2577 |
|
![]() ![]() |
Het huidige zuiden van de Lage Landen (ten zuiden van de Rijn) werd bewoond door een West Germaanse / Keltische stam: de Eburonen. De Romeinen rekende deze stam tot de Belgae. Na hun (mislukte) uitroeiing waarschijnlijk werd deze stam Tungri genoemd met als civitas Atuatuca Tungrorum, het latere Tongeren Zij zouden schatplichtig geweest zijn aan de zuidelijker wonende Atuatuci en tegelijkertijd clientes van de Treveri geweest zijn. In 58 v. Chr. werden de Atautuca door de Romeinse troepen van Julius Caesar overwonnen |
![]() |
Dat veranderde echter toen Julius Caesar op zijn veldtocht naar Brittannië - uit vrees voor een Keltische opstand tijdens zijn afwezigheid, de potentiële leiders als gijzelaars met zich mee wilde nemen. Onder hen was ![]() |
![]() |
Na de moord op ![]() ![]() ![]() ![]() Onzeker geworden door dit bericht en door de steeds weer oprukkende Eburoonse ruiters, besloten |
![]() |
![]() |
Julius Caesar was buiten zinnen van kwaadheid. Hij liet onmiddellijk nieuwe troepen komen uit Noord-Italië en keerde met in totaal 10 legioenen terug naar het Rijnland, waar hij een vernietigingsoorlog begon tegen de Eburonen. Zij werden verslagen en vervolgens door de Romeinen nagenoeg uitgemoord (51 v. Chr.). De overlevenden gaf hij prijs aan de op buit beluste Germaanse stammen. Ambiorix' medekoning ![]() ![]() De Eburonen verdwenen daarmee uit de geschiedenis en het Rijnland bleef lange tijd nagenoeg ontvolkt achter. Oerbossen en moerassen beheersten daar het landschap. De plaats waar de hoofdvesting van Eburonen - Atuatuca - heeft gelegen, is lange tijd een groot discussiepunt geweest. Eerst vermoedde men in de buurt van Namen of van Tongeren. Ook het huidige dorp Gressenich bij Aken werd genoemd. Tegenwoordig neemt men aan dit bij het dorp Stolberg-Atsch moet zijn geweest, wegens de naamsovereenkomst. De resten liggen nog onder de aarde. In de loop der 1ste eeuw na Chr. kregen andere bevolkingsgroepen van Germaanse oorsprong toestemming zich in het verlaten gebied van de Eburones te vestigen. Deze nieuwkomers kennen we onder de naam “Texuandri” en ze droegen hun naam over op de streek die ze bezetten: Toxandria of Taxandria. Bij de administratieve inrichting van het veroverde gebied werd Toxandria ingeschakeld bij de civitas Tungrorum. |
Van deze stam is een heiligdom teruggevonden aan de Maas, nabij het plaatsje Empel (bij 's Hertogenbosch). Een ander, wellicht nog belangrijke Keltische cultusplaats lag bij Kessel / Lith, waar in die tijd de Maas en de Waal samenkwamen. In de kosmologie van de toenmalige samenlevingen werden rivieren met bovennatuurlijke krachten geassocieerd. Een plaats waar twee rivieren samenkwamen, was van erg groot belang. Bij Kessel is een heel ritueel complex opgegraven. Tot de rituele vondsten aldaar behoren: 20 (fragmenten van) zwaarden, 10 bronzen ketels, 20 fraaie bronzen gordelhaken, honderden (fragmenten van) mantelspelden, ijzeren bijlen en tientallen Keltische munten. Er zijn ook macabere vondsten: honderden botten van mannelijke volwassenen, sommige met extra zware verwondingen. Waarschijnlijk gaat het hierbij niet om mensenoffers, maar om gesneuvelde vijanden die samen met de oorlogsbuit aan de godheid zijn geofferd. De gevonden zwaarden zijn ritueel beschadigd: ze zijn verbogen, evenals de daar tevens gevonden Keltische helm. De Maas had voor de Kelten (Eburonen) een belangrijke religieuze functie. Dat blijkt uit opgravingen langs de Maas bij Itteren, vlakbij Maastricht. Archeologen vonden daar in maart 2008 enkele grafheuvels met as en beenderresten uit de periode van 600 - 200 v. Chr. Vermoedelijk vereerden de Kelten in dit gebied een riviergod. De Kelten oefenden in de nederzettingen langs de Maas ook ambachten uit en dreven er handel. Ook werd er houtskool geproduceerd, nodig voor het smelten van ijzer. Verder zijn resten van weefgetouwen gevonden. laatst bijgewerkt: 10-02-08 |