2864

Het rijk der Seleuciden (200 - 138 v. Chr. )

Het rijk der Seleuciden (223 - 200 v. Chr.)

Tijdens de Tweede Macedonische Oorlog (200 - 197) kwam Antiochus lll zijn bondgenoot Philippus V van Macedonië te hulp door Klein-Azië binnen te vallen, maar door de nederlaag van Philippus bij Cynoscephalae tot stilstand gebracht. Het vijandig optreden van Antiochus III bevestigde het vermoeden bij Rome dat hij nog wel eens een gevaarlijk tegenstander zou kunnen worden. 

Toen Antiochus lll na de nederlaag van zijn bondgenoot Philippus V van Macedonië zoveel mogelijk van diens gebied wilde annexeren. Vooral zijn invallen (196 v. Chr.) op Europese bodem, met de bedoeling Thracië en Griekenland te veroveren, schoten bij de Romeinen in het verkeerde keelgat. Ook verleende hij asiel aan Hannibal (196), om met diens hulp Italië binnen te vallen, wat echter mislukte. 

Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van de Romeinen, landde Antiochus III in 192 op uitnodiging van de Aetoliërs in Griekenland, poserend als de bevrijder van de Grieken. De Aetoliërs voelden zich te kort gedaan door de vredesregeling van 197: zij hadden gehoopt dat Rome hen voor hun steun in de strijd tegen Macedonië zou belonen met gebiedsuitbreiding ten koste van Thessalië, maar dat was niet gebeurd. Antiochus’ veldtocht was echter geen groot succes, daar geen enkele andere Griekse staat hem welkom heette. Zij zagen Antiochus meer als een bedreiging dan Rome. 

Rechts: Antiochus lll

 

Rome reageerde zeer gealarmeerd: Antiochus had op dat moment op grond van zijn grote tocht door de oostelijke streken van het Seleucidenrijk de reputatie een “nieuwe Alexander de Grote” te zijn. Men vreesde niet zonder reden dat zijn oversteek naar Griekenland, die in Rome alleen maar uitgelegd kon worden als product van zijn expansiedrift, de eerste stap was op weg naar een verder offensief richting Italië. Ook nu werd deze angst in hoge mate gevoed door Pergamum dat in tegenstelling tot Rome inderdaad alle reden had zich bezorgd te maken over de plannen van Antiochus om het Seleucidenrijk, waarvan Pergamum zich in het verleden had afgescheiden, in zijn oude omvang te herstellen.

Op verzoek van de Aetolische Bond stak Atiochus lllj in 191 v. Chr. als "bevrijder" naar Griekenland over, maar werd bij Thermopylae verslagen, waarop hij met de restanten van zijn leger naar Klein-Azië terug moest keren.

Hoewel hiermee al het mogelijke gevaar dat Antiochus kon betekenen geweken was, besloten de Romeinen verder te gaan.
Het is niet duidelijk wat de Romeinen deed besluiten de oorlog tegen Antiochus na 191 voort te zetten en zelfs te verplaatsen naar Klein-Azië. Waarschijnlijk was het een combinatie van Pergameens-Rhodische pressie, persoonlijke ambities en primitieve zucht naar buit, in plaats van een redelijke beoordeling van de politieke en militaire situatie. Antiochus toonde zich immers bereid tot aanzienlijke concessies in ruit voor vrede. Hij bood zelfs aan afstand te doen van zijn aanspraken op een aantal Klein-Aziatische Griekse steden. Rome eiste echter volledige ontruiming van heel Klein-Azië tot aan het Taurus-gebergte.

De beslissing viel in 189 bij Magnesia aan de Meander in Klein-Azië uit in het nadeel van Antiochus. De vrede van 188 was voor hem een regelrechte ramp. Hij verloor gans Klein-Azië ten westen van de Taurus, dat aan de koning van Pergamum en aan Rhodus werd gegeven, oude vrienden van Rome. Hij moest zijn vloot en oorlogsolifanten uitleveren en 15000 talenten oorlogsschatting betalen. Voor het Seleucidenrijk was dit het begin van het einde: doordat het contact met het Egeïsche gebied verbroken was, kwam de politiek van hellenisering door het stichten van steden nagenoeg tot stilstand. Nog in hetzelfde jaar 188 trokken alle Romeinse troepen zich uit Azië en Griekenland terug. Rome deed dus nog steeds niet aan echte gebiedsuitbreiding. Enkel invloed en geld waren voor het moment voldoende. De staten in Klein-Azië werden Romeinse protectoraten, hoewel zij op binnenlands gebied hun autonomie behielden. Rome regeerde nu in feite over gans de kunst van de Middellandse zee, Egypte uitgezonderd, zonder ze in bezit te hebben.

