3091 |
Macedonië en Griekenland (200 - 148 v. Chr.) |
![]() In 199 stuurde Rome een expeditie naar Macedonië. Officieel kwam men de Griekse steden te hulp, maar eigenlijk kwam men |
![]() |
Philippus, die zich langzaam ingesloten voelde, nam het initiatief in handen en viel Griekenland binnen. Daar hij weinig tegenstand ondervond, had hij Attica al bereikt toen Rome's bondgenoten haar om hulp vroegen. In de volksvergadering stemden de vermoeide Romeinen eerst tegen het voorstel om Philippus de oorlog te verklaren, maar toen zij zich realiseerden dat Italië misschien verdere oorlogsverschrikkingen op eigen bodem bespaard zouden blijven, als de strijd nu in Griekenland aangebonden werd, gaven zij de Senaat uiteindelijk toestemming om de oorlog te voeren. Deze Tweede Macedonische oorlog (200 - 196) bracht voor het eerst een Romeinse troepenmacht op Griekse bodem. In 200 v. Chr. landde een kleine Romeinse legereenheid in Illyrië om een invasie van Thessalië, waar het Macedonische leger de dienst uitmaakte, te beginnen. In 198 v. Chr. veroverden de Romeinen Eretria. Aanvankelijk kreeg geen van beide partijen echt de overhand, totdat in het derde oorlogsjaar (197 v. Chr.) de Romeinse legioenen onder leiding van consul |
![]() |
De Macedonische phalanx bestond uit 16.000 man, die in 16 ruien dicht op elkaar stonden en met lange speren waren gewapend. De speren werden zo gehouden, dat die van de eerste vijf rijen een muur van stalen punten vormden. De elf volgende rijen hielden hun schilden schuin boven de hoofden van hun voorgangers om hen tegen pijlen te beschermen. De soldaten in de phalanx marcheerden zo dicht op elkaar, dat ze alleen maar rechtuit konden gaan. Hun speren konden ook slechts in die ene richting gebruikt worden. Het was dan ook van het allergrootste belang dat de Phalanx niet van opzij of in de rug werd aangevallen. In de dagen van Pyrrhus hadden de Romeinen de phalanx gevreesd, maar nu niet meer. Ze waren lichter bewapend en konden zich vlug bewegen en hadden geleerd hoe ze in zulk geval moesten handelen. Ondanks het slechte terrein ging Philippus tot de aanval over. Hij stelde zijn rechtervleugel op in de phalanx en leidde die naar de vijandelijke linkervleugel. De compacte massa soldaten kwam met zulk een onweerstaanbare kracht de helling af, dat de Romeinen uiteengedreven werden. Voor Philippus echter zijn linkervleugel op het moeilijke terrein op kon stellen, hadden de Romeinen die aangevallen en op de vlucht gejaagd. In plaats van de soldaten te achtervolgen, zoals de anderen deden, voerde een tribuun, op eigen initiatief, zijn eigen eenheden naar de achterzijde van de phalanx op de rechter vleugel. Het resultaat was een overtuigende Romeinse overwinning: 8000 Macedoniërs sneuvelden en 5000 van hen werden gevangen genomen. |
De onoverwinnelijke Macedonische phalanx had eindelijk, zij het op ongeschikt terrein, het onderspit gedolven tegen een nieuwe, beweeglijke manier van strijd leveren, die de Romeinen vele eeuwen eerder van de bergstammen in Italië hadden geleerd en vervolgens in de lange strijd tegen Hannibal hadden geperfectioneerd. Drie jaar waren voldoende geweest om de Macedonische monarchie te schrappen uit de reeks van grote mogendheden. Philippus verzamelde de resten van zijn leger en vluchtte. Hij besefte dat het weinig nut had de strijd voort te zetten en met de rest van zijn leger trok hij daarom naar zijn eigen gebied terug. De Romeinse overwinning maakte niet alleen een einde aan de vijandelijkheden in Griekenland, maar ook koning ![]() Rechts: |
![]() |
