3772

Asia Minor (128 v. Chr. - 315 n. Chr.)

Pergamon (200 - 128 v. Chr.)
De Romeinse provincie Asia werd in 129 v. Chr. gevormd uit het vroegere koninkrijk Pergamon, dat in 133 door koning Attalus III Philometor, met inbegrip van al zijn schatten, bij testament aan de staat Rome was nagelaten. De verzetsbeweging van diens halfbroer Aristonicus, die tussen 133 en 129 v. Chr. het proletariaat op het platteland te wapen riep, werd door Rome ondanks de steun van de naburige koninkrijken slechts met grote moeite onderdrukt.
Hierop volgde nu een periode van relatief herstel. Eerst in 128 en 127 v. Chr. slaagde proconsul M. Aquilus erin het gebied als provincie te reorganiseren. In het zog van deze reorganisatie migreerden ook een groot aantal Romeinen en Italianen naar de nieuwe provincie Asia en handelaars verspreidden zich snel over de wijde regio.Bestuurlijk grensde (of zou grenzen) Asia in het noorden aan de provincie Bythynia et Pontus (sinds 74 VC), in het oosten aan de provincie Galatia (sinds 25 VC), in het zuidoosten aan de provincie Cilicia (sinds 102 NC) en daarna aan de provincie Lycia et Pamphylia (sinds 143 VC). De steden – als zgn. civitates liberae – behielden aanvankelijk een grote autonomie en mochten hun eigen bestuur behouden onder toezicht van de Romeinse gouverneur. Deze functie werd ten tijde van de Republiek bekleed door praetores, propraetores of proconsuls. Onder het Principaat viel Asia onder de senatoriale provincies, en viel het bestuur toe aan een senatoriale proconsul. 

De geografische ligging als centrale spil in de verbinding tussen oost en west, legde het gebied geen windeieren. Reeds onder de Hellenistische vorsten was het één der rijkste streken in de toenmalig gekende wereld. Zowel langs de kust als in het hinterland bloeiden handel en industrie. Eerst werd nu echter de schat der Attaliden integraal naar Rome versleept en vervolgens werden de kosten van de wederopbouw volledig afgewenteld op de plaatselijke bevolking. Het Romeinse bestuur kenmerkte zich door haar ongewone verspreide uitzuiging en afpersing. 

Onder het Romeinse bewind zoog de corruptie van stadhouders en belastingpachters de rijke provincie uit, vooral sinds Gaius Sempronius Gracchus in 123 v. Chr. de equites (maatschappelijke groep bestaande uit rijke burgers, die hiërarchisch de tweede stand vormden, na de senatorenstand) belastingpacht in Asia en andere privileges had toegestaan. Asia werd zo een speelgrond voor malafide praktijken van zowel de laagste publicani (belastingspachter) als de hoogst geplaatste gouverneur, allen gericht op persoonlijk gewin. Zo slaagden de Romeinen er in amper 40 jaar tijd in, het eens bloeiende gebied economisch op de rand van de afgrond te brengen.

De opgekropte haat van de plaatselijke bevolking ontlaadde zich uiteindelijk, toen bij het begin van de zgn. Eerste Mithridatische Oorlog (88 v. Chr.) Mithridates VI van Pontus als bevrijder werd ingehaald en op zijn bevel (volgens de overlevering) 80.000 Romeinen en andere Italiërs vermoordde (de zgn. "Vesper van Ephesus"). Sulla versloeg Mithridates echter in 85 v. Chr. en nam wraak door extra afpersingen, maar toch verscherpte hij later de controle van de Senaat op de belastingpachters

Augustus maakte in 27 v. Chr. Asia tot een senatoriële provincie onder het bestuur van een proconsul. In de keizertijd zou zich de vroegere welvaart geleidelijk herstellen. Asia Minor werd de rijkste en dichtstbevolkte Romeinse provincie.

Onder keizer Augustus werd Efeze de hoofdstad van de provincie Asia en onder Hadrianus (117 - 138) kwam de stad tot grote bloei. 

Pergamons roem duurde nog geruime tijd voort. Het Asklepion ontwikkelde zich dankzij de arts Galenus tot één van de belangrijkste medische centra van het Romeinse rijk. De bibliotheek van Pergamon werd in de laatste eeuw v. Chr. leeggeroofd door Marcus Antonius die door het aanvullen van het boekenbestand van de door brand verwoeste bibliotheek van Alexandrië een wit voetje wilde halen bij zijn grote liefde, de Egyptische CIeopatra.

