2577

Eburones (Eburonen) (? - 51 v. Chr.)

Lage landen (100 - 1 c. Chr.) Kelten

Het huidige zuiden van de Lage Landen (ten zuiden van de Rijn) werd bewoond door een West Germaanse / Keltische stam: de Eburonen. De Romeinen rekende deze stam tot de Belgae. Na hun (mislukte) uitroeiing waarschijnlijk werd deze stam Tungri genoemd met als civitas Atuatuca Tungrorum, het latere Tongeren

Zij zouden schatplichtig geweest zijn aan de zuidelijker wonende Atuatuci en tegelijkertijd clientes van de Treveri geweest zijn. 

In 58 v. Chr. werden de Atautuca door de Romeinse troepen van Julius Caesar overwonnen Gallische Oorlogen (59-51 v. Chr.), waarmee er ook een einde kwam aan de weinig roemvolle situatie van de Eburonen, die nu vrij en onafhankelijk waren geworden in hun gebied tussen de Rijn en Maas. Hun koning stond aanvankelijk dan ook niet vijandig tegenover de Romeinse bezetter.

Dat veranderde echter toen Julius Caesar op zijn veldtocht naar Brittannië - uit vrees voor een Keltische opstand tijdens zijn afwezigheid, de potentiële leiders als gijzelaars met zich mee wilde nemen. Onder hen was Dumnorix, de stamleider van de Aedui (Haduers) (die woonden in het huidige Bourgondië en zuidelijker). Dumnorix was een man veel macht en aanzien. Hiervoor had hij zelfs zijn eigen moeder, zijn zusters en halfzusters uitgehuwelijkt Hij zelf was getrouwd met een Helvetische omdat hij zeer op de Helvetiërs gesteld was. Dumnorix was ook populair onder zijn volk die hem en niet zijn oudere broer Diviciarus.
Na de moord op Dumnorix, de stamleider van de Aedui (Haduers) vielen de Eburonen in de winter van 55-54 v. Chr. onder leiding van hun koning Ambiorix samen met enkele naburige stammen bij verrassing het Romeinse legerkamp, waar het 14e legioen gelegerd was onder de bevelhebbers Sabinus en Cotta..De Romeinse bevelhebbers waren hierover zeer verbaasd, want waarom zouden de Eburonen hun bevrijders van de Atuatuken willen aanvallen? En bovendien, Ambiorix' volk had alleen maar baat gehad bij de Romeinse heerschappij. Om hierover opheldering te verkrijgen, stuurden de Romeinse bevelhebbers gezanten naar Atuatuca, de hoofdstad van het gebied van de Eburonen. Ambiorix antwoordde dat zijn manschappen zich niet tegen een gemeenschappelijk besluit van de Galliërs hadden willen verzetten. De gezanten waren hoogst verbaasd: wilde de Galliërs, de elkaar voorheen altijd hadden bestreden, zich nu ineens eensgezind en keren  tegen de Romeinse machthebbers.

Onzeker geworden door dit bericht en door de steeds weer oprukkende Eburoonse ruiters, besloten Sabinus en Cotta hun troepen te verplaatsen naar een nabije grote legioenvesting. Dit was echter precies waar Ambiorix op had gewacht. Toen de Romeinen een mijl of twee buiten het kamp door een ravijn trokken, dat te smal was om er in gesloten gelederen doorheen te gaan, werden ze door Eburoonse strijders aangevallen. De Romeinen werden omsingeld en vanaf afstand beschoten. Na een vergeefse uitvalspoging, stormden de Galliërs op hen af. De Romeinse legerofficieren zonden onmiddellijk onderhandelaars, maar deze werden zonder pardon in de pan gehakt. Na deze smadelijke nederlaag waarbij 9000 Romeinse soldaten door de Eburonen waren afgeslacht, zwoer Caesar zich voor deze verraderlijke daad te zullen wreken en zijn baard en haar te laten groeien tot hij deze barbaren had uitgeroeid. In 53 v.Chr gaf hij het bevel een uitbroeiingoorlog te beginnen.

