2723

Visigoten (400 - 410)

Visigoten (370 - 400), Westelijke provincies (395 - 407), Oostelijke provincies (395 - 408); Hispania Beatica, Hispania Tarraconensis, Hispania Lusitania (14 v. Chr. - 409 n. Chr.)

In 400 maakten de Visigoten de dienst uit op de Balkan. Hun leider Alaric was officieel erkend als magister militium van de Noord-West Balkan.

Tussen de keizers Arcadius en Honorius van resp. het Oost- en West-Romeinse rijk was aan het eind van de 4e eeuw een conflict ontstaan naar aanleiding van de grensprovincie Illyrië, die vóór die tijd de beste soldaten had opgeleverd. 

Visigoten

Alaric I 395-410
Athaulf (Ataulfo) 410-415
Sigeric 415
Wallia 415-417
Theodoric I 417-451
Thorismund 451-453
Theodoric II 453-466
Euric (Eurico) I 466-484
Alaric (Alarico) II 484-507
 Arcadius slaagde erin de aanvoerder van de Visigoten,  Alaric, voor zich te winnen en als pion in de strijd om de macht  te gebruiken. Alaric maakte met graagte van de situatie gebruik. Hij nam het Oost-Romeinse aanbod aan en voerde in 401 zijn horden naar Italië, toegerust met wapens uit de arsenalen van Constantinopel. Hetzelfde jaar vielen zijn Visigoten Italië binnen. Alaric deed een hopeloos beroep op keizer Honorius, die - zoals gewoonlijk - achter de uitgestrekte en onbegaanbare moerassen en barricades van zijn hoofdkwartier in de havenstad Ravenna zat opgesloten. Alarics gezanten verzekerden de keizer dat "als hij de Visigoten zou toestaan om vreedzaam in Italië te wonen, zij met het Romeinse volk zo zouden samenleven, dat de mensen hen allebei als één ras zouden houden." De keizer had echter geen lust om Alarics oprechtheid op de proef te stellen en wees het aanbod bruusk van de hand.

Begin 401 had het Romeinse leger ten noorden en westen van de Alpen haar handen vol aan een opstand van de Vandalen en invallen van de Hunnen, versterkt met Alanen en Ostrogoten in de Donau gebieden. Gebruik makend van de afwezigheid van het leger verlieten de Visigoten hun vestigingsgebied in Zuid-Illyrië (de kuststrook langs de Adriatische Zee), trokken de Julische Alpen over en vielen in november Italië binnen. Vrij gemakkelijk rukten zij op en omsingelden Milaan, de residentie van de Keizer.

De opperbevelhebber van het Romeinse leger Stilicho was op veldtocht in Pannonië en kon niet direct reageren. Pas nadat hij de Vandalen had verdreven en een einde had gemaakt aan de vijandelijkheden kon hij zijn aandacht richten op de inval in Italië. Hij versterkte het leger met troepen uit Gallië en Brittannië. Zodra zijn leger op sterkte was rukte Stilicho op tegen de Visigoten. Met een groot zwaar bewapend leger bevrijdde hij Milaan. De Visigoten durfden dit Romeinse leger niet tegemoet te treden en weken uit naar Genua. Bij Pollentia versperde het Romeinse leger de Visigoten de weg naar het zuiden.

Op 6 april 402 ontmoette de legers elkaar ten zuiden van Asti, aan het riviertje de Tanaro. Hier vond de veldslag plaats. (Slag bij Pollentia) Er werd voornamelijk op vlak terrein dicht bij de rivieroevers gevochten, omdat de Visigotische ruiterij in het heuvelland niet goed kon manouveren. Toen de legers op elkaar introkken, hadden de Romeinen aanvankelijk een licht voordeel, waardoor zij de Visigoten konden terugdringen. Niettemin lukte het de Visigotische cavalerie de ruiterij van Stilicho een zware slag toe te brengen, waardoor rechterflank van de Romeinen vernietigd werd. Het centrum waar Stilicho zelf het commando over voerde, en dat gevormd werd door ervaren legionairs hield stand en de aanvallen van de Visigotische ruiters liepen dood. Vanwege de onverzettelijkheid van het Romeinse voetvolk eindigde de strijd onbeslist. De Visigoten die zich op grote afstand van hun thuisbasis bevonden onderhandelden over een vrij aftocht. Zij verkregen deze in ruil voor achterlating van hun oorlogsbuit.

