2773 |
Het rijk der Seleuciden (138 - 64 v. Chr. ) |
![]() |
De broer van Demitius ll, Antiochus had zich voorheen afzijdig gehouden van de politiek en verbleef hij in Side (Zuiden van Klein-Azié), waaraan hij zijn bijnaam Sidetes had te danken. Omdat Antiochus van mening was dat alleen een lid van de Antigoniden de troon mocht bezetten, trouwde hij met zijn schoonzuster Cleopatra Thea en riep hij zichzelf uit tot koning. Een van Antiochus' eerste regeringsdaden was het sturen van een bode naar de Hasmoneeër Simon Makkabeüs met een brief, waarbij hij hem in alle privileges die door zijn voorgangers waren verleend, bevestigde en hem toestond zijn eigen munten te slaan. Het doel van deze inschikkelijkheid was natuurlijk om zich van de hulp van Simon te verzekeren, of ten minste zijn neutraliteit, in de campagne tegen Tryphon. Blijkbaar bleef die hulp uit, want daarna veranderde Antiochus zijn houding tegen de Joden radicaal. Hij herriep niet alleen alle vorige beloften, maar eiste van Simon het bezit van de veroverde steden Joppa en Gazara en de citadel van Jeruzalem, of, in plaats daarvan, een som van 1.000 talenten. Simon sloeg elk alternatief af, waarna Antiochus zijn generaal Cendebaeus tegen hem uitstuurde. Deze werd echter door de zonen van Simon, Judas en Johannes Hyrcanus, verslagen (voorjaar van 137). De campagne tegen Tryphon had wel succes. Gesteund door verscheidene partijen viel Antiochus Tryphon in Dor aan, maar deze slaagde er in te ontsnappen en zou kort daarop in Apameia zelfmoord plegen. Interne aangelegenheden namen in de daaropvolgende jaren Antiochus zo in beslag dat hij de Joden met rust liet. Maar zodra hij zijn handen vrij had, viel hij Judea binnen, verwoestte het land en belegerde hij in Jeruzalem Johannes Hyrcanus, die ondertussen zijn vader was opgevolgd, nadat deze in januari 134 v.Chr. was vermoord. De belegering duurde verscheidene jaren. Het laatste vredesvoorstel van Antiochus hield de uitlevering van alle wapens, de betaling van een belasting door alle steden buiten Judea, 500 talenten en gijzelaars in. De muren van Jeruzalem werden gedeeltelijk afgebroken. Omdat hij Hyrcanus erkende als hogepriester en zich niet mengde in de Joodse godsdienst, kreeg Antiochus de bijnaam Euergetes (weldoener). In 130 v.Chr. voerde Antiochus met succes de strijd tegen de Parthen, wier koning |
In 129 v. Chr. werd Demitrius ll uit zijn Parthische gevangenscha vrijgelaten en nam hij opnieuw zijn plaats in op de troon. Het bewind van Demetrius II was kenmerkend voor de moeilijkheden waarmee de laatste Seleuciden af te rekenen hadden. Hij moest zijn koninkrijk veroveren op een eerste pretendent, verloor vrijwel onmiddellijk een deel ervan aan een tweede, en werd uiteindelijk vermoord na het verlies aan een derde van wat hem nog restte. Aan de heerschappij van de Seleuciden in Syrië kwam in 64 v. Chr. een eind toen de Romeinse machthebber Pompeius dit gebied tot een Romeinse provincie maakte. Syrië trof het niet met de nieuwe stadhouder. Op iedere plaats waar hij kwam maakte hij zich meester van wat er aan rijkdommen aanwezig was. Zelfs de tempel van Jeruzalem beroofde hij van haar schatten. Maar goud was voor hem niet genoeg. Ook roem wilde hij behalen om daarmee net zo populair te worden als Julius Caesar. De mogelijkheid om krijgsroem te verwerven zag hij in een oorlog tegen de Parthen. De Parthen waren een dapper krijgervolk. Heel gevreesd waren hun boogschutters. Hun pijlen misten hun doel nimmer. Wie dit volk zou weten overwinnen zou roem krijgen. Zo dreven roof- en eerzucht deze man tot de oorlog. Maar de werkelijkheid zou anders blijken. Na een zware tocht door de woestijn werden zijn soldaten bij verrassing aangevallen. Ook hijzelf sneuvelde. |
Seleucus V, bijgenaamd Philometor (d.i. "die van zijn moeder houdt"), de zoon van Demitrius ll, was kortstondig koning van het hellenistische Seleucidenrijk (Syrië) in 126/125 v. Chr.. Na de dood van zijn vader nam hij in 125 bezit van de troon, maar dat was tegen de zin van zijn moeder, die hem dan ook kort daarop liet vermoorden. |
Antiochus VIII Epiphanes ("doorluchtige"), Callinicus ("overwinnaar"), Philometor ("zijn moeder liefhebbend"), bijgenaamd Grypos (Grypos: "haviksneus") was tussen 125 en 121 v.Chr. was coregent van zijn moeder Cleopatra Thea.
