2634

Chauken (Chauci)

  Lage Landen in de 1e eeuw n. Chr.
De Chauken (Chauci) waren evenals de Frisii en Frisiaevones een West-Germaans zwerfvolk. Zij werden vooral gesignaleerd in het gebied rond de monding van de Eems in Oost-Friesland en in het gebied rond het Flevomeer. Tussen Elbe en Weser woonden 'grote' Chauken. In Oost-Friesland woonden 'kleine' Chauken. De Frisii en Frisiaevones woonden in het gebied van de Eems tot aan de Rijn. 

In 47 zond keizer Claudius (41-54) zijn veldheer Corbulo naar de lage landen om op te treden tegen deze lastige stammen. 

Tijdens zijn diensttijd in Germania maakte de Romeinse militair Gaius Plinius Secundus een reis door het toen nog vrij onbekende noorden van de lage landen en maakte toen kennis met dit volk, waarvan hij het volgende verslag schreef: "In het noorden zagen wij stammen van de Chauci, die ingedeeld worden in de Grotere en Kleinere Chauci. Daar wordt de oceaan in een enorm getij twee keer per etmaal opgestuwd. Ze vloeit dan onmetelijk ver uit, een eeuwig twistgebied van de natuur, overdekkend een landschap waarvan het onzeker is of het bij land hoort of bij de zee. Daar leeft het arme volk op hoge heuvels of op plateaus die zij eigenhandig hebben opgeworpen tot boven de, volgens hun ervaring, hoogste vloedlijn. Daarop hebben ze hun hutten gebouwd en als het water het omringende gebied bedekt, zijn het net opvarenden van een schip. Maar wanneer het water wijkt, lijken ze meer schipbreukelingen, zoals ze rond hun stulpjes jacht maken op vissen die zich met de zee mee terugtrekken. Ze pakken modder met de hand, drogen het in de wind en vervolgens in de zon en, met deze aarde als brandstof verwarmen zij hun voedsel en hun eigen, door de noorderkou verkleumde ingewanden. En zulke volken zeggen hun vrijheid te verliezen, wanneer ze door het Romeinse volk overwonnen worden? De hoogste bossen groeien niet ver van de bovengenoemde Chauci vandaan, met name rondom twee meren. De eiken staan daar tot vlak aan de oevers, zo uitbundig groeien ze. Als ze door de golven zijn ondergraven of zijn losgeslagen door stormvlagen, voeren ze, in de geep van hun wortels, enorme eilanden met zich mee. Zo zeilen ze als een schip over het water, terwijl ze ook nog in balans blijven staan. Vaak zijn ze de schrik van onze vloten, doordat hun enorme takken aan scheepstuig doen denken, wanneer ze schijnbaar doelgericht door de stroom worden voortgestuwd in de richting van de schepen die ‘s nachts voor anker liggen. En het is gebeurd dat de onzen in hun radeloosheid dan een zeeslag tegen bomen begonnen." Gaius Plinius Secundus. Naturalis Historica ca. 70 na Chr.

In 69-71 namen de Chauken deel aan de opstand van de Bataven onder Julius Civilis.

In 174, tijdens de Marcomannenoorlog (166-180), braken de Chauken door de Rijngrens en vernielden veel nederzettingen. Ze werden weer teruggeslagen en de Rijngrens werd versterkt, maar het aantal rooftochten van de noordelijke Germanen werd steeds groter.

laatst bijgewerkt: 23-08-02

Colofon