2532

Europa (51 - 1 v. Chr.)

Europa 100 - 51 v. Chr. Gallische oorlogen

Na de verovering van Gallië trok Julius Caesar de Rijn over via een speciaal daarvoor gebouwde paalbrug. Vervolgens dreef hij de Usipetes en Tencteri terug naar Germania. Dit om de Germaanse stammen duidelijk te maken dat de Romeinen in Gallië nu de dienst uitmaakten en het voortaan uit hun hoofd zouden laten om Gallië opnieuw binnen te trekken. Na 18 dagen keerde hij weer naar Gallië terug. Om dezelfde reden deed hij ook een inval in Brittannië, die hun stamverwanten in Gallië al dikwijls te hulp waren gekomen.

Na zijn veroveringstocht door Gallië onderwierp Julius Caesar de Belgae (een naam die de Romeinen, en met name Caesar in zijn boek Commentarii de bello Gallico aan de bewoners van Noord-Gallië gaf) in het noorden van Gallië en vervolgens trok hij met zijn legioenen verder naar het noorden, waar hij stuitte op de de laatste gewapende macht die nog was overgebleven na de omverwerping van geheel Gallië: de Menapiërs. Nadat hij dit volk had overwonnen (56 v. Chr.), veroverde Julius Caesar  het gebied ten zuiden van de Rijn. Het is onduidelijk wanneer de Rijnmond precies werd veroverd. Hier was alleen een smalle strook langs de kust goed bewoonbaar. Daarachter strekte zich eindeloze veenvlaktes uit. ( Lage landen 100 - 1 v. Chr.)

Tussen 50 en 30 v. Chr., vestigden zich op aandrang of uitnodiging van de Romeinen-, de Bataven, een deel van een Keltische stam, de Chatti, vanuit Hessen in het gebied tussen de Maas en Rijn.  

In 47 zond keizer Claudius (41-54) zijn veldheer Corbulo naar de lage landen om op te treden tegen de Chauken (Chauci) in het gebied rond de monding van de Eems in Oost-Friesland en rond het Flevomeer. 

Tijdens de regering van keizer Augustus (43 v. Chr. - 14 n. Chr.) ondernamen de Romeinen opnieuw enkele veldtochten over de Rijn. Ditmaal echter om gebieden te veroveren. In 15 v. Chr. slaagden Tiberius Julius Caesar en Drusus erin de gebieden ten zuiden van de Donau te veroveren. Hier werden de Romeinse provincies Raetia en Noricum gesticht.  In 12 v. Chr. annexeerde Tiberius Julius Caesar ook Pannonia. In hetzelfde jaar zakte generaal  Drusus de Rijn af tot aan de zee. Vandaan trok hij, waarschijnlijk langs de duinen, naar het noorden en sloot een verbond met de Frisii en Frisaevones. Na een aanval op de in Groningen wonende Chauken waren de gehele lage landen onder Romeinse invloed ( Lage landen 100 - 1 v. Chr.

Tussen 12 en 9 v. Chr. werden ook de Cherusken, een machtig West-Germaans volk tussen de Weser en de Elbe, in en om de Harz, door Drusus min of meer gepacificeerd. In 9 overleed Drusus aan de Albis (Elbe). Tussen 8 en 6 v. Chr. veroverde Tiberius Julius Caesar Germania tot aan de Elbe.

De Romeinse legioenen waren nu diep in Germanië doorgedrongen, maar zij ontdekten dat Germania een moeilijk te veroveren land was. Een grote legermacht was in dit land van grote wouden en moerassen moeilijk bij elkaar te houden. Overal konden Germanen in een hinderlaag liggen. Steden waren er niet. Daardoor konden de Romeinen de Germaanse stammen door het veroveren van steden geen beslissende slagen toebrengen. Aan de nieuwe veroverde gebieden beleefden de Romeinen geen plezier. 

Omstreeks 8 voor Chr. bracht koning Marbod (Maroboduus) zijn volk, de Marcomannen naar Bohemen, waar zij met  de Longobarden en andere Germaanse stammen een machtig rijk vormden. 

Europa 1 - 100 n. Chr.

Gemaakt: 15-03-03; laatst bijgewerkt: 11-05-07

colofon