Ambiorix had echter de smaak te pakken en in samenwerking met de Nervii en de Aduatici besloot hij de omringende garnizoenen op dezelfde manier te behandelen. Zijn aanval op Namen werd echter afgeslagen, maar zijn mannen slaagden er wel in de stad in brand te steken. 
Julius Caesar was buiten zinnen van kwaadheid. 
Hij liet onmiddellijk nieuwe troepen komen uit Noord-Italië en keerde met in totaal 10 legioenen terug naar het Rijnland, waar hij een vernietigingsoorlog begon tegen de Eburonen. Zij werden verslagen en vervolgens door de Romeinen nagenoeg uitgemoord (51 v. Chr.). De overlevenden gaf hij prijs aan de op buit beluste Germaanse stammen. Ambiorix'
medekoning Catavoculus pleegde - en velen met hem -  zelfmoord uit angst om te ontkomen aan de wurgingsdood. Ambiorix kreeg een waardige opvolger in Vercingetorix, die de strijd tegen de Romeinen succesvol voortzette. Het is heden ten dage niet bekend wat er met Ambiorix is gebeurd....

De Eburonen verdwenen daarmee uit de geschiedenis en het Rijnland bleef lange tijd nagenoeg ontvolkt achter. Oerbossen en moerassen beheersten daar het landschap.

De plaats waar de hoofdvesting van Eburonen - Atuatuca - heeft gelegen, is lange tijd een groot discussiepunt geweest. Eerst vermoedde men in de buurt van Namen of van Tongeren. Ook het huidige dorp Gressenich bij Aken werd genoemd. Tegenwoordig neemt men aan dit bij het dorp Stolberg-Atsch moet zijn geweest, wegens de naamsovereenkomst. De resten liggen nog onder de aarde.

In de loop der 1ste eeuw na Chr. kregen andere bevolkingsgroepen van Germaanse oorsprong toestemming zich in het verlaten gebied van de Eburones te vestigen.  Deze nieuwkomers kennen we onder de naam “Texuandri” en ze droegen hun naam over op de streek die ze bezetten: Toxandria of Taxandria.  Bij de administratieve inrichting van het veroverde gebied werd Toxandria ingeschakeld bij de civitas Tungrorum

Van deze  stam is een heiligdom teruggevonden aan de Maas, nabij het plaatsje Empel (bij 's Hertogenbosch). Een ander, wellicht nog belangrijke Keltische cultusplaats lag bij Kessel / Lith, waar in die tijd de Maas en de Waal samenkwamen. In de kosmologie van de toenmalige samenlevingen werden rivieren met bovennatuurlijke krachten geassocieerd. Een plaats waar twee rivieren samenkwamen, was van erg groot belang.  

Bij Kessel is een heel ritueel complex opgegraven. Tot de rituele vondsten aldaar behoren: 20 (fragmenten van) zwaarden, 10 bronzen ketels, 20 fraaie bronzen gordelhaken, honderden (fragmenten van) mantelspelden, ijzeren bijlen en tientallen Keltische munten. Er zijn ook macabere vondsten: honderden botten van mannelijke volwassenen, sommige met extra zware verwondingen. Waarschijnlijk gaat het hierbij niet om mensenoffers, maar om gesneuvelde vijanden die samen met de oorlogsbuit aan de godheid zijn geofferd. De gevonden zwaarden zijn ritueel beschadigd: ze zijn verbogen, evenals de daar tevens gevonden Keltische helm. 

De Maas had voor de Kelten (Eburonen) een belangrijke religieuze functie. Dat blijkt uit opgravingen langs de Maas bij Itteren, vlakbij Maastricht. Archeologen vonden daar in maart 2008 enkele grafheuvels met as en beenderresten uit de periode van 600 - 200 v. Chr. Vermoedelijk vereerden de Kelten in dit gebied een riviergod. De Kelten oefenden in de nederzettingen langs de Maas ook ambachten uit en dreven er handel. Ook werd er houtskool geproduceerd, nodig voor het smelten van ijzer. Verder zijn resten van weefgetouwen gevonden.

laatst bijgewerkt: 10-02-08

colofon