. Zijn plannen waren verreikend en hij trad zelfs in onderhandelingen met de Parthen, de aloude vijand van Rome en Azië. 

In 85 n.C. waren zijn voorbereidingen voltooid en bracht hij Rome haar eerste slag toe door Moesia binnen te vallen. Generaal Julianus had meer succes dan zijn voorganger Cornelius Fuscus, en bracht de Daciërs een gevoelige slag toe door grote aantallen hunner te doden op zijn weg.
Op 25 maart 101 n.C. werden in Rome offers gebracht voor het welslagen van de eerste expeditie van Trajanus tegen Dacië en hij vertrok vrijwel terstond naar de Donau, die hij aan het hoofd van een leger van 60.000 man overstak. De overwinning van de Romeinen te Tapae was het grootste succes van de veldtocht van het eerste seizoen. In het tweede seizoen hervatten zij hun opmars naar de Dacische hoofdstad Sarmizegetusa, waardij zij sterke tegenstand ondervonden. De Daciërs kregen versterking van de bereden Sarmatische boogschutters. Vredesonderhandelingen leidden tot niets en pas toen de Romeinen voor de poorten van Sarmizegethusa een overwinning behaalden, gaf Decebalus zich onvoorwaardelijk over. Hem werden voorwaarden opgelegd die van hem een onderworpen koning in een federatie met Rome maakten.

 

Toen de Romeinen zich echter eenmaal hadden teruggetrokken, werd spoedig duidelijk dat hij niet van zins was zich aan de hem opgelegde voorwaarden te houden en dat hij wederom met zijn buren tegen Rome aan het intrigeren was. Daarom besloot Trajanus in 104 n.C. Decebalus af te zetten en van Dacië een Romeinse provincie te maken. Hierna handelde hij tegen het voorschrift van Augustus in, dat geen provincies meer aan het Rijk moesten worden toegevoegd, maar Trajanus was duidelijk van mening dat de van Decebalus' uitgaande bedreiging zijn gedragslijn rechtvaardigde. Voor de tweede Dacische oorlog (105-106) werden er zelfs nog meer troepen bijeengebracht.
In 106 n.C. in het beslissende gevecht werden de Daciërs hopeloos verslagen, maar Decebalus ontsnapte. Hij werd in een hoek gedreven en pleegde zelfmoord. Van beide Dacische oorlogen komen op de Reliëfs van de Zuil van Trajanus afbeeldingen voor, die de schaarse literaire verslaggeving aanvullen.

Links: Sarmizegatusa 

Na zijn overwinningen op de Daciërs (106) en de Assyriërs bereikte in 116 het Romeinse rijk zijn grootste omvang en kwam het opnieuw tot grote welvaart. Het strekte zich uit van de Kaspische Zee in het Oosten tot de Atlantische kust van Spanje in het westen, van Brittannië in het noorden tot aan Egypte in het zuiden. De Romeinen bezaten al het land rondom de Middellandse zee en heel West- en Midden-Europa. Het rijk bestond uit 43 provincies en ± 4000 steden. Enkele namen van vroegere Romeinse provincies worden nu nog gebruikt, zoals: Britannia, Germania, Belgica, Africa, Asia, Arabia, Aegyptia, Tracia, Macedonia. Augusta Treverorum (Trier) was de hoofdstad van de drie noordelijke provincies Belgica, Hoog Germania en Laag-Germania. 

In 106 werd Trajanus na zijn overwinning op de Daciërs met groot triomf Rome binnengehaald. Ter herinnering aan zijn overwinning liet Trajanus een forum bouwen dat in grootte en pracht alle andere fora moest overtreffen. (z. Forum van Trajanus). Op het forum liet hij een enorme zuil plaatsen waarop zijn overwinning op de Daciërs in een lange spiraal van boven naar beneden verteld werd. Deze zuil werd na zijn dood ook zijn mausoleum. In de voet werd later in een gouden urn zijn as bijgezet. 

Na zijn overwinning op de Daciërs wilde Trajanus ook de Parthen aan zich onderwerpen. 

Nadat Trajanus in 113 n. Chr. zegevierend door Armenië en Mesopotamië was getrokken, stak hij de Tigris over en veroverde het Assyrische rijk. De drie landen werden tot Romeinse provincies gemaakt. De oostgrens werd het randgebergte van Iran. Het gebied was echter zo groot dat het bijna niet onder controle was te brengen. Na zijn veroveringen werd de keizer ernstig ziek en spoedig stierf hij (117 n. Chr.).  Trajanus' lange bewind betekende een periode van stabiliteit en toenemende welvaart. In de tijd die Trajanus in Rome doorbrak (106-113) nam hij tal van maatregelen ter herstel van de Italiaanse economische welvaart. Door het hele rijk werden nieuwe wegen aangelegd om het transport van agrarische en andere producten te verbeteren. 

Er werden nieuwe aquaducten gebouwd en de havens van Ostia en Ancona werden sterk verbeterd. En om de zienderogen wegkwijnende landbouw nieuw leven in te blazen, probeerde hij het tekort aan mankracht en kapitaal op te vangen door het opleggen van emigratieverbod en het verplicht investeren in Italiaanse landerijen.

Hadrianus (117-138 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 20-03-05

colofon