2861

Het rijk van Lysimachus (306 - 200 v. Chr.)

Vanaf 306 v. Chr. regeerde Lysimachus (Lysimachos) als koning over Thracië. Zijn rijk grensde in het zuiden aan dat van Antigonos, de satraap van Phrygië die samen met zijn zoon Demetrius Poliorcetes. het rijk van Alexander onder zijn heerschappij te herenigen en in een hardnekkige strijd zijn macht uit over geheel Klein-Azië uitbreidde. In het westen grensde het rijk van Lysimachus aan dat van Kassandros.

Na de Diadochenoorlog (315 - 311) kreeg Lysimachus er een deel van Centraal Klein-Azië bij gekregen. Nadat In 301 v. Chr. Antigonos bij Ipsos door de coalitie van de diadochen Kassaldo's, Ptolemaeeus, Seleukos en Lysimachos was verslagen verslagen, werd het rijk opnieuw verdeeld.

 

Kassandros kreeg Macedonië, maar na zijn dood in 294 v. Chr. wist Demitrios Poliorcetes , de zoon van de verslagen Antigonos het koningschap over dit land te verwerven. In 287 v. Chr. viel Lysimachus en Macedonië binnen en maakten een einde aan zijn bewind en lijfde Macedonië en Thessalië in bij zijn rijk. Vervolgens maakte Lysimachus een eind aan de aspiraties van Pyrrhus van Epirus door hem uit Macedonië te verdrijven. 

De oorlogen en conflicten hadden de economische en militaire hulpbronnen van Thracië uitgeput. Zo werd de weggeëffend voor een nieuwe veroveraar. Ten tijde van :ysimachs' bewind gingen de Thracische stammen, o.l.v. Seuthes lll een bondgenootschap aan. Aan de andere kant van de Balkanketen sloten zich aaneen onder Dromichaites, heerser over de Geten. Tussen deze bondgenootschappen en Lysimachus deden zich grote botsingen voor, waarbij noch hij, noch de Thraciërs de overhand kregen. Lysimachus' verdere pogingen om Macedonië te overheersen en vervolgens Klein-Azië, verminderden de weerstandskracht van alle volkeren op het Balkanschiereiland en openden tenslotte de poorten voor de invasies van de Kelten (Galatiërs) vanuit Centraal Europa. 

I

In 283 v.Ch. veroverde Lysimachus de stad Ephesos. Twee kilometer verderop liet hij een nieuwe stad bouwen en noemde deze Arsinoe, naar zijn vrouw. In Ephesos werd het theater op berg Pion aangelegd.Men hakte de treden uit in de helling van de berg. Vanaf de hoogste rijen had men een schitterende uitzicht. De akoestiek was perfect en werd in de oudheid nog verbeterd met kleien en bronzen klankvaten. Het toneelgebouw was drie verdiepingen hoog (18m hoog en 14 m breed). Alleen de onderste laag is tot op heden goed bewaard. Het toeschouwersgedeelte was 38 m hoog en een diameter van 158 m.

In 281 v. Chr. werd Lysimachus' rijk vanuit Klein-Azië aangevallen door Seleucos (Seleucus) l en bij Corupedium verpletterend verslagen. Zowel Lysimachus als Seleucos sneuvelden in deze strijd.

Vanaf 280 v. Chr. werd de Balkan geteisterd door invallen van Kelten (Galliërs) uit West-Europa. Eerst vielen zij Macedonië en Tessalië binnen. Terwijl sommige legereenheden zich bezighielden met plunderen en roven, trokken andere door naar Thracië (279), waar zij het politieke systeem ruïneerden en tenslotte een eigen koninkrijk stichten (278). Een deel van de Thracische aristocratie week uit naar de Griekse stadskolonies langs de Zwarte Zee, de Zee van Marmara en de kust van de Egeïsche Zee. Deze veronderstelling wordt ondersteund door talrijke vondsten van sieraden in de necropolis van Mesambria, Apollonia en Odessus. Hier zijn de tradities van het Thracische metaalhandwerk bewaard gebleven. Deze Keltische invasie maakte een eind aan de politieke en culturele ontwikkeling van de Thraciërs en hun land. Nadat deze invasiei n 279 v. Chr. door de Grieken bij Delphi tot staan was gebracht, vielen de Kelten Klein-Azië binnen en stichtten zij daar het koninkrijk Galatië op het vroegere grondgebied van de Phrygiërs

Macedonië werd vanaf de dood van Lysimachus geregeerd door een aantal koningen / generaals die slechts kort (één tot drie jaar) regeerden. Ptolemaeus II Ceraunus (281-279).; Meleager (279); Antipater II Etesias (279). Sosthenes (legerleider) (279-277). 

Antigonos ll (277 - 274); Pyrrhus van Epirus (274 - 272); Antigonos ll (272 - 239)

In 277 kwam Antigonus II, bijgenaamd Gonatas (d.i. afkomstig uit Gonoi, in Thessalië), de zoon van Demetrius Poliorcetes aan het bewind. Na de dood van zijn vader (283 ) had hij verscheidene jaren strijd moeten leveren om metterdaad het koningschap over Macedonië te kunnen uitoefenen. Hij consolideerde zijn gezag door de in zijn grondgebied binnengedrongen Galliërs te verslaan, maar ook daarna werd zijn positie herhaaldelijk betwist, onder andere door Pyrrhus van Epirus. Deze was zich na zijn nederlaag tegen de Romeinen in 275 v. Chr. in Zuid-Italie teruggekeerd naar Epirus en maakte zich meester van de troon in Macedonië (274). Toen hij met zijn zegevierend leger de stad Argos binnentrok, werd hij echter geraakt door een door een vrouw naar beneden gegooide dakpan, waarna hij aan de gevolgen van zijn verwondingen overleed (272). Antigonos ll regeerde daarna nog tot  239 v. Chr. over Macedonië. 

