2578 | Aedui (Haedui) - Bibracte - Augustodonum |
![]() |
De Gallische Aedui (Haedui) bewoonden een deel van in het huidige Bourgondië. Hun koning In 54 v. Chr. maakte Julius zich klaar om over te steken naar Britannia en besloot het grootste deel van de Gallische aristrocratie mee te nemen op zijn veldtocht om er voor te zorgen dat het tijdens zijn afwezigheid in Gallië rustig zou blijven. Dumnorix voelde er echter niet veel voor om met Julius Caser meer te gaan. Wegens het slechte weer kon de Romeinse vloot niet uitvaren en in die tijd probeerde Dumnorix zijn bevriende Gallische stamleiders op zijn hand te krijgen door te vertellen dat Julius Caesar hen zou laten doden zodra zij in Britannia waren. Echter zonder succes, want het weer verbeterd en Dumnorix nam met zijn ruiterij de vlucht. Hij werd echter achterhaald en gedood toen hij zich verzette tegen zijn gevangenneming. Zijn dood zou de trotse stamhoofden ertoe brengen tegen de Romeinen in opstand te komen. Zijn oudste broer en opvolger
In 52 v.Chr. hadden de opstandige Gallische stammen |
De Gallische vestingstad Bibracte (oppidum), de hoofdstad van de machtige stam der Haeduis, wordt geïdentificeerd met het huidige Mont Beuvray in de Franse bergstreek Morvan. De naam Bibracte betekent mogelijk dubbel versterkt. Bibracte, gesticht op een van de toppen van de Haut-Morvan. Het uitgestrekte oppidum werd vermoedelijk in de eerste helft van de 2e eeuw v.Chr. gebouwd, achter een dubbele rij versterkingen (een zogenaamde murus Gallicus) uit hout, steen en aarde. Van de 200 ha ommuurde ruimte waren er slechts 40 ha bebouwd. De rest moest dienen om de gehele boerenbevolking uit de omgeving toe te laten zich achter de wallen terug te trekken als er gevaar dreigde. In de woningen (met door houten palen gestutte aarden muren) woonden mogelijk 10.000 mensen | ![]() |
![]() |
Bibracte bevond zich op een kruispunt van handelswegen tussen het Keltische deel van Europa en het Middellandse Zeegebied. De ene leidde van het noorden naar de Middellandse Zee, de andere van de Atlantische Oceaan naar de Alpen. Hier kwam je Griekse kooplieden uit Massalia tegen en reizigers die geregeld de havensteden aan de grote oceaan aandeden.
De hoofdstad van de Haedui was een belangrijk politiek, industrieel en religieus centrum. Links: maquette van de hoofdpoort van Bibracte van Hugo Lienhard |
De wetenschappelijke opgravingen op de Mont Beuvray begonnen einde 19e eeuw en werden in 1907 stopgezet. Vanaf 1984 werden ze echter hervat, onder invloed van een toenemende belangstelling voor de Keltische beschaving. Het oude stratennetwerk wordt geleidelijk hersteld, een gedeelte van de oude wallen en een stadspoort zijn gerestaureerd.
Rechts: een stuk muur is het enige wat nog rest van Bibracte. |
![]() |
Bij het begin van onze tijdrekening werd Bibracte geleidelijk verlaten door zijn inwoners, die zich in steeds grotere aantallen vestigden in de nieuwe, door Gaius Julius Caesar Octavianus (Augustus) gestichte stad Augustodonum (Augustodunum), de stad van Augustus (het huidige Autun). Maar ook nadat het oppidum door zijn inwoners verlaten was, werd er nog handel gedreven op de Mont Beuvray: tot in de 16e eeuw werden er regelmatig markten gehouden.
Autun dankt zijn naam aan de Romeinse princeps Augustus, die rond het begin van onze jaartelling op de plek van het huidige Autun de stad Augustodonum stichtte. Hij wilde in Gallië een stad stichten die de macht van Rome zou uitdrukken. Daarom kreeg Autun enkele indrukwekkende gebouwen; van sommige ervan zijn vandaag nog de overblijfselen te zien. Autun lag aan de weg tussen Lyon en Boulogne, die zowel voor de handel als in strategisch opzicht belangrijk was. Uit de Romeinse periode bleven enkele stadspoorten en een amfitheater bewaard. Ook is er net buiten de stad een ruïne van een Romeinse tempel (Temple de Janus). Autun werd snel één van de belangrijkste steden van het Romeinse Gallië. De stad groeide hard dankzij de handel. De strategische ligging aan een belangrijke weg tussen Lyon en Boulogne speelde daarbij een grote rol. Agostodunum stond ook bekend als centrum voor de wetenschap. Autun is één van de weinige steden die in zijn vroege geschiedenis veel groter was als nu. Ten tijde van de Romeinen had de stad zelfs vier maal zoveel inwoners als nu Rechts: Ruïne van de tempel van Janus |
![]() |
![]() |
De stadswallen behoren tot de best bewaard gebleven Gallo-Romeinse wallen uit de Romeinse tijd. Destijds waren ze voorzien van zo’n 53 torens. Vier poorten gaven toegang tot de stad. Twee poorten zijn redelijk goed bewaard gebleven, nml. de noordelijke doorgang, de Porte d’Arroux en de oostelijk gelegen Porte St. -André. Beide poorten hebben twee doorgangen voor wagens en twee voor voetgangers. De porte d’Arroux is mooier dankzij de proporties en de elegante bovengalerij die de toegangspoorten bekronen. De pilasters zijn voorzien van Corintische kapitelen. De Porte St. –André is vaak gerestaureerd, onder andere door Violet-Le-Duc. Beide poorten werden geflankeerd door twee torens. Één toren naast de Porte St. -André is bewaard gebleven. Deze toren is in de middeleeuwen verbouwd tot kerk. |
Het Romeinse theater is rond 70 na Christus gebouwd. Het is één van de grootste Romeinse theaters. De diameter meet 148 meter! Het kon plaats bieden aan 20.000 personen. De zitplaatsen zijn op een glooiend terrein aangelegd.
Vanaf de derde eeuw na Chr. werd de stad geteisterd door invasies. |
![]() |
Gemaakt: 13-02-08 |
![]() |