2931

Oostelijke provincies (305 - 313 n. Chr.)

  Romeinse Rijk (285 - 305 n. Chr.); Oost-Europa (300 - 395 n. Chr.), Westelijke Provincies (305 - 313 n. Chr.)

Galerius Augustus v.h. oosten (305-311)
Maximinus ll Daia Caesar (Augustus) van Azië en Egypte (305--313)

De oostelijke helft van het Romeinse rijk (de Balkan, Klein-Azië en het gebied aan de oostelijke Middellandse Zee tot aan Egypte toe), werd steeds belangrijker. Het was rijk en dichtbevolkt. Daar woonden de meeste mensen in steden. Zij leefden er van de handel en nijverheid. De westelijke helft van het Romeinse rijk (Italië, Gallië, Hispanië en Brittanië) was in vergelijking met het oosten arm en achtergebleven. In de periode 303-312, tijdens het bewind van Diocletianus (285-305) en zijn opvolger Galerius (305-311) werden de Christenen ernstig vervolgd. Gezegd wordt dat dat Diocletianus aanvankelijk weinig vijandschap koesterde jegens de Christenen, maar dat Galerius hem ervan wist te overtuigen dat de Christenen gevaarlijke vijanden waren voor het Romeinse rijk. In die tijd bekleedden veel Christenen hoge posities in de  politiek en aan het keizerlijke hof.

In 305 hadden Diocletianus en Maximianus na twintig jaar regeringsschap afstand gedaan. Maar vrijwel onmiddellijk ontstond er onenigheid tussen de potentiële opvolgers Constantius l Chlorus en Diocletianus' schoonzoon Galerius, die caesar was over de Donaugebieden: Illyricum, Macedonia en Griekenland (Achaea)

Gaius Valerius Maximianus Galerius trad nu op als Augustus (opperkeizer) over het oostelijke deel van het Romeinse rijk. Zijn residentie bleef Thessaloniki. Als onderkeizer over het Midden-Oosten en het zuidelijke deel van Klein-Azië stelde hij zijn vriend, krijgsmakker en neef Maximinus Daia aan, later beter bekend als Maximinus ll.

rechts: Maximinus Daia (Maximinus ll)

Aangezien de oorlog die keizer Galerius voerde van 305 tot 311 tegen de Perzen zeer succesvol was, werd ter ere daarvan in zijn residentie te Thessaloniki een triomfboog gebouwd. Oorspronkelijk waren het drie bogen, maar alleen het middelste gedeelte is nog behouden. De boog sloot aan op een paleis waarvan de resten nog te vinden zijn op de Platia Navarinou. Het nog resterende gedeelte van de triomfboog met de twee pijlers is bekleed met stenen reliëfs, helaas van een zeer matige kwaliteit. Te zien is een oorlogsscène met olifanten, verder het offer van Galerius met aan de linkerkant zijn schoonvader Diocletianus en een scène waarbij Galerius zijn soldaten toespreekt.

Na de nederlaag van Valerius Severus,  hulpkeizer (caesar) van Constantius l Chlorus, tegen de opstandeling Maxentius (de zoon van de gepensioneerde ex-keizer Maximianus) (307) wilde Galerius voorkomen dat het rijk opnieuw zou vervallen tot anarchie en burgeroorlog en riep daarom een vredesberaad uit. Deze werd gehouden in 308  Carnuntum aan de Donaugrens. De gepensioneerde ex-keizer Diocletianus was bereid deze conferentie voor te zitten. 

Constantinus, die zich in 306 had laten uitroepen tot Augustus van het Westen, werd teruggezet in zijn rang tot onderkeizer over Gallië en Brittannië. Valerius Licinius, een oud kameraad van Galerius, werd aangesteld als Augustus (opperkeizer), maar in feite met alleen de Donauprovincies als machtsgebied (308). Maximinus Daia zou ook graag keizer zijn geworden, maar is waarschijnlijk nooit officieel benoemd. Tijdens zijn veldtochten tegen Perzië in 310 gebruikte hij in ieder geval wel de titel van de keizer (Augustus). Hij bleef wel trouw aan Galerius.

rechts: Valerius Licinius

Daia had sinds de conferentie in 308 een grote hekel gekregen aan Licinius. 

Op 30 april 311 overleed Galerius na een ernstige ziekte. Licinius volgde hem op als Augustus v.h. Oosten (311-324)

Kort voor zijn dood, vaardigde hij het tolerantie-edict van Serdica (nu: Sofia) uit, dat het Christendom als religio licita (geoorloofde godsdienst) erkende.

Na de dood van Galerius in 311 escaleerde de situatie. Galerius' deel van het rijk werd verdeeld, met als grens de Bosporus. Het kwam nog niet tot een burgeroorlog. Daia sloot wel een verbond met de usurpator Maxentius, die nog in Rome zat tegen de bondgenoten Licinius en Constantinus. (Maxentius wordt een usurpator genoemd, omdat hij geen recht had op de titel augustus en niet door de andere keizers erkend werd).

In het begin van 312 trok Constantinus Italië binnen om Maxentius af te zetten. Op 27 oktober kwam het tot de slag bij de Milvische brug, die door Constantijn werd gewonnen (zie ook: Westelijke provincies (305 - 313)) Na de slag sloegen Maxentius en zijn leger op de vlucht. In de verwarring viel Maxentius in het water en verdronk.

 

De Rotunda in Thessaloniki is een koepelvorming gebouw, gebouwd als mausoleum voor keizer Galerius, maar werd in de 4e eeuw door Constantijn de Grote omgebouwd tot een kerk. Later heeft deze kerk ook dienst gedaan als moskee, wat te zien is door de nog aanwezige minaret.

Maximinus Daia, op dat moment op een veldtocht in Syria, keerde onmiddellijk terug naar Bythinia in Anatolië, woedend om de dood van Maxentius. In april 313 stak hij de Bosporus over en veroverde Byzantium na een beleg van 11 dagen. Op 30 april 313 kwam het tot een gevecht met een klein leger van Licinius (Slag bij Adrianopel). Daia's troepen waren verzwakt en vluchtten. Maximinus Daia vluchtte verkleed als slaaf, maar werd later in het jaar gedood en begraven bij Tarsus. Licinius nam zijn gebieden over. Constantinus (Constantijn) werd Augustus over het westen. HIj verzoende zich met Maximinus Daia en verbond zich met Constantijn door te trouwen met diens halfzuster Constantia.

Romeinse Rijk (313 - 337 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 29-06-07

colofon