In 267 brak de Chremonidische oorlog uit, waarbij een coalitie van Athene, Sparta en Ptolemaeus II Philadelphus zich tegen hem verenigden. Antigonos II behaalde de overwinning, maar zijn expansie kwam tot stilstand door het optreden van de Achaeïsche Bond. Antigonos ll genoot verder vooral bekendheid als begunstiger van dichters, wijsgeren en historici, die zelf ook bij gelegenheid de wijsbegeerte beoefenden. Hij was bevriend met de filosoof Zeno, en ook Aratus werkte aan zijn hof.

Na de dood van Antigonos ll regeerden achtereenvolgens: Demetrius II Aetolicus (239-229) en  Antigonus III Doson (229-221)

  Philippos (Philippus) V 221-179 v.Chr.

Eerste Macedonische oorlog (215 - 205 v. Chr.)
Rome probeerde met succes zijn daadwerkelijke betrokkenheid bij deze oorlog tot een minimum te beperken. In een tienjarige met onmenselijke wreedheid gevoerde oorlog spanden de staten van het Balkanschiereiland al hun krachten in om elkander te vernietigen. En toen een vrede tenslotte een einde maakte aan de ellende was de welvaart van Griekenland ten gronde gericht.
In Thracië hielden de Romeinen het verzwakte koninkrijk van de Odrysen in stand om gebruik te kunnen maken van de pogingen van de Odrysen hun heerschappij aan de stammen in de omgeving op te leggen. In plaats daarvan richtten de Romeinen hun aandacht op een ander, in hun ogen veel groter gevaar: Philippus V van Macedonië.

Philippos V, van Macedonië, had op de Balkan steeds meer gebied veroverd, waaronder het land van de Grieken. Tegen het begin van de tweede eeuw v. Chr. verkeerde het Macedonische koninkrijk in een staat van onrust. De staten van de Peloponnesos, die zich voor het merendeel hadden aaneengesloten in de Achaiïsche Bond, werden opstandig, evenals de volkeren van Thessalië en de bergstammen ten nooren van de Golf van Korinthe, die de Aitolische Bond hadden gevormd. Op zichzelf waren de Griekse staten te zwak om de Macedonische suprematie uit te dagen en hun allianties waren zozeer verdeeld door interne rivaliteit, dat ze zonder hulp van buiten weinig kans maakten tegen de Macedoniërs. In 202 v. Chr. begon Filippos V de heerschappij te krijgen over de Egeïsche Zee, op het moment dat Rome aan het bijkomen was van de inspanningen van de 2e Punische Oorlog (218-202 v. Chr.) en weinig lust had als kampioen van de Griekse staten te worden ingehaald. Enerzijds beschouwde de pro-Griekse lobby, onder leiding van Scipio het als zijn plicht om Griekenland in haar benarde positie bij te staan; anderzijds speelde sterk mee de vrees voor Macedonië - zeker na Filippos' interventie ten gunste van Hannibal in de recente oorlog. Pergamon, Rhodos en Athene riepen de hulp in van Rome om het expansiestreven van Filippos een halt toe te roepen.

Rome had na de 2e Punische Oorlog (218 - 202 v. Chr.) enorm aan prestige gewonnen. Het bezat nu de controle over het westelijk deel van de Middellandse zee tot aan de Adriatische Zee. Het was nu een wereldmacht naast de Helleense rijken en deze rijken trokken nu de aandacht wegens hun grote rijkdommen en hun hoogstaande cultuur. In Rome bleef men niet lang stilzitten. Al meteen in 201 v. Chr., vier jaar na het einde van de 1e Macedonische oorlog (215-205 v. Chr., raakte Rome opnieuw verwikkeld in het politieke machtsspel in het Midden-Oosten. De aanleiding voor een tussenkomst kwam door het uitlekken van een in 203 gesloten geheime overeenkomst tussen Philippos V van Macedonië en Antiochus lll van Syrië. Deze overeenkomst was gericht tegen Egypte en zijn Egeïsche bezittingen en protectoraten. Zowel Macedonië als Syrië waren echter al langer een doorn in het oog van Rome. Vooreerst was men in Rome de rol van Philippus V in de Tweede Punische oorlog nog niet vergeten en anderzijds wou men de macht van Syrië beperken, opdat de eigen belangen in het Midden-Oosten veilig gesteld zouden zijn. Antiochus lll had onlangs zijn macht aanzienlijk vergroot door de verovering van het gehele Seleucidische rijk, dat zich nu van Perzië tot aan de Middellandse Zee uitstrekte. Bovendien had Hannibal in Syrië aan het hof van Antiochus lll zijn toevlucht gevonden en ook had met hem had Rome nog een appeltje te schillen. Toen Pergamum en Rhodus zich tot Rome wendden voor steun omdat zij bedreigd werden door de Macedonische vlootacties, gingen de Romeinen daar al te graag op in.

Macedonië en Griekenland (200 - 100 v. Chr.); Pergamon (200 - 128 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 29-04-07

colofon