3000

Diocletianus Keizer van het Romeinse Rijk (285-305
Augustus van het Oost-Romeinse Rijk
(293 - 305)

Romeinse Rijk (275 - 285)

Diocletianus, Gaius Aurelius Valerius (Salonae, in Dalmatië (Illyrië), ca. 243 – Spalatum 316) Keizer van het Romeinse Rijk (285-305)

Diocletianus, bijgenaamd Iovius, was de zoon van een vrijgelatene en  was van gewoon soldaat opgeklommen tot de stadhouder van Moesia. Na de dood van Numerianus werd hij in 284 als commandant van de Pretoriaanse Garde door het leger bij Nicomedia (in Klein-Azië) tot Augustus uitgeroepen. Hij nam krachtig de leiding, maakte een einde aan de anarchie en vestigde een krachtig bestuur. De vrede keerde weer terug en daarmee ook de welvaart. Hij resideerde nu eens in Nicomedea (Bythynië), dan weer in Salonae (Dalmatia). 

Diocletianus stond tegenover drie grote problemen, die sterk met elkaar samenhingen: de economische crisis; de noodzaak van een legerhervorming en een noodzakelijke herstructurering van het bestuursapparaat. 

Diocletianus

Om de geldontwaarding te bestrijden gaf Diocletianus een nieuwe gezonde munt uit en vaardigde hij in 301-302 zijn beroemde prijzenedict uit, waarin de maximumprijzen voor allerlei gebruiksgoederen, alsmede het maximumloon voor arbeiders in het rijk werden bepaald. Op het ontduiken ervan stond de doodstraf, Helaas was het enige gevolgd dat de goederen domweg niet meer op de vrije markt te koop werden aangeboden en de inflatie gewoon verder ging. 

De financiële en militaire hervormingen die Diocletianus doorvoerde, schiepen de behoefte aan een grote en logge bureaucratie. Een leger van 600.000 man, dat werd onderhouden door een ingewikkeld belastingsysteem, kon anders niet in stand worden gehouden.  Om de veranderde situatie in de juiste banen te leiden, reorganiseerde Diocletianus ook het bestuursapparaat van het Rijk, beseffend dat geen man alléén zo'n enorm gebied efficiënt kon besturen. 

Diocletianus benoemde zijn vriend Maximianus (Marcus Aurelius Valerius); bijgenaamd Herculius, die in het Romeinse leger was opgeklommen tot bevelhebber tot caesar (onderkeizer). In 286 verhief Diocletianus hem tot Augustus (opperkeizer) van het westen. 

Om een vreedzame opvolging binnen het Rijk te verzekeren stelde Diocletianus in 293 stelde het viermansbewind (tetrarchie) in. Diocletianus regeerde als augustus over de oostelijke helft van het rijk, Maximianus Herculius als augustus over Italië; Spanje en Africa met als residentie Milaan. Zijn schoonzoon Constantius l Chlorus stelde hij aan als caesar (onderkeizer) van Gallië en Brittannië, met Trier als residentie.

In 296 stelde Diocletianus Galerius in de Donaugebieden (Illyricum, Macedonia en Achaea (Griekenland) aan als caesar. Diocletianus en Maximianus zouden als Augusti twintig jaar aanblijven. Wanneer zij afstand zouden doen, zouden de caesaren Constantius l Chlorus en Galerius in hun plaats komen en hun eigen caesaren aanwijzen. 

Sinds 304 had een ernstige ziekte Diocletianus in het verrichten van zijn werkzaamheden gehinderd. In 305 werd hij bovendien door een beroerte getroffen, die zijn uiterlijk zozeer veranderde, dat men hem nauwelijks herkennen kon en die ook zijn fysieke krachten tijdelijk minderde. Ziek als hij was, verlangde hij nog slechts naar rust. Daarom besloot hij het bewind neer te leggen. Nog een andere reden kan hij daarvoor hebben gehad: Galerius, zijn mateloos eerzuchtige caesar, was mettertijd zo begerig naar de titel van augustus geworden, dat het gevaar van een burgeroorlog niet ondenkbaar was. 

In 305 deed Diocletianus na twintig jaar regeringsschap afstand. Hij  overreedde (beter gezegd "dwong") Maximianus zijn voorbeeld te volgen. Constantius l Chlorus en Galerius zouden hem opvolgen als keizers van het westen en het oosten.  
Maximianus' zoon Maxentius voelde zich gepasseerd en was daarover bijzonder verbitterd. Maar hij niet alleen: als hulpkeizer (caesar) van Constantius l Chlorus benoemde Diocletianus niet Constantius' zoon Constantinus (Constantijn), maar Valerius Severus. Deze kwam, net als zijn goede vriend en medekeizer Galerius, uit Illyricum uit een onaanzienlijke familie. Hij had als militair gediend onder diverse keizers, maar verder weten we niets van hem, tot zijn benoeming tot caesar.
Vrijwel onmiddellijk ontstond er onenigheid tussen de potentiële opvolgers Constantius l Chlorus en Galerius

Een zwakker man zou zich daardoor misschien geroepen hebben gevoeld de macht weer tot zich te trekken, maar zo niet Diocletianus. Zijn besluit stond vast en de resterende negen jaar van zijn leven bracht hij in de vredige rust van zijn schitterende paleis dat hij in het begin van de vierde eeuw dicht bij zijn geboorteplaats Salona voor zijn levensavond had laten bouwen in Spalato (Split).

Westelijke provincies (305-313)

Galerius (305-311)

laatst bijgewerkt: 18-01-11

colofon