3175

Chaeus Domitius Corbulo

Chaeus Domitius Corbulo was een Romeins legeraanvoerder, die in 47 door keizer Claudius (41-54) naar de Lage Landen  was gezonden om op te treden tegen lastige stammen, zoals de Chauci (Chauken), een rond de Eemsmond in Oost-Friesland levend zwerfvolk dat ook wel rond het Flevomeer werd gesignaleerd. 

Na deze strafexpeditie (47 - 49 n. Chr.) trok hij zich terug en verschanste zich achter de Oude Rijn. Corbulo hechtte zeer aan discipline en verzon een nuttige taak voor zijn soldaten, die bovendien verveling zou voorkomen. Hij liet ze een kanaal graven van ± 34 km lengte tussen de mondingen van de (Oude) Rijn ten oosten van Leiden en de Maas die ter hoogte van Naaldwijk uitstroomde in de Noordzee. Doel van het kanaal was het maken van een veilige binnenroute over water, waarmee de schippers de gevaarlijke passage over open zee konden vermijden. Dat was des te belangrijker als we ons realiseren dat het grootste deel van het bulktransport in die tijd per schip plaatsvond. Door de drassige bodem was het toen namelijk nauwelijks voor de Romeinen mogelijk om grote wegen aan te leggen. Door de aanleg van dit kanaal konden de garnizoensplaatsen langs de Oude Rijn (de noordgrens van het Romeinse rijk) gemakkelijker bevoorraad worden. Behalve bij de verbinding van de Rijn en de Maas speelde de Corbulo-gracht ook een belangrijke rol bij de bevoorrading van de Romeinse hoofdstad in dit gebied: Forum Hadriani tussen Voorburg en Rijswijk.  

De Corbulo-gracht, waarover de Romeinse schrijver Tacitus in zijn Annales melding maakte, is zo'n honderd jaar in gebruik geweest. De walkant van het ± 15 meter brede en ± 3 meter diepe kanaal was hier en daar beschoeid met houten palen, waarvan er enkele aan de hand van de jaarringen gedateerd konden worden. Ze bleken gekapt te zijn tussen 46 en 50 na Chr. Corbulo en zijn mannen hebben bij de aanleg van het kanaal optimaal gebruik gemaakt van de bestaande kreken en waterlopen in dit gebied en maar betrekkelijk korte stukken echt hoeven te graven. 

Langs de Vliet bij Leidschendam en in de polder Roomburg bij Leiden zijn in 1989 de resten teruggevonden van het kanaal . 

In 1996 werd in dit voormalige kanaal op de locatie van het vroegere Romeinse fort Matilo een uniek bronzen ruitermasker gevonden.   
Het masker glimt als goud, maar is van brons. Archeologen deken dat het in de eerste of begin tweede eeuw na Chr. is gemaakt. In Europa zijn meer dan 90 van dergelijke viziermaskers gevonden, de meeste in de grensgebieden van het Romeinse Rijk. In de buurt van het masker zijn een schedel van een paard en enkele voetbeenderen van een tweede paard aangetroffen. Het masker en de paarden kunnen als offer aan de goden in de Gracht van Corbulo zijn geworpen. 

Later voerde Corbulo met evenveel succes het bevel bij verschillende militaire acties in het Oosten in de strijd tegen de Parthen. In 67 na Chr. werd hij echter het slachtoffer van Nero’s paranoia. Hij werd teruggeroepen naar Griekenland, waar Nero zich tijdens zijn kunstreis bevond, en moest op diens bevel zelfmoord plegen in Cenchreae, een havenstad van Corinthe.
Corbulo heeft zijn memoires geschreven, waaruit Tacitus, Plinius de Oudere en Cassius Dio belangrijke informatie putten. Zelf was hij een halfbroer van Caligula’s vierde echtgenote Caesonia, en zijn dochter Domitia Longina huwde in 70 met de latere keizer
Domitianus (81 - 96).

laatst bijgewerkt: 23-08-02

Colofon