Na de slag bij Magnesia in 189 werden de overwinnaars, Scipio Africanus en zijn broer Lucius Cornelius Scipio Asiaticus, heftig aangevallen op de beschuldiging dat Lucius omgekocht zou zijn door Antiochus om te bewerkstelligen dat de vredesvoorwaarden niet al te streng zouden zijn. Lucius werd veroordeeld en dankte zijn redding slechts aan zijn broers aanmatigende optreden. De beschuldiging van misbruik van overheidsgelden, die tegen hem ingebracht was, weerlegde Africanus gewoon door een lofzang op zijn prestaties aan te heffen, wat ertoe leidde dat het volk hem op het Capitool hulde betuigde. Niettemin trok Scipio, vol walging over de ondankbaarheid van zijn landgenoten, zich naar zijn villa te Liternum terug, waar hij in 183, vijftig jaar oud, stierf. In hetzelfde jaar zou ook de andere hoofdfiguur uit de Punische oorlog sterven, Hannibal.

Na de nederlaag tegen de Romeinen hernamen Bactrië en Parthië weer hun zelfstandigheid. De Griekse Bactriërs strekten hun veroveringen voornamelijk uit in de richting van de Indusvallei, waar zij nog twee eeuwen lang een belangrijke rol bleven spelen.

In 187 v. Chr. werd Antiochus III door de bevolking van Elymaïs (ten zuiden van de Kaspische Zee) vermoord bij de plundering van een plaatselijke tempel van Baäl.  

Seleucus lV Philopator (187 - 175 v. Chr.)

Seleucus IV, bijgenaamd Philopator (d.i. "die van zijn vader houdt"), was de tweede zoon en opvolger van Antiochus III de Grote. Tijdens het leven van zijn vader was hij al onderkoning van Thracië. In 190 v. Chr. belegerde hij tevergeefs het met de Romeinen verbonden Pergamon, en het volgende jaar voerde hij in de slag bij Magnesia het bevel over de linker vleugel van Antiochus’ leger tegen de Romeinen. 

Als koning probeerde Seleucus IV zich stipt te houden aan de bepalingen van de Vrede van Apamea, waarbij de Seleuciden elke politieke activiteit in westelijke richting was ontzegd. Om aan de hoge krijgsschatting te kunnen voldoen, liet hij zijn raadsheer Heliodorus zware belastingen opleggen aan de joden, hetgeen ernstige conflicten veroorzaakte. In 175 v. Chr. werd Seleucus IV door deze Heliodorus vermoord.

Antiochus lV Epiphanes (175 - 164 v. Chr.)

De eigenlijke naam van Antiochus IV Epiphanes (Epiphanes is Grieks voor glorieus) was Mitrades. Hij was de zoon van Antiochus III de Grote en de broer van Seleucus IV Philopator. Het gebied van de Seleuciden besloeg toen een groot gebied van het Midden-Oosten, met als kerngebied het huidige Syrië. Ook Palestina, de Libanon en delen van het huidige Irak maakten deel uit van zijn rijk. Hij voerde diverse oorlogen tegen de rivaliserende Ptolemaeën in Egypte, die hij bijna wist te verslaan. Ingrijpen van de Romeinen, die met hun vloot naar Alexandrië waren overgestoken, dwong Antiochus echter onverrichter zake terug te keren naar Syrië.

In 168 v. Chr. beval hij om het altaar van Baäl Hasjamaïm (het Syrische equivalent van Zeus) op te zetten in de joodse tempel te Jeruzalem. 

De Joodse priester Mattathias en zijn zoon Judas Maccabeüs, leidden de furieuze joden in hun opstand tegen de Seleuciden. Judas sneuvelde in de strijd, maar zijn broer Simon wist, zo'n twee decennia na de dood van Antiochus IV, uiteindelijk onafhankelijkheid voor de Joodse staat te verkrijgen. Hij stichtte de Hasmoneese dynastie, die tot 63 v. Chr. in Judea aan de macht blijven.

Antiochus, woedend over het verzet van de joden, voerde persoonlijk zijn leger aan en liet duizenden joden ombrengen. Voor zijn wreedheid noemden de joden hem al snel Antiochus Epimanes (Grieks voor de gek).  Antiochus overleed aan een ziekte tijdens het hoogtepunt van de strijd. 

Antiochus V Eupator (164 - 162 v. Chr.)

Na de dood van Antiochus IV, bijgenaamd Eupator (= "(zoon) van een edele vader) werd het rijk van de Seleuciden lange tijd door interne twisten verscheurd wat een verklaring kan zijn voor de uiteindelijk geslaagde opstand van de joden. In 164 werd de negenjarige Antiochus V Eupator aangesteld als koning.