|
![]() |
Tijdens de eerste drie jaren van zijn bewind ondervond hij actief tegenstand van Alexander Zabinas, zijn rivaal in de strijd om de troon. Daarom onderhield hij uit pure noodzaak een goede verstandhouding met de Joodse Hasmoneese koningen. Na de nederlaag van Alexander Zabinas, kon hij genieten van acht jaren ongestoorde alleenheerschappij en bleef j zijn vriendschap met het Joodse volk onderhouden, want hij meende dat hij nog niet sterk genoeg was om de voorwaarden van het door Antiochus Sidetes gesloten verdrag met Johannes Hyrkanus af te dwingen. Noch slaagde hij er beter in om dit in de jaren 113-96 te doen. Want hoewel hij in staat was om een deel van Syrië te onttrekken aan de macht van zijn tegenstander Antiochus IX Cyzicenus, behoorde het gedeelte van het land dat aan Palestina grensde niet tot dit heroverde gebied. |
Antiochus IX was de zoon van Antiochus VII en Cleopatra Thea en dus een halfbroer van Antiochus VIII Grypus tegen wie hij in opstand zou komen. Hij werd in zijn jeugd door zijn moeder voor zijn studie naar Cyzicus gestuurd. In 114 v.Chr. zou hij daar huwen met Cleopatra IV - net gescheiden van Ptolemaeus IX Soter II - die als huwelijksgeschenk het overgelopen leger van Antiochus VIII Grypus met zich meebracht. Hierdoor kon Antiochus Cyzicenus Syrië binnenvallen en een oorlog tegen zijn halfbroer beginnen. Aldus wist Antiochus Cyzicenus de troon van Syrië te verwerven, zij het dat hij na twee jaar (111 v.Chr.) al het merendeel van dit gebied moest terug overlaten aan Antiochus Grypus en slechts Coele-Syrië wist te behouden. Tijdens deze strijd (in 112 v.Chr) werd Cyzicenus' vrouw Cleopatra IV, die reeds het leven had geschonken aan hun zoon Antiochus X Eusebes, omgebracht op bevel van haar zuster Cleopatra Tryphaena. Toen Cyzicenus een volgende slag won, bracht hij op zijn beurt Cleopatra Tryphaena om het leven. Volgens Diodorus Siculus zou hij zijn tijd hebben doorgebracht met drinken en andere onkoninklijke zaken, maar dit beeld is duidelijk gebaseerd op dat van Antiochus IV Epiphanes, een andere "jodenhater". Want toen Johannes Hyrkanus, koning en hogepriester over de Joodse Hasmoneese staat - die de gebroeders Antiochus verachtte omwille van hun broedertwist - Samaria aanviel, riepen de Samaritanen Antiochus Cyzicenus te hulp. Hij werd echter verslagen door Aristobulus (de zoon en generaal van Johannes Hyrkanus), maar zou - met de hulp van de verdreven Ptolemaeus Lathyrus die hem ongeveer 6000 man had gestuurd - kort daarop het gebied van Hyrkanus al plunderend binnenvallen, zonder echter te kunnen voorkomen dat de stad Samaria uiteindelijk viel (hij zou zelfs het bevel hebben overgelaten aan twee van zijn generaals, waarvan de ene, Callimander, zou sneuvelen en de andere, Epicrates, Scythopolis openlijk zou hebben verraden).Toen Ptolemaïs werd belegerd door Alexander Janneüs, konden noch Antiochus Cyzicenus noch Antiochus Grypus hen te hulp komen, omdat ze met elkaar in oorlog waren. Hij hertrouwde met Cleopatra V Selene. Toen Antiochus Grypus in 96 v.Chr. uiteindelijk overleed (mogelijk door toedoen van Heracleon), volgde zijn zoon Seleucus VI Epiphanes hem op, die in 95 v.Chr. Antiochus Cyzicenus in de strijd wist gevangen te nemen en vervolgens liet executeren. Maar kort daarop nam Cyzicenus' zoon Antiochus X Eusebes - die net als zijn vader de titel van basileus ("koning") claimde - al wraak en versloeg Seleucus VI Epiphanes in de strijd. |
laatst bijgewerkt: 21-09-08 |