3141 | Slag in het Teutoburgerwoud (9 n. Chr.) |
![]() |
In het jaar 9 na Chr. leden de Romeinse legioenen van ![]() ![]() ![]() Rechts: Romantische voorstelling van de slag in het Teutoburgerwoud, in 9 n. Chr.), schilderij van de Duitse schilder Friedrich Tüshaus (1832 - 1885) |
![]() |
![]() |
Of die slag zich werkelijk in dit gebied heeft afgespeeld, staat niet helemaal vast. Ongeveer 30.000 Romeinse soldaten zouden toen zijn gesneuveld. Het stormde en regende toen de troepen van Arminius de drie legioenen van Varus aanvielen. Misschien werd er meer oostelijk gevochten, bij wat nog altijd de Porta Westfalica wordt genoemd.
Het slagveld in het Teutoburgerwoud, waarbij de Germanen de Romeinen in een hinderlaag lokten, werd in het begin van de 20e eeuw bij Kalkriese ten noorden van Osnabrück ontdekt. Zij lag vlak over de grens bij Enschede bij een nauwe doorgang tussen de Kalkrieser Berg en het grote moeras aan de noordkant van het Wiehengebergte, waar al drie eeuwen lang Romeinse munten waren gevonden. De datering van deze munten kwam gedeeltelijk overeen met het jaar van de slag en gedeeltelijk met dat van de veldtochten van |
Behalve Romeinse loden slingerkogels en vele andere voorwerpen gevonden, waaronder wapens, die de aanwezigheid bewijzen van zwaarbewapend voetvolk. Tot de spectaculairste vondsten behoren verder een ijzeren gezichtsmasker van een Romeinse helm, een pantser en een schild. Maar de belangrijkste ontdekking was van andere aard: het restant van een ongeveer 5 meter brede en 200 meter lange wal van graszoden, aangelegd tussen twee beekjes. Bijna alle opgegraven Romeinse militaria en munten lagen ervóór en slechts een paar daarbinnen. Het leek erop dat de wal door de Germanen was opgetrokken en dat een eventueel gevecht vóór de wal had plaatsgevonden. | ![]() |
Niet alleen verloor het Romeinse rijk op dat moment in één klap bijna een kwart van zijn manschappen, het betekende ook een enorm verlies aan prestige voor keizer ![]() |
![]() |
Na het vernemen van het dit onheilsbericht liet keizer de hele dag soldaten door Rome patrouilleren om ongeregeldheden te voorkomen. Een ook liet hij direct, bij decreet, de ambtsduur van de regenten in de provincies verlengen, met de bedoeling dat alle bondgenoten dor ervaren en vertrouwde personen in de hand werden gehouden. Men vertelde dat de keizer zelfs zo van streek was dat hij maandenlang zijn baard en haren liet groeien en soms met zijn hoofd tegen de deur liep terwijl hij met luide stem riep: "Quinctilius Varus, geef me mijn legioenen terug!". Hij rekende deze ramp voor de rest van zijn leven onder de grootste tegenslagen die hem hadden getroffen. Tot zijn dood zou hij ieder jaar de dag van deze nederlaag als een nationale dag van droefheid en rouw hebben beschouwd. De nummers van de drie door de Germanen afgeslachte legioenen (17e, 18e en 19e) werden nooit meer gebruikt.
Het verzet van de Germanen tegen de Romeinse overheerser was op dat moment nauwelijks van enige betekenis geweest, maar kreeg na deze overwinning een enorme impuls. De Romeinen hebben nog wel ettelijke keren geprobeerd hun macht in het gebied ten oosten van de Rijn te herstellen. Zo trok Germanicus in het jaar 15 en het jaar 16 tot twee maal toe met een enorme legermacht de Rijn over. Hoewel de Romeinen deze veldtochten, die meer weg hadden van wrede wraakacties, naar buiten toe als successen omschreven, eindigden zij opnieuw in grote verliezen. Wel slaagden de Romeinen erin via contraspionage en manipulatie de Germaanse stammen zo verdeeld te houden dat zij in elk geval geen bedreiging meer vormden. Volgens sommige historici werd de moord op de opstandelingenleider Arminius in 21 vanuit Rome geregisseerd. Rechs: helmmasker gevonden in Kalkriese |
![]() |
Pas in 41 nam keizer laatst bijgewerkt: 08-04-09 |