3773 | Kommagene - Cappadocia (290 - 70 v. Chr.) |
![]() |
![]() |
Satrapen van Kommagene Sames (290 - 260 v. Chr.) Arsames l (260 - 228 v. Chr.) Xerxes van Armenië (228 - 201 v. Chr.) Ptolemaeus van Kommagene (201 - 163 v. Chr.) Koningen van Kommagene
|
Zoals veel andere koninkrijken in Klein-Azië, was Kommagene een smeltkroes van volkeren uit oost en west met verschillende culturele achtergronden, gewoonten en verschillende talen spraken. Zij voelden zich beslist niet één verenigd volk. Familie- en bloedbanden waren belangrijker dan tot het volk van Kommagene te behoren. Koning Mithradates deed veel om hierin verandering te brengen. Hij organiseerde bijvoorbeeld in Kommagene elk jaar spelen ter ere van de voorouders, die vergeleken kunnen worden met de Olympische Spelen van de Grieken. In zijn jonge jaren was Mithradates zelf een van de deelnemers, waardoor hij zeer populair werd bij zijn volk. Door zijn vaardigheden behaalde hij vele overwinningen. Voor zijn sportieve prestaties ontving hij de ere-titel "Kallinikos". Letterlijk betekent dit 'Hij die overwint in schoonheid". Mithradates trouwde met een Seleuciden prinses genaamd Laodike. Zij kregen drie dochters. Bij hun vierde dochter begonnen ze te wanhopen of ze ooit een zoon zouden krijgen. Dit was zeer belangrijk want zonder zoon was er geen erfgenaam voor de troon, waardoor de stabiliteit van het rijk in gevaar kwam. De opluchting en het geluk moet groot zijn geweest toen een zoon het levenslicht zag. Hij kreeg de naam van de vader van Laodike, Antiochos. Mithradates had hulp nodig, want Kommagene werd omring door landen die vele malen machtiger waren. Daarom sloot Mithradates een verbond met de goden. We weten niet of deze goden van vlees en bloed waren of alleen in zijn verbeelding bestonden. Duidelijk is wel dat het verbond bijdroeg aan de bescherming van zijn kleine koninkrijk en zijn onafhankelijkheid. Op de tweede plaats verzachtte het de tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Het volk van Kommagene was een mengeling culturen. De mensen voelden zich nauwelijks verwant met elkaar. Door het verbond met de goden ontstond er een gemeenschappelijk band. Immers zij waren een uitverkoren volk. Zij werden begunstigd door de goden en stonden onder hun bescherming. Hierdoor lukte het Mithradates een band te smeden tussen de verschillende bevolkingsgroepen van zijn koninkrijk. |
![]() |
Ter ere van dit verbond bouwde Mithradates over het hele land kleine heiligdommen, die temenos genoemd werden. Deze temenos werden gebouwd op markante plaatsen in het landschap. Van daaruit kon je altijd het belangrijkste heiligdom zien dat op de berg Nemrud stond. Elke temenos bestond uit vijf verticaal geplaatste stenen platen, waarop koning Mithradates stond afgebeeld die de hand schudt van een van de goden. Elke godheid kreeg van Mithradates zowel een Griekse als een Perzische naam: Apollo / Mithras; Artagnes / Herakles; Zeus / Oromasdes; Hera / Teleia; Helios / Hermes. Door de Griekse en Perzische namen kon iedere Kommagener er zich mee identificeren, of hij nu van Griekse of Perzische afkomst was. Deze stenen platen werden stèles genoemd. Door deze stèles maakte Mithradates duidelijk dat het uitsluitend aan hem te danken was, dat ieder van zijn onderdanen onder de bescherming van de goden stond. De temenos moesten getuigen van dit verbond met de goden. Mithridates stierf in 70 v. Chr. en zijn zoon Links: 3,5 meter hoge stèle met voorstelling van koning
|
![]() Gemaakt: 16-12-05; laatst gewijzigd: 03-10-08 |