Op 6 april 402 vond de Slag bij Pollentia plaats tussen het Romeinse leger en de Visigoten. Het leger van de Romeinen stond onder bevel van generaal Stilicho en de Visigoten werden geleid door hun koning Alaric. De veldslag eindigde in het voordeel van de Romeinen. De Visigoten werden verslagen en verkregen een vrije aftocht in ruil voor achterlating van hun oorlogsbuit. 

Alarik trok zich met zijn overgebleven troepen terug in de bergen van Noricum en oostelijk Raetia, maar nog geen jaar na zijn nederlaag had Alarik zijn leger dusdanig versterkt dat hij in de zomer van 403, een nieuwe inval waagde in Italië. Hij trok op naar Verona en stuitte daar wederom op het Romeinse leger van Stilicho. Claudianus bericht ons dat het water van de Adige zich rood kleurde van het bloed van de slachtoffers en dat talloze lijken in de richting van de zee werden meegevoerd. Bij Verona vond de beslissende slag plaats plaats en werden de Visigoten verslagen (Slag bij Verona). Slechts met grote verliezen kon Alarik met zijn volk via de Brennerpas naar Noricum uitwijken, doch daar werden zij ingehaald en ingesloten door de Romeinen. Opnieuw vonden er onderhandelingen plaats. Ondanks de nederlaag kreeg Alarik toch een vrije aftocht. Hij mocht met zijn overgebleven troepen afreizen naar Illyrië en ontving zelfs geldelijke steun voor voedsel. De verklaring voor de raadselachtige houding van Stilicho ten opzicht van de Visigoten moet worden gezocht in de plannen die hij had met Alarik. Stilicho, die zelf een Vandaal was, zag in de opstandige Visigoot een bondgenoot in zijn moeizame relatie met de Romeinen. Er was op dat moment een sterke nationale stroming in het Romeinse Rijk die zeer gekant was tegen Germanen die hoge functies bekleedden. 

Bronnen: Slag bij Pollentia - Wikipedia; Slag bij Verona (403) - Wikipedia

In 408 werd Stilicho het slachtoffer van de tegen hem heersende argwaan. Op beschuldiging van verraderlijke plannen en pro-barbaarse sympathieën werd hij op last van keizer Honorius terechtgesteld. 

Voor Alaric was de dood van zijn listige, oude tegenstander een onmiskenbare uitnodiging om Italië weer eens te bezoeken. tweede invasie in Italië (409-410)

Na zijn plundering van de stad Rome koesterde Alaric plannen om vanuit Zuid-Italië naar Afrika over te steken om daar een nieuw rijk te stichten en door het in bezit nemen van de rijke korenvelden in dit gebied de keizer onder druk te zetten. Maar voor hij dit plan ten uitvoer had kunnen brengen, stierf de 34 jaar oude leider (410), ofwel door een pestbacil waarmee hij al aan de Tiber besmet was, ofwel door toedoen van Galla Placidia, de dochter van keizer Theodosius I, in zijn gevolg van buitgemaakte slaven, die hem een gifmiddel toediende. Alaric werd begraven op de bedding van de rivier Busento in Calabrië. Ondanks al zijn kleurige wapenfeiten had Alaric zijn doel gemist. Hij had zijn volk geen eigen, wettig domein kunnen verschaffen. 

Rechts: Begrafenis van Alarik

Visigoten (410 - 484)

laatst bijgewerkt: 08-10-10

colofon