3774 Kommagene - Cappadocia (70 - 38 v. Chr.)
 Kommagene (290 - 70 v. Chr.)

Antiochos l van Kommagene (70 - 38 v. Chr.)

Antiochos, de zoon van Mithradates, kreeg van zijn ouders een opvoeding die deels Grieks en deels Perzisch was. Van moederszijde stamde hij af van Alexander de Grote en van vaderszijde van de Perzische 'Koning der Koningen' Darius I.

Op jonge leeftijd arrangeerde zijn vader een huwelijk met de Seleucidse prinses Isias Philostorgos, wat betekent Isias de Geliefde. Dit huwelijk had weinig met ware liefde te maken. Het was een verstandshuwelijk, dat om politieke redenen gesloten werd.

Toen Mithradates afstand deed van de troon ten gunste van zijn zoon, bleef hij hem terzijde staan. Samen maakten ze plannen voor het nieuw te bouwen heiligdom op de Nemrud. Het heiligdom moest het spiritueel centrum worden van het verbond met de goden, waar Mithradates de initiator van was.

Zoals gewoonlijk had Mithradates een praktisch doel voor ogen. Het moest zo indrukwekkend worden, dat niemand van zijn onderdanen nog kon twijfelen aan de grootsheid van hun verbond met de goden. En omdat de Nemrud het hele landschap domineert, kon dit monument door elke Kommagener vanuit bijna elke plaats in Kommagene gezien worden.

Rechts: portretbuste van Antiochus op de berg Nemrut Dağı in Oost-Anatolië. De 50 meter hoge grafheuvel op deze berg, in de vorm van een piramide, is waarschijnlijk het graf van koning Antiochus (69 - 40 v. Chr.). Rondom de grafheuvel liggen de stenen beelden en hoofden. 

Antiochos was een idealist. De cultus rond het verbond met de goden moest culmineren in een nieuwe religie , waarvan de berg Nemrud het centrum zou worden. Vanaf de Nemrud moest deze religie uitstralen over de rest van de geciviliseerde wereld. Nadat hij gekroond was, noemde hij zichzelf Theos, ofwel God, omdat hij de stichter van deze nieuwe religie was. In zijn gedachten was hij al een legende.

Antiochos respecteerde zijn vader zeer, maar zijn moeder had hij boven ieder lief. Hij noemt haar in diverse inscripties en vermeldt uitdrukkelijk dat hij veel van haar houdt. Hij gaf haar de eretitel Thea, Godin. Samen met zijn moeder vereeuwigde hij zichzelf tussen de beelden van de goden op de Nemrud. Hij, zittend aan de linkerkant van Zeus als de koning van Kommagene, Theos. En zij, zittend aan de rechterhand van Zeus als de moeder van het land, Thea.

Na de verovering van Pontus (rond 70 v.C.) en Armenië trokken de Romeinen op naar het laatste onafhankelijke koninkrijk, Kommagene (Commagene). Zij vielen het kleine land binnen als een stoomwals. In 69 v.C. werd de hoofdstad Samosata belegerd. Toen gebeurde het onvoorstelbare; de Romeinse oorlogsmachine kwam tot stilstand. Tot hun ontzetting werden de Romeinse soldaten bestookt met een vreemde materie, die buiten Kommagene onbekend was. De Romeinse historicus Plinius schreef: "Een soldaat die er mee in aanraking kwam, verbrandde met al zijn wapens." Blijkbaar was de angst die dit wapen veroorzaakte enorm. 

Samosata kon niet veroverd worden. Er was een persoonlijke ontmoeting tussen de Romeinse consul Lucullus en Antiochos. We weten niet wat er besproken werd, maar het resultaat was dat de Romeinse legioenen zich terugtrokken.Toch bleef de situatie gespannen voor Kommagene. Het zat gevangen tussen twee grootmachten. Aan de ene zijde het imperialistische, oorlogszuchtige Rome, en aan de andere zijde het machtige rijk van de Parthen.

In 64 v.C. zetten de Romeinen hun veroveringstocht voort. De restanten van het rijk der Seleuciden werden weggevaagd en hun land werd een deel van de provincie Syria. Rome had hiermee alle onafhankelijke landen van Klein-Azië onderworpen, uitgezonderd Kommagene, dat zelfs profiteerde van de ondergang van het Seleuciden rijk, door een kleine gebiedsuitbreiding.

 

Door de strategische positie van Kommagene was het duidelijk dat Rome dit land òf moest veroveren òf zijn expansie naar het oosten moest staken. Daarom versterkte Antiochos zijn banden met de Parthen door zijn dochter Laodike ten huwelijk te geven aan de Parthische koning. Zij kregen een zoon die ze de naam Pakoros gaven. Hij was de oogappel van zijn vader en de erfgenaam van de troon. De oorlog in Klein-Azië werd voortgezet. 

De Parthen versloegen in 53 v.C. de Romeinen en veroverden de provincie Syria. Op dat moment voelde het onderworpen Pontus zich sterk genoeg om in opstand te komen tegen de Romeinse ursurpator. Romeinse brug bij de berg Nemrut Dağı

Julius Caesar trok op naar Klein-Azië om de rebellie neer te slaan. Bij die gelegenheid sprak hij de beroemde woorden: "Ik kwam, ik zag, ik overwon.

Na de moord op Julius Caesar (44 v. Chr.) werd het Romeinse rijk opgedeeld onder zijn opvolgers. Marcus Antonius kreeg het oosten en Octavianus (later keizer Augustus) het westen. Marcus Antonius hield hof in Tarsus aan de zuidkust van Klein-Azië, waar zijn geliefde Cleopatra hem gezelschap hield. Voor de schoonheid van de koningin van Egypte was zelfs Julius Caesar bezweken.