Wegens dynastieke moeilijkheden was Antiochus V genoodzaakt vrede te sluiten met de Hasmoneeën. De onderdanigheid van het hof jegens de Romeinen ergerde de Griekse steden in Syrië dusdanig dat de Romeinse gezant Gnaeus Octavius (consul in 165 v. Chr.) in Laodicea vermoord werd (162 v. Chr.). Na een kortstondige regering van twee jaar werd Antiochus zelf vermoord door Demetrius, de zoon van Seleucus IV. Hiermee begon een tijdperk van dynastieke strijd die een tijd van verval inluidde en het rijk van de Seleuciden door interne twisten werd verscheurd.

Coin of Antiochus V Eupator.

Demitrius l Soter (162 - 150 v. Chr.)

Demetrius I, bijgenaamd Soter (d.i. Verlosser), was de tweede zoon van Seleucus IV en omdat hij als politiek gijzelaar in Rome werd vastgehouden zag hij aanvankelijk het koningschap aan zijn neus voorbijgaan ten voordele van zijn oom Antiochus IV en daarna van zijn neef Antiochus V. Hij wist echter in 162 te ontsnappen en zijn rechtmatige plaats op de troon te heroveren. Hij versloeg in het Oosten de rebellerende generaal Timarchus en onderwierp in Palestina de opstandige joden. Zijn kwaliteiten als heerser maakten hem als vijand geducht bij de naburige grootmachten, waardoor hij ook de achterdocht van de Romeinen wekte, ook al had de Romeinse senaat in 160 zijn rechten op de troon erkend. Demetrius I sneuvelde in de strijd tegen een troonpretendent, Alexander Balas, die beweerde een jongere broer van Antiochus V te zijn en door de koningen van Pergamon en Egypte was omgekocht.

Alexander I Balas
Alexander l Balas (150 - 145 v. Chr.)

Alexander I, bijgenaamd Balas, beweerde een jongere zoon van Antiochus IV te zijn, en verkreeg in 150 de troon van het Seleucidenrijk na de nederlaag en de dood van zijn voorganger Demetrius I. 

Hij was een marionet in de handen van de koningen van Pergamon en Egypte, en als koning totaal incompetent, maar hij genoot wel de volle steun van de Romeinse Senaat, omdat men te Rome een heropleving van de macht der Seleuciden vreesde indien de rechtmatige opvolger van Demetrius I de troon zou beklimmen. 

Aan de regering van Alexander Balas kwam een einde toen hij met geweld verdreven werd en daarbij omkwam. Zijn bewind kan gezien worden als het begin van een periode van burgeroorlogen die de desintegratie van het Seleucidenrijk in de hand hebben gewerkt.

Demetrius ll Nicator (145 - 138 v. Chr.) (eerste regeerperiode)

Demitrius ll, bijgenaamd Nicator (= Overwinnaar),  was de oudste zoon van Demetrius I Soter en besteeg de troon van zijn vader in 145, na de verdrijving en dood van zijn voorganger, de pretendent Alexander Balas. 

De Arsaciden van Parthië vormden een directe bedreiging. De Parthische heerser Mithridates I de Grote (171-138 v. Chr.) veroverde Medië en Elam en overmeesterde in 141 v. Chr. de stad Seleucia, de toenmalige hoofdstad van Mesopotamië. Tijdens deze oorlog werd Demitrius ll door de Parthen gevangen genomen. 

Demetrios II first reign

Pas in 129 werd hij weer vrijgelaten, waarna hij opnieuw zijn plaats op de troon innam. In de tussentijd had zijn broer Antiochus VII het regentschap waargenomen.

Het bewind van Demetrius II is kenmerkend voor de moeilijkheden waarmee de laatste Seleuciden af te rekenen hadden. Hij moest zijn koninkrijk veroveren op een eerste pretendent, verloor vrijwel onmiddellijk een deel ervan aan een tweede, en werd uiteindelijk vermoord na het verlies aan een derde van wat hem nog restte.

  Antiochus Vl Dionysus (145 - 140 ? v. Chr.)

 

Diodotus Tryphon (140 ? - 138 v. Chr.)  

Toen in juli of augustus 138 v.Chr. Demitrius ll door de Parthen gevangen was genomen, maakte de ambitieuze generaal Diodotus Tryphon - die al sinds lang in conflict lag met Demetrius II - zich meester van de troon (ca. 140 v. Chr.). 

Het rijk der Seleuciden (138  - 64 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 30-09-08

colofon