2861 |
Het rijk van Lysimachus (306 - 200 v. Chr.) |
![]() |
Vanaf 306 v. Chr. regeerde ![]() ![]() ![]() Na de Diadochenoorlog (315 - 311) kreeg Lysimachus er een deel van Centraal Klein-Azië bij gekregen. Nadat In 301 v. Chr. Antigonos bij Ipsos door de coalitie van de diadochen Kassaldo's, Ptolemaeeus, Seleukos en Lysimachos was verslagen verslagen, werd het rijk opnieuw verdeeld.
|
De oorlogen en conflicten hadden de economische en militaire hulpbronnen van Thracië uitgeput. Zo werd de weggeëffend voor een nieuwe veroveraar. Ten tijde van :ysimachs' bewind gingen de Thracische stammen, o.l.v. Seuthes lll een bondgenootschap aan. Aan de andere kant van de Balkanketen sloten zich aaneen onder Dromichaites, heerser over de Geten. Tussen deze bondgenootschappen en Lysimachus deden zich grote botsingen voor, waarbij noch hij, noch de Thraciërs de overhand kregen. Lysimachus' verdere pogingen om Macedonië te overheersen en vervolgens Klein-Azië, verminderden de weerstandskracht van alle volkeren op het Balkanschiereiland en openden tenslotte de poorten voor de invasies van de Kelten (Galatiërs) vanuit Centraal Europa. |
![]() |
In 283 v.Ch. veroverde Lysimachus de stad Ephesos. Twee kilometer verderop liet hij een nieuwe stad bouwen en noemde deze Arsinoe, naar zijn vrouw. In Ephesos werd het theater op berg Pion aangelegd.Men hakte de treden uit in de helling van de berg. Vanaf de hoogste rijen had men een schitterende uitzicht. De akoestiek was perfect en werd in de oudheid nog verbeterd met kleien en bronzen klankvaten. Het toneelgebouw was drie verdiepingen hoog (18m hoog en 14 m breed). Alleen de onderste laag is tot op heden goed bewaard. Het toeschouwersgedeelte was 38 m hoog en een diameter van 158 m.
In 281 v. Chr. werd Lysimachus' rijk vanuit Klein-Azië aangevallen door |
![]() |
Vanaf 280 v. Chr. werd de Balkan geteisterd door invallen van Kelten (Galliërs) uit West-Europa. Eerst vielen zij Macedonië en Tessalië binnen. Terwijl sommige legereenheden zich bezighielden met plunderen en roven, trokken andere door naar Thracië (279), waar zij het politieke systeem ruïneerden en tenslotte een eigen koninkrijk stichten (278). Een deel van de Thracische aristocratie week uit naar de Griekse stadskolonies langs de Zwarte Zee, de Zee van Marmara en de kust van de Egeïsche Zee. Deze veronderstelling wordt ondersteund door talrijke vondsten van sieraden in de necropolis van Mesambria, Apollonia en Odessus. Hier zijn de tradities van het Thracische metaalhandwerk bewaard gebleven. Deze Keltische invasie maakte een eind aan de politieke en culturele ontwikkeling van de Thraciërs en hun land. Nadat deze invasiei n 279 v. Chr. door de Grieken bij Delphi tot staan was gebracht, vielen de Kelten Klein-Azië binnen en stichtten zij daar het koninkrijk Galatië op het vroegere grondgebied van de Phrygiërs. Macedonië werd vanaf de dood van Lysimachus geregeerd door een aantal koningen / generaals die slechts kort (één tot drie jaar) regeerden. Ptolemaeus II Ceraunus (281-279).; Meleager (279); Antipater II Etesias (279). Sosthenes (legerleider) (279-277).
In 277 kwam Antigonus II, bijgenaamd Gonatas (d.i. afkomstig uit Gonoi, in Thessalië), de zoon van Demetrius Poliorcetes aan het bewind. Na de dood van zijn vader (283 ) had hij verscheidene jaren strijd moeten leveren om metterdaad het koningschap over Macedonië te kunnen uitoefenen. Hij consolideerde zijn gezag door de in zijn grondgebied binnengedrongen Galliërs te verslaan, maar ook daarna werd zijn positie herhaaldelijk betwist, onder andere door Pyrrhus van Epirus. Deze was zich na zijn nederlaag tegen de Romeinen in 275 v. Chr. in Zuid-Italie teruggekeerd naar Epirus en maakte zich meester van de troon in Macedonië (274). Toen hij met zijn zegevierend leger de stad Argos binnentrok, werd hij echter geraakt door een door een vrouw naar beneden gegooide dakpan, waarna hij aan de gevolgen van zijn verwondingen overleed (272). Antigonos ll regeerde daarna nog tot 239 v. Chr. over Macedonië. In 267 brak de Chremonidische oorlog uit, waarbij een coalitie van Athene, Sparta en Ptolemaeus II Philadelphus zich tegen hem verenigden. Antigonos II behaalde de overwinning, maar zijn expansie kwam tot stilstand door het optreden van de Achaeïsche Bond. Antigonos ll genoot verder vooral bekendheid als begunstiger van dichters, wijsgeren en historici, die zelf ook bij gelegenheid de wijsbegeerte beoefenden. Hij was bevriend met de filosoof Zeno, en ook Aratus werkte aan zijn hof. Na de dood van Antigonos ll regeerden achtereenvolgens: |
|
![]() Rome had na de 2e Punische Oorlog (218 - 202 v. Chr.) enorm aan prestige gewonnen. Het bezat nu de controle over het westelijk deel van de Middellandse zee tot aan de Adriatische Zee. Het was nu een wereldmacht naast de Helleense rijken en deze rijken trokken nu de aandacht wegens hun grote rijkdommen en hun hoogstaande cultuur. In Rome bleef men niet lang stilzitten. Al meteen in 201 v. Chr., vier jaar na het einde van de 1e Macedonische oorlog (215-205 v. Chr., raakte Rome opnieuw verwikkeld in het politieke machtsspel in het Midden-Oosten. De aanleiding voor een tussenkomst kwam door het uitlekken van een in 203 gesloten geheime overeenkomst tussen
laatst bijgewerkt: 29-04-07 |