2531

Europa (100 - 51 v. Chr.)

  Europa 300 - 100 v. Chr.

± 100 v. Chr. hadden de Romeinen alleen maar het zuiden van Gallië in handen. Ten noorden daarvan lag het land van de Kelten of Galliërs, dat werd bewoond door verschillende Keltische stammen, elk met een eigen leider of stamhoofd. Elk volk in het gebied vormde een staat op zichzelf. Andere stammen werden door de Romeinen aangeduid met Germanen.  

De Gallische stammen in West-Europa waren voortdurend met elkaar in strijd om het bezit van een stuk land of om een of andere vete uit te vechten. Er ging geen jaar voorbij of er laaide wel ergens een oorlog op. Deze grote onderlinge verdeeldheid had tot gevolg dat de Kelten nooit een groot rijk hebben kunnen stichten. 

Een gevaarlijke situatie ontstond toen Ariovistus, de koning van de Suebi (Zuid-Duitsland), zich met de twisten tussen de Keltische stammen gingen bemoeien. Dat gebeurde toen de (Gallische) Sequani zijn hulp inriepen tegen de Haedui. In 71 v. Chr. stak Ariovistus met (aanvankelijk) 15.000 Germanen de Rijn over en weigerde aanstalten te nemen weer naar huis terug te gaan. In tegendeel zelfs: hij eiste een gebied op in Oost-Gallië. In 59 v. Chr. werd hij voorlopig erkend als rex et amicus populi Romani en zo ontstond er een Germaans rijk in het hart van het land van de Galliërs, dat zich nog voortdurend verder uitbreide en weldra nagenoeg heel Midden-Gallië omvatte. 

Zijn succes ging als een lopend vuurtje door het land van de Germanen en al gauw kwamen de Germaanse stammen in beweging, van de Noordzee tot aan de Rijn. Dat kwam ook omdat veel Germaanse stammen sterk in aantal waren toegenomen en een nieuwe woonplaats zochten. In Oost-Gallië (nu Zwitserland) werden de Kelten door binnenvallende Germaanse stammen verdreven. 

In 59 v. Chr. viel Julius Caesar Gallië binnen "om de Galliërs van de Germaanse stammen te bevrijden". In 58 v. Chr. versloeg hij Ariovistus in de Elzas. Op handige manier maakte hij gebruik van de grote onderlinge verdeeldheid tussen de Keltische stamhoofden. Via een slimme verdeel- en heerspolitiek wist Caesar daarna in acht zomercampagnes (Gallische Oorlogen) heel Gallia inclusief het huidige België, aan zich te onderwerpen. Daarmee was er een eind gekomen aan de macht van de Keltische staten in Gallië. Ook de Germaanse stammen die zich in Gallië gevestigd hadden, werden door Julius Caesar verslagen. Zij mochten er echter blijven wonen als zij hun land maar zouden verdedigen tegen hun Germaanse stamgenoten. Gallië werd een Romeinse provincie en de Rijn werd aangewezen als grens. Al gauw zouden de Galliërs ontdekken dat de "bevrijding" hen duur zou komen te staan. De Romeinen dwongen hen tot het betalen van hoge belastingen. Ook moesten veel jongens dienst nemen in het Romeinse leger. Van een massaal verzet tegen de Romeinse bezetting kwam het echter niet. De Galliërs namen vrij snel de taal en de gewoonten van de Romeinen over.
Nadat de Romeinen een opstand van de Eburonen in 54 v. Chr. met harde hand hadden onderdrukt, sloten de overgebleven Gallische stammen in het zuiden zich aaneen onder hun legeraanvoerder Vercingetorix. Deze was wel zo wijs een openlijke veldslag met de Romeinen uit de weg te gaan en probeerde zoveel mogelijk in het door de Romeinen veroverde gebied verwoestingen aan te richten en forten en nederzettingen plat te branden, om de Romeinen zodoende uit te hongeren en te verzwakken en met zijn ruiterij van Gallische strijders de Romeinen te kunnen aanvallen.
Zijn hoofdstrijdmacht legerde hij in enkele sterke vestingsteden. De strijd was lang en hard. Lange tijd waren de Galliërs aan de winnende hand, maar ten koste van grote verliezen. Duizenden Galliërs stierven op het slagveld of werden door de Romeinen gevangengenomen en als slaaf tewerk gesteld. 

Europa (51 - 1 v. Chr.)

Laatst bijgewerkt: 15-03-03

colofon