3084 |
Romeins theater |
![]() Aanvankelijk werden Romeinse toneelstukken op houten stellages opgevoerd, terwijl de toeschouwers op banken zaten. In de eerste eeuw voor Chr. werd in Rome het eerste stenen theater gebouwd, namelijk dat van Pompejus, dat plaats bood aan 17.500 toeschouwers. De Romeins schouwburgen leken erg op de Griekse. Dat is goed te zien aan het theater in Orange (Zuid-Frankrijk). Toch waren de Romeinen beter architecten. Waar de Grieken de zitplaatsen tegen de flank van een rots aanbrachten, trokken de Romeinen het gebouw helemaal in steen op. Om de toeschouwers te beschermen tegen de hitte, overspanden zij het gebouw met een zeildoek. |
Een Romeins theater was meestal gebouw in een half cirkelvormige kuil. De zitplaatsen liepen terrasvormig omhoog. Dit gedeelte werd het auditorium genoemd. Aan de voet ervan lag een vlak gedeelte in de vorm van een halve cirkel (orchestra). Daarachter bevond zich een lang houten toneel met aan weerszijden kleedkamers en vertrekken om de kostuums op te bergen. Achter het toneel bevond zich een façademet nissen, zuilen, ornamenten en deuren voor het opkomen en afgaan van de toneelspelers. Boven het toneel was een hellend dak aangebracht om het geluid naar de toeschouwers terug te kaatsen. Het toneel had twee zij-ingangen tussen het toneel en het auditorium in.. die later overdekt werden. Hierboven werden zitplaatsen voor voorname personen geplaatst. In de orchestra bevonden zich zitplaatsen voor de elite. De mensen uit de lagere klassen zaten op de hogere rijen. Net als het amfitheater kon ook dit theater bij regen of felle zon overdekt worden met een zeildoek. Het theater was oorspronkelijk een onderdeel van de lijkspelen die ertoe dienden de goden te verzoenen en hun gunst te vragen. Deze lijkspelen werden gehouden op markten en pleinen op een geïmproviseerd en gemakkelijk af te breken toneel. Het publiek keek staande toe. pas toen de voorstellingen hun betekenis verloren hadden werden, in de loop van de tweede eeuw v. Chr., zitplaatsen opgesteld. Een gedeelte van de bevolking bleef hier echter uit religieuze overwegingen nog lang tegen gekant. |
![]() |
Een groot theater kon 5000 toeschouwers bevatten. Vanuit een kelderachtige ruimte onder het toneel werd een groot toneelgordijn omhooggetrokken. Ook kon men, tijdens de voorstelling vanuit deze ruimte plotseling "goden" op het toneel laten verschijnen. Voor snelle decorwisseling gebruikte men grote, draaibare, houten driehoekige panelen, die aan elke zijde anders beschilderd waren en van waaruit ook plotseling figuren tevoorschijn konden komen. Ook had men apparaten om donder en bliksem na te bootsen en kon men dingen door de lucht laten "vliegen". Er waren echter ook kleinere theaters en concertzalen. Zon concertzaal (odeum) was een rechthoekig gebouw met een houten dak ten behoeve van de akoestiek. De kleinere theaters werden gebruikt voor concerten, lezingen en voordrachten en waren voorbehouden aan de elite. |
Bij sommige toneelstukken werd maskers gebruikt om daarmee vaste "types"uit te beelden, zoals "de vrek", "de hansworst", "het liefje"enz. Deze toneelstukken werden "Atellaanse farces" genoemd, naar de plaats Atella in Campanië). Deze farces waren niet alleen komisch, maar ook vaak ook grof. Er waren ook mimespelen. Hierin werden alledaagse scènes in beeld gebracht met spel van gelaatstrekken, dans en muziek. Ook dit spel werkte met vaste typen en ook hier was de inhoud vaak grof. Zowel in de farce als in het mimespel wemelde het van de echtbreeksters, dieven en moordenaars. Het gebeurde niet zelden dat de "moordenaar" van het stuk een echte moordenaar was, die zowel door het gerecht als door het regieboek ter dood veroordeeld was en op het toneel ter dood gebracht werd. Tenslotte was er nog het pantomimespel. Dit spel werd meestal vertolkt door één speler: de "pantomimus" (letterlijk: degene die alles imiteert. Het pantomimespel werd omstreeks 22 voor Chr. in Rome geïntroduceerd en werd spoedig enorm populair. Het leek een beetje op een modern ballet. De speler werd begeleid door muzikanten en een onzichtbaar opgesteld koor, dat de bijbehorende tekst zong. De pantomimespeler was telkens anders gekostumeerd en gemaskerd, al naar gelang het type dat hij uitbeeldde. |
![]() |
De gewone burgers hoefden niets te betalen en gingen soms al de avond van te voren naar het theater om een goede plaats te krijgen. Men nam eten en drinken en zelfs zonneschermen mee. Er heerste heel wat onrust voordat de voorstelling begon. Ook werd er volop gevloekt, als bijv. een dondermachine uitviel of een auteur te zacht sprak. De voorname toeschouwers konden op het laatste moment binnenkomen, omdat hun plaatsten gereserveerd waren.
Vóór de tijd van de pantomimespelers waren de toneelspelers vaak slaven of vrijgelaten slaven (meestal Grieken). Ze genoten weinig aanzien evenals de auteurs van de toneelstukken. Pas in de tijd van Nero werden ze met meer achting behandeld, daar deze zelf ook toneelspeelde. Pantomimespelers konden zelfs enorm populair worden. De komst van zo'n pantomimespeler in een stad werd als een geweldige gebeurtenis beschouwd. Soms bood het theater, net als de arenagevechten, bloederig amusement.. Allerlei mythen en sagen werden levensecht opgevoerd. Wilde het verhaal dat Hercules levend verbrandde, dan werd een gevangene als klassieke held uitgedost en in een menselijke fakkel veranderd. Ook de ondergang van Icarus, die met zijn vleugels van was en veren naar de zon wilde vliegen en neerstortte, kon altijd op veel instemming van het publiek rekenen. Keizer In Rome stond het theater van Marcellus. laatst bijgewerkt: 03-05-07 |