2723 |
Visigoten (400 - 410) |
![]() |
In 400 maakten de Visigoten de dienst uit op de Balkan. Hun leider Tussen de keizers |
|
![]() ![]() ![]() |
![]() |
Begin 401 had het Romeinse leger ten noorden en westen van de Alpen haar handen vol aan een opstand van de Vandalen en invallen van de Hunnen, versterkt met Alanen en Ostrogoten in de Donau gebieden. Gebruik makend van de afwezigheid van het leger verlieten de Visigoten hun vestigingsgebied in Zuid-Illyrië (de kuststrook langs de Adriatische Zee), trokken de Julische Alpen over en vielen in november Italië binnen. Vrij gemakkelijk rukten zij op en omsingelden Milaan, de residentie van de Keizer. De opperbevelhebber van het Romeinse leger Op 6 april 402 ontmoette de legers elkaar ten zuiden van Asti, aan het riviertje de Tanaro. Hier vond de veldslag plaats. (Slag bij Pollentia) Er werd voornamelijk op vlak terrein dicht bij de rivieroevers gevochten, omdat de Visigotische ruiterij in het heuvelland niet goed kon manouveren. Toen de legers op elkaar introkken, hadden de Romeinen aanvankelijk een licht voordeel, waardoor zij de Visigoten konden terugdringen. Niettemin lukte het de Visigotische cavalerie de ruiterij van Stilicho een zware slag toe te brengen, waardoor rechterflank van de Romeinen vernietigd werd. Het centrum waar Stilicho zelf het commando over voerde, en dat gevormd werd door ervaren legionairs hield stand en de aanvallen van de Visigotische ruiters liepen dood. Vanwege de onverzettelijkheid van het Romeinse voetvolk eindigde de strijd onbeslist. De Visigoten die zich op grote afstand van hun thuisbasis bevonden onderhandelden over een vrij aftocht. Zij verkregen deze in ruil voor achterlating van hun oorlogsbuit. Op 6 april 402 vond de Slag bij Pollentia plaats tussen het Romeinse leger en de Visigoten. Het leger van de Romeinen stond onder bevel van generaal Alarik trok zich met zijn overgebleven troepen terug in de bergen van Noricum en oostelijk Raetia, maar nog geen jaar na zijn nederlaag had Alarik zijn leger dusdanig versterkt dat hij in de zomer van 403, een nieuwe inval waagde in Italië. Hij trok op naar Verona en stuitte daar wederom op het Romeinse leger van Stilicho. Claudianus bericht ons dat het water van de Adige zich rood kleurde van het bloed van de slachtoffers en dat talloze lijken in de richting van de zee werden meegevoerd. Bij Verona vond de beslissende slag plaats plaats en werden de Visigoten verslagen (Slag bij Verona). Slechts met grote verliezen kon Alarik met zijn volk via de Brennerpas naar Noricum uitwijken, doch daar werden zij ingehaald en ingesloten door de Romeinen. Opnieuw vonden er onderhandelingen plaats. Ondanks de nederlaag kreeg Alarik toch een vrije aftocht. Hij mocht met zijn overgebleven troepen afreizen naar Illyrië en ontving zelfs geldelijke steun voor voedsel. De verklaring voor de raadselachtige houding van Stilicho ten opzicht van de Visigoten moet worden gezocht in de plannen die hij had met Alarik. Stilicho, die zelf een Vandaal was, zag in de opstandige Visigoot een bondgenoot in zijn moeizame relatie met de Romeinen. Er was op dat moment een sterke nationale stroming in het Romeinse Rijk die zeer gekant was tegen Germanen die hoge functies bekleedden. Bronnen: Slag bij Pollentia - Wikipedia; Slag bij Verona (403) - Wikipedia In 408 werd Stilicho het slachtoffer van de tegen hem heersende argwaan. Op beschuldiging van verraderlijke plannen en pro-barbaarse sympathieën werd hij op last van keizer Voor Alaric was de dood van zijn listige, oude tegenstander een onmiskenbare uitnodiging om Italië weer eens te bezoeken. |
Na zijn plundering van de stad Rome koesterde ![]() ![]() Rechts: Begrafenis van Alarik |
![]() |
laatst bijgewerkt: 08-10-10 |