3771

Het koninkrijk Pergamon (281 - 128 v. Chr.)

Het rijk Lycimachus (300 - 200 v. Chr.) 
Filetairos (281 - 241 v. Chr.)

Na de dood van Lysimachus in 281 v. Chr. was de schat bestaande uit 9000 talenten zilver achter (1 talent = ca. 20 kg) die hij had vergaard tijdens Alexanders veroveringstochten en in de heuvelburcht van Pergamon, een marktplaats in Mysia (het noordwestelijke deel van Klein-Azië) had opgeslagen, nog grotendeels onaangeroerd. Zij werd met argusogen bewaakt door ene
Filetairos. Toen deze zich plotseling in het bezit van zo'n onverwachte weelde wist, besloot hij in Pergamon een machtscentrum te vestigen, van waaruit hij een geleidelijk groter wordend koninkrijk in Asia Minor zou kunnen beheersen. Toen hij in 263 v. Chr. stierf, was hij, behalve in naam, koning over een tamelijk groot rijk, dat zich naar het noorden tot in de Troas uitstrekte. 

Eumenes l (263 - 241 v. Chr.)

Hij werd opgevolgd door Eumenes l, zijn neef, de eerste vorst van een dynastie die de komende 130 jaar enorme macht en invloed in Klein-Azië zou uitoefenen.

Rechts: Eumenes l

Attalos l (241 - 197 v. Chr.)

In 230 behaalde Eumenos' (geadopteerde) zoon Attalos l  een klinkende overwinning op de Galaten (Galliërs) en verwierf zich zo de naam van kampioen van het Hellenisme in Klein-Azië. Hij sloot een vriendschapsverdrag met Rome en riep zichzelf uit tot koning van Pergamon. Attalos' natuurlijke vijand was Filippos V van Macedonië. Toen Attalos l en Rhodos dan ook Filippos V de oorlog verklaarden, waren ze wel zo wijs zich te verzekeren van Romes steun. 

Het Keltische koninkrijk in Thracië heeft maar korte tijd bestaan. In 26# v. Chr. werd het door een opstand van de Thraciërs weggevaagd. De bevrijding van de Keltische heerschappij leidde echter niet tot een versplintering van Thracië. Korte tijd na de omverwerping van het Keltsiche regime in Thracië verschenen er nieuwe veroveraars, de Romeinen, in het meest westelijke deel van het Balkanschiereiland.  In 216 v. Chr. bereikten zij de Adriatische kust bij Albanië. Langzaam baanden zij zich van daaruit een weg naar het binnenland. 

Rechts: Attalos l van Pergamon

Attalus I legde de grondslagen van de culturele opgang van Pergamon, door letterkundigen, filosofen en kunstenaars aan te trekken en te steunen. Zijn overwinning op de Galaten liet hij op verschillende manieren vereeuwigen, o.m. door de oprichting van het Zeusaltaar (waarvan de beeldhouwwerken de Galaten symbolisch uitbeelden als giganten die het tegen de goden opnemen) en van het zegemonument van de zgn. Stervende Galliër, allebei hoogtepunten van de hellenistische kunst.

Links: Het Zeus-altaar in Pergamon, opgesteld in het Pergamonmuseum in Berlijn.

Eumenes II (197-159 v. Chr.) van Pergamon (Pergamum), de zoon van Attalos I (241-197 v. Chr.) was de man die het koninkrijk groot maakte. Tijdens zijn bestuur werd het hele westelijke deel van Klein-Azië in bezit genomen en werden aanvallen van Syriërs en Galaten eenvoudig afgeslagen. Hij liet op de acropolis van Pergamon een groot altaar voor Zeus verrijzen en ook de lagere delen van de heuvel werden in opdracht van deze kunstminnende vorst bebouwd. In zijn tijd werd het Asklepion, een medisch centrum op de heuvel aan de andere zijde van de Selinus, uitgebreid en verfraaid. De meeste indruk wist Eumenes ll te maken met zijn bibliotheek. Als symbool van de sociale en culturele status van de stad verzamelde hij in een groot gebouw meer dan 200.000 boekrollen. Volgens de overlevering waren de Egyptenaren zo bang dat hun bibliotheek van Alexandria zou worden overtroffen dat zij de uitvoer van papyrus naar Turkije stillegden. Als alternatief materiaal voor het vervaardigen van boeken ontwikkelden de geleerden van Eumenes toen het perkament. De naam van deze geprepareerde dierenhuiden (in het Latijn: 'pergamen ') is duidelijk afgeleid van de stadsnaam.
Antiochos lll de Grote regeerde van (242-187 v. Chr.) als koning over Asia, Macedonia, Achaea en Thracia. Hij was heerser over een enorm rijk dat zich uitstrekte van Klein-Azië tot aan Egypte en in het westen grensde aan de Middellandse Zee en in het oosten aan de Perzische Golf. 

In 192 v. Chr. viel Antiochus lll Thessalië binnen, teneinde in bondgenootschap met de Aetolische Bond de Ptolemaeese bezittingen in het gebied van de Egeïsche Zee terug te eisen. Daarop riep Pergamon de Griekse steden van Asia Minor op om de hulp in te roepen van Rome, met het nogal twijfelachtige argument dat ze van oorsprong allemaal Trojaans waren. 

Attalos II (159-138 v. Chr.)

Eumenes ll van Pergamon werd opgevolgd door zijn jongere broer Attalos II, die steeds meer onder invloed van Rome kwam. Het gebrekkige vermogen van de Attaliden om nageslacht te produceren maakte ten slotte een einde aan het koninkrijk. 

Attalos ll, ging door voor een geleerde, maar tevens, volgens verhalen van tijdgenoten, voor ietwat excentriek en wreed. Zijn dood in 133 v. Chr. bezorgde menigeen een onaangename verrassing: hij bleek zijn rijk aan Rome te hebben gelateerd. Tegen wil en dank hadden de Romeinen nu verplichtingen in Klein-Azië. Na wat aanvankelijke moeilijkheden werd Pergamon in 128 v. Chr. de Romeinse provincie Asia Minor. De Romeinen verwierven niet alleen een groot grondgebied, maar ook indrukwekkende kunst- en cultuurschatten. 

Asia (128 v. Chr. - 315 n. Chr.); Bithynia, Cappadocia, Cilicia, Kommagene, Galatia, Lycia, Pamphylia

laatst bijgewerkt: 30-09-08

colofon