3161

De Lage Landen (100 - 1 v. Chr.)

Lage landen in de IJzertijd (700 - 100 v. Chr.); Romeinse rijk (43 v. Chr. - 98 n. Chr.)
In de eerste helft 1e eeuw v. Chr. werd het huidige zuiden van Nederland, het noordoosten van België en een deel van het Duitse Nederrijngebied bewoond door Keltische stammen (Galliërs): de Eburonen (Eburones) in Zuid-Nederland, de Menapiërs (Menapii), in Zeeland en in het gebied aan de monding van de Schelde, de Maas en de Rijn, de Nerviërs, Atuatuci in de streek rond Namen en de Morinen (Morini) langs de Frans-Belgische kust tot aan de Schelde). 

Het mondingsgebied van de Rijn werd bewoond door een Germaanse stam die door de Romeinen Frisii (Friezen) werden genoemd. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus heeft het over de Frisii, als één van de vele Germaane stammen die in Noord-Europa woonden. Hij plaatst hen in Noordwest-Nederland – dus niet alleen het huidige Friesland. De Romeinen hebben de naam Frisii niet zelf verzonnen, maar overgenomen uit een Germaanse taal, misschien wel van de Friezen zelf. Het is dus een Germaanse naam, die ‘krulharig’ zou kunnen betekenen. Wat nog niet hoeft te betekenen dat alle Friezen in die tijd krullen hadden - net zo min als Groenlanders in een groen land wonen.

 

Nadat Julius Caesar tijdens zijn veroveringstocht door Gallië (59-51 v. Chr.) de Belgae in het noorden van Gallië had onderworpen, trok hij met zijn legioenen verder naar het noorden, waar hij stuitte op de Menapiërs, de laatste gewapende macht die nog was overgebleven na de omverwerping van geheel Gallië. 

rechts: Julius Caesar

Nadat Julius caesar de Menapiërs had verslagen (56 v. Chr.), veroverden de Romeinse legioenen het gebied ten zuiden van de Rijn. Het is onduidelijk wanneer de Rijnmond precies werd veroverd. Hier was alleen een smalle strook langs de kust goed bewoonbaar. Daarachter strekte zich eindeloze veenvlaktes uit.

De Romeinen kwamen hier zeker in 12 v.Chr. toen, onder keizer Augustus, generaal Drusus de Rijn afzakte tot aan de zee. Vandaan trok hij, waarschijnlijk langs de duinen, naar het noorden en sloot een verbond met de in Noord-Holland en Friesland wonende Friezen (Frisii en Frisaevones).

Na een aanval op de in Groningen wonende Chauken was heel Nederland onder Romeinse invloed. Aan de Rijnmond woonden de Cananefaten

Bij deze belangrijke riviermond werden Romeinse troepen gelegerd, al is niet bekend wanneer. De oudste militaire vondst is een in Valkenburg begraven geldbuidel uit het jaar 28.

Gouden Keltische munten, zoals dit in Bemmel gevonden exemplaar (1e eeuw v. Chr.), zijn zeldzaam. Algemener zijn koperen en zilveren exemplaren. De schotelvorm van de munt leidde in het verleden tot de naam "regenboogschoteltje", omdat men dacht dat het aan het begin en eind van de regenboog in de grond werd gevormd.

 

 

Drusus, de stiefzoon van keizer Augustus (hij was de tweede zoon van zijn echtgenote Livia Drusilla), werd stadhouder van Gallië. Hij liet de Drususgracht (waarschijnlijk de huidige Utrechtse Vecht) graven voor zijn expedities (12-9) tegen Germania. Ca. 10 v. Chr. legde hij ter regeling van de watertoevoer bij de splitsing van Waal en Nederrijn de Drususdam aan. 

In het grensgebied (limes), werden langs de Nederrijn, Kromme Rijn en Oude Rijn een groot aantal forten / versterkingen (castella) gebouwd. De duizenden soldaten, de grote behoefte aan voedsel en bouwmaterialen hadden, oefenden grote invloed uit op de plaatselijke bevolking. Sommige castella groeiden daardoor uit tot kleine nederzettingen

Tussen 50 en 30 v. Chr., vestigden zich op aandrang of uitnodiging van de Romeinen-, de Bataven, een deel van een Keltische stam, de Chatti, vanuit Hessen in het gebied tussen de Maas en Rijn.

Links: Drusus

Lage Landen (1 - 47 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 23-10-06

colofon