In 38 v. Chr. versloeg Marcus Antonius een Parthisch leger, waarbij de Parthische kroonprins Pakoros werd gedood. Zijn moeder Laodike en zijn vader de koning der Parthen, waren diepbedroefd. Antiochos had medelijden met zijn dochter en haar man en wilde hen helpen. Hij weigerde de overlevenden van de slag die naar Kommagene waren gevlucht en die hij bescherming had gegeven uit te leveren aan Marcus Antonius, maar om een nieuwe oorlog te vermijden bood hij de Romeinse legeraanvoerder in plaats daarvan 1000 talenten aan. Een bedrag dat gelijk was aan 25 ton zilver. Marcus Antonius zag echter zijn kans schoon om bezit te nemen van de schatten van Kommagene, dat bekend stond om zijn rijkdom. Hij weigerde het aanbod en eiste al het goud en zilver van Kommagene op. Uiteraard was Antiochos niet genegen dit te doen. Marcus Antonius beschouwde die weigering als een grove belediging van een onbetekenend lokaal stamhoofd en beval zijn legioenen Kommagene binnen te vallen. Zelf bleef hij aan het hof in Tarsus, wachtend op goede berichten en genoot hij ondertussen van het gezelschap van zijn geliefde Cleopatra. Helaas kwamen er geen goede berichten. Integendeel, hij kreeg te horen dat de belegering van Samosata geen vorderingen maakte. Marcus Antonius zag zich uiteindelijk genoodzaakt afscheid te nemen van het prettige leven aan het hof in Tarsus en nam persoonlijk het commando op zich van zijn legioenen. 

Om elke mislukking uit te sluiten werd koning Herodes van Judaea ter assistentie opgeroepen. Marcus Antonius was er zeker van dat de klus nu vlug geklaard zou zijn. Misschien is toen het volgende gebeurd: Terwijl de belegering van Samosata plaatsvond, verzamelden de soldaten zich in de buitendistricten van Kommagene. Loyaal aan de oproep van hun koning meldde elke burger zich die een wapen kon dragen. Toen zij in voldoende aantal waren, begonnen zij de bevoorradingscolonnes van Marcus Antonius aan te vallen. Het duurde niet lang of de Romeinen waren afgesneden van hun bevoorrading. Marcus Antonius moest zijn cavalerie uitsturen om zijn proviandering zeker te stellen. Dit was precies wat de militaire raad van Kommagene had verwacht. Nu was het tijd om het gevreesde elite korps van Kommagene in te zetten, de gepantserde cavalerie. Paard en ruiter waren bijna onkwetsbaar door een zwaar pantser van zwart staal. Zij waren met niet meer dan een paar honderd, maar als zij aanvielen kon niemand hen stoppen. Deze stalen hamer was de trots van Kommagene. In de vroege ochtend mist wachtten zij de Romeinen op. De paarden schraapten nerveus met hun hoeven over de grond. Plotseling verbraken schrille trompetstoten de stilte. Dat was het signaal voor de ruiters om op te trekken. Het was te laat voor de Romeinen om terug te trekken. Haastig sloten de Romeinse ruiters zich aaneen om de eerste klap op te vangen.Toen de trompetten voor de tweede keer schetterden gingen de gepantserde ruiters over in galop. De aarde schudde. Steeds sneller stormden zij naar voren. Als rollende donder naderden zij de Romeinen. En met een verschrikkelijk klap botsten de zwaar gepantserde ruiters op de Romeinen. De lichte gewapende ruiters werden omver gegooid als kegels. De Kommageense cavalerie ploegde dwars door de Romeinse rangen. Koelbloedig herstelden de gedisciplineerde Romeinen zich. Rekenend op hun overmacht probeerden ze de kleine stalen macht te omsingelen.Voor de derde keer schetterden de trompetten schril. Achter de bepantserde ruiters kwamen boogschutters te voorschijn. Als de vleugels van een arend zwermden boogschutters regimenten naar links en rechts uit. Een barrage van pijlen werd in de rangen van de Romeinen geschoten. Hun lichte pantser bood onvoldoende bescherming tegen de stalen pijlpunten en velen werden gedood of gewond.

Terwijl de zware cavalerie op de Romeinen bleef inbeuken, schoten de boogschutters de Romeinen systematisch uit het zadel. Nu raakten de Romeinen in paniek. Zij verbraken hun rangen. Dat zou hun einde betekenen. Eerst verloren ze hun hoofd en toen hun leven. Op het einde van de dag had Marcus Antonius zijn gehele cavalerie verloren. Gevangen tussen de muren van Samosata en de Kommageense cavalerie, werd hij van belegeraar tot belegerde. Wat er ook werkelijk gebeurd mag zijn, feit is dat Marcus Antonius de belegering opgaf. Zijn bondgenoot Herodus had het eindresultaat niet afgewacht en was al teruggekeerd naar Judaea. Met lege handen moest Marcus Antonius terugkeren. De grootmoedige Antiochos schonk hem 300 talenten om de klap te verzachten. Echter niet voordat Marcus Antonius een overloper had uitgeleverd. Antiochos stond hierop, want hij haatte trouweloosheid en verraad.

Kort na deze gebeurtenissen stierf Antiochos (38 v. Chr.). Hij werd begraven in het heiligdom op de Nemrud, waar zijn lichaam te ruste werd gelegd in een tombe, waarschijnlijk naast die van zijn vader. Antiochus werd opgevolgd door zijn zoon Mithridates ll (38 - 20 v.Chr.)

Kommagene (38 v. Chr. - 72 n. Chr.)

Gemaakt: 16-12-05; laatst gewijzigd: 03-10-08

Colofon