Flaminianus werd in Griekenland als held vereerd. Via een proclamatie tijdens de Isthmische Spelen in 196 in Korinthe riep hij onafhankelijkheid uit van de Griekse steden onder groot enthousiasme van de toehoorders. Twee jaar later (194 v. Chr.), toen de grenzen van de Griekse staten tot zijn bevrediging waren veiliggesteld, werd heel Griekenland inderdaad door de invasietroepen ontruimd. Rome ging niet over tot toe-eigening van de veroverde gebieden, ze waren tevreden met de feitelijke macht. Het was toen al duidelijk dat het Griekenland van voor Alexander de Grote niet meer zou terugkeren. In 196 werd ook het Rijk Macedonië gesplitst: Philippus mocht de oude kernstreek Macedonië behouden en werd in feite een Romeinse cliënt-koning. De Griekse steden werden onafhankelijk onder de De strijd op de zuidelijke Balkan was door de Romeinen met de meest onmenselijke wreedheid gevoerd en had de welvaart van de Grieken volkomen ten gronde gericht. De Grieken kregen van de Romeinen zelfbestuur, want zij zagen wel in dat de Griekse driftkoppen moeilijk vanuit Rome waren te besturen. Rome had op dat moment geen behoefte om verder te gaan dan het stichten van vrede. Maar Weer werd een Romeinse legermacht overgebracht en in 191 v. Chr. werd de agressor verslagen bij de beruchte pas Thermopylae in Aetolia in midden Griekenland, een smalle weg door de bergen naar Attica en zo naar Athene, waar tijdens de tweede Perzische invasie onder Xerxes van Perzische de Grieken de Perzen in 480 v. Chr. wisten tegen te houden. (z. Perzische rijk (490-482). |
Rome had er nu mee kunnen volstaan af te rekenen met de staten die Antiochus' kant hadden gekozen en daarna Griekenland aan haar lot kunnen overlaten. Maar, of het dat wilde of niet, Rome werd nu in de Griekse politiek betrokken en de kleinzielige kibbelpartijen tussen concurrerende Griekse staten vergden de aandacht van de ene Romeinse commissie na de andere. Bij Magnesia kwam het in 190 v. Chr. tot een beslissende slag, waarbij L. Cornelius Scipio en zijn broer Scipio Africanus Antiochus' strijdmacht een verpletterende nederlaag toebrachten. Na de inname van Ambracia aan de westkust van Aetolia in 189 v. Chr. werd de Aetolische Bond opgeheven. Een jaar later werd de vrede Apamea gesloten. Antiochus werd gedwongen 15.000 talenten te betalen in 12 jaarlijkse termijnen, zijn oorlogsvloot uit te leveren op 10 schepen na en de bezittingen in Asia Minor af te staan aan Rhodos en Pergamon. Dit laatste rijk was niet daarmee niet alleen een krachtige bondgenoot, maar fungeerde tevens als Romeinse bufferstaat tegen zowel Macedonië als Syrië. Een jaar of wat later begon de Macedonische macht opnieuw toe te nemen en daarmee werd de situatie wederom gespannen. Opnieuw riepen Rhodos en Pergamon Rome tussenbeide. In 172 v. Chr. verklaarde Rome Macedonië de oorlog met als onvermijdelijk gevolg dat Macedonië bij het Romeinse rijk werd ingelijfd. Ook nu weer schrok Rome ervoor terug het gezag rechtstreeks in handen te nemen. Zij gaf er de voorkeur aan Macedonië te verdelen in vier autonome gebieden, terwijl de Griekse staten die de zijde van de Macedoniërs hadden gekozen, streng werden aangepakt. In 164 v. Chr. bezetten de Romeinen Macedonië en in hetzelfde jaar vielen zij ook Thracië binnen, na eerst de Odrysen en vervolgens de andere Thracische stammen te hebben geholpen volgens het aloude Romeinse motto "verdeel en heers". De politieke oplossing (de verdeling van Macedonië in vier autonome gebieden) was op zijn best een tijdelijke remedie en in 149 v. Chr. nam Macedonië andermaal de wapenen op. Rome had geen keus: het volgende jaar werd de opstand neergeslagen en Macedonië werd een Romeinse provincie (148 v. Chr.). |
laatst bijgewerkt: 17-03-03 |