Nadat het Christendom hier voet aan de grond had gekregen. werd in het dal van de Selinos een grote basilica gebouwd die was gewijd aan de apostel Paulus. In de nadagen van het Byzantijnse Rijk werd de acropolis nog versterkt. Maar nadat de Seldjoeken de stad korte tijd in bezit hadden. werd Pergamon in 1402 definitief verwoest door de Mongolen onder Tamerlane. In het dal ontwikkelde zich in de Osmaanse tijd onder de .Turkse naam Bergama een provinciestadje met een grote markt. De legendarische oude stad op de heuvel lag toen allang onder een laag puin. De Duitse ingenieur Carl Humann ontdekte in 1871 een aantal fragmenten van marmeren reliëfs die hij naar Berlijn stuurde. waar ze werden geïdentificeerd als onderdelen van het Zeusaltaar. De Berlijnse musea organiseerden een expeditie om de resten bloot te leggen. Hele gebouwen werden daarbij naar Duitsland verscheept. hetgeen overigens na een verzoek daartoe van Bismarck door de Turken werd toegestaan. In Berlijn kunt je (tot ergernis van de huidige Turkse autoriteiten) veel van dit moois nog zien in het beroemde Pergamonmuseum, waar ook het enorme Zeusaltaar is gereconstrueerd.

In de 2e eeuw NC kon Asia echter ten volle profiteren van de Pax Romana. Haar centrale ligging langs de economische as van het rijk – de Middellandse Zee, legde haar toen geen windeieren en haar economie bloeide weer op als nooit te voren. In de 3e eeuw dan weer zou Asia delen in de algehele malaise in het Romeinse Rijk en in de 4e eeuw, met het definitief verleggen van de economische as van het Imperium Romanorum naar het Rijn-Donau gebied, verloor het zijn economische positie voorgoed.

In 256 vielen tijdens het bewind van Valerius (253 - 260) de Goten vanuit de Krim de Zwarte-Zee-kusten van Anatolië aan.In 262 vielen zij Asia binnen en plunderden zij  In Efezede Celsus Bibliotheek en de Artemistempel. De keizer stond machteloos. Zijn leger leed aan de pest en in 260 werd hij zelf tijdens een onderhandeling door de Perzische koning Shapur gevangen genomen en vermoord.

Het Romeinse gezag in het oosten stortte vervolgens volledig in elkaar stortte. Zonder de activiteit van Odaenathus, de koning van Palmyra die zijn onafhankelijke koninkrijk in de strijd tegen de Perzen wierp, zouden de oostelijke provincies vermoedelijk geheel verloren zijn gegaan. Hij sloeg in het Nabije Oosten de Perzen terug en verdreef de Goten uit Anatolië. Gallienus (253 - 268), de opvolger van Valerius, probeerde ondertussen Gallië te heroveren, wat niet erg lukt. Toen Gallienus in Italië opnieuw een generaal kandidaat-keizer moest bevechten, werd hij door zijn eigen soldaten vermoord.

In 267 was het jaar daarvoor Odaenathus samen met zijn oudste zoon om het leven gebracht en had zijn tweede echtgenote Zenobia de teugels stevig in handen genomen. Zij riep in 269 een onafhankelijk Oosters Rijk uit. Profiterend van de toenmalige zwakte van Rome, veroverde zij Syrië en en het volgend jaar heel Klein-Azië, behalve Bythinië. Daarna maakte zij zich meester van Egypte. Voor Rome een zeer gevoelige slag, want Egypte was de favoriete provincie van Rome en ook een van de voornaamste graanproducenten. 

Quintillianus (268-270 n. Chr.) had zijn handen vol aan de strijd tegen de Alamannen en de Goten, zodat Zenobia rustig haar gang kon gaan. Dat veranderde toen Quintilianus werd afgezet door Aurelianus. Deze maakte korte metten met Zenobia's rijk. In 272 leidde hij zijn legers door Anatolië, bevrijdde de bezette Griekse steden en versloeg het leger van Palmyra bij Antiochië, Emesa en uiteindelijk Palmyra zelf. Zenobia en haar zoon werden gevangen genomen en naar Rome vervoerd (273).

De provincie Asia zou ophouden met bestaan in de periode 310-315, toen keizer Diocletianus de provincies reorganiseerde. Asia werd hierbij, samen met verschillende aangrenzende provincies ondergebracht in de dioecesis Asiana, onderverdeeld in talrijke deelprovincies. Toen in 395  het rijk formeel in twee werd gesplitst, kwam het oostelijk deel bij het Romeins/Byzantijnse rijk en zou dat blijven tot de verovering door de Seldjoeken in de 13e eeuw NC.

colofon

Laatst gewijzigd: 11-05-07