3043 Raetia en Vindelicia
Keizerrijk Rome (43 v. Chr. - 98 n. Chr.); Duitsland in de IJzerijd
Het grondgebied van de Romeinse provincie Raetia komt ongeveer overeen met de huidige regio's Graubünden, Vorarlberg, het grootste deel van Tirol en delen van Lombardije. In het noorden grensde Raetia aan de provincie Vindelicia, in het oosten aan Noricum, in het zuiden aan Gallia Cisalpina (Gallië aan deze kant van de Alpen = Noord-Italië) en in het westen aan Germania superior en de Agri Decumates. In de bergketen Rätikon (ä wordt als ee uitgesproken) leeft de naam Raetia nog altijd voort.

Vindelicia met de stad Augusta Vindelicum (Augsburg) grensde in het noorden aan de Donau; in het oosten aan de Oenus (Inn); in het zuiden aan de provincie Raetia en in het westen aan Germania superior. Het komt dus min of meer overeen met het noordoosten van Zwitserland, het zuidoosten van Baden en het zuiden van Württemberg en Beieren. Vindelicia .werd aan het eind van de 1e eeuw bij Raetia gevoegd.

Raetia was (en is) een zeer bergachtige streek en de inwoners hadden geen expansiedriften: ze hielden zich bezig met de veeteelt en het verbouwen van hout, terwijl er maar zeer weinig aan landbouw werd gedaan. Toch waren er enkele vruchtbare valleien, die in het handelssysteem van het Romeinse Rijk rijk werden van de graan- en wijnbouw. Die laatste genoot zelfs van veel appreciatie in Italië en Augustus verkoos de Raetische wijn boven welke andere Italiaanse wijn. Verder werd er veel handel gedreven met de typische producten van een primitieve maatschappij: pek, honing, was en kaas.
Oorsprong en geschiedenis van de Raetiërs

Er is maar weinig bekend over de oorsprong en de geschiedenis van de Raetiërs. De Romeinen beschouwden hen als het sterkste en oorlogszuchtigste volk van de Alpen, die ondanks hun vredige bezigheden toch nijdig uit de hoek konden komen. De Raetiërs waren waarschijnlijk van Etruskische oorsprong. Volgens Junianus Justinus en Plinius de Oudere hadden de Raetiërs zich in de Povlakte gevestigd, aan de andere kant van de Alpen dus, nadat ze door de Kelten waren verdreven (ca. 500 v. Chr.)

De naam Raetia en Raetiër(s) komen volgens de legende van hun grote leider Raetus. Een meer waarschijnlijke afleiding is echter van het Keltische woord rait (= bergen of bergachtig land). Ook al was het volk oorspronkelijk verwant met de Etrusken, tegen de tijd dat het land bij de Romeinen bekend werd, was het land al in bezit van de Kelten en was de oorspronkelijke bevolking vermengd met Keltische stammen. Daarom kan men, als men over de "latere" (Romeinse) Raetiërs spreekt, aannemen dat het Kelten zijn, hoewel ertussen nog altijd niet-Keltische stammen leefden, zoals de Lepontii en de Euganei. Waarschijnlijk bleef Raetia onafhankelijk totdat Tiberius en Drusus, de stiefzonen van keizer Augustus, in 15 v. Chr. het gebied samen met dat van Vindelicia bij het rijk toevoegden. 

Eerst vormde Raetia een eigen provincie, maar naar het einde van de 1ste eeuw n. Chr. werd Vindelicia erbij gevoegd. Dit weet men omdat Tacitus spreekt (in Germania, 41) van Augusta Vindelicorum (Augsburg) als een kolonie van de provincie Raetia. De hele provincie stond eerst onder het bestuur van een militaire prefect, daarna onder een procurator. Het had geen legioenen op haar grondgebied maar vertrouwde op haar inheemse troepen en militia voor de bescherming van het grondgebied.

Tijdens de regering van Marcus Aurelius (138 - 180) werd Raetia bestuurd door de commandant van het Legio iii. Italica die op het grondgebied waren. Zij stichtten de stad Castra Regina. 

Rechts: Romeinse helm (Dominkanerklooster in Augsburg)

Onder Diocletianus (285 - 305) was Raetia een deel van het dioces vicarius Italiae en werd de provincie gesplitst in Raetia prima en Raetia secunda (beide nieuwe provincies stonden onder een praeses). Raetia prima kwam overeen met het oude Raetia, Raetia secunda met Vindelicia, maar de grens tussen de twee is niet bekend. Normaal wordt aangenomen dat ze ten oosten vanlacus Brigantinus (Bodensee) lag en tot aan de Oenus (Inn) liep.

Tijdens de laatste jaren van het West-Romeinse Rijk zat de provincie in een diepe crisis en gaf een verlaten indruk, maar de Ostrogothische bezetting onder leiding van Theodorik (474-526) (die het gebied onder een dux zette) leidde tot enig economische herstel.

Steden
In Raetia lagen de steden Agusta Vindelicum (Vindelicorum) (Augsburg, Beieren), in 15 v. Chr. gesticht als garnizoensplaats.

Castra Regina (Regensburg). 

Andere belangrijkste steden waren Tridentum (Trent) en Curia (Coire of Chur). De twee steden waren door twee grote Romeinse wegen verbonden. De eerste kwam van Verona en Tridentum langs de Brenner Pas (waarin de naam Brenni is overgebleven) tot Oenipons (Innsbruck, letterlijke vertaling van Latijn naar Duits) en vandaar tot Augusta Vindelicorum. De tweede kwam van Brigantium (Bregenz) en ging langs de Bodensee voorbij Chur en Chiavenna tor Como en Milaan.

 

Gemaakt: 22-01-06

colofon