2895

Gallienus (253-268 n. Chr.)

Trajanus Decius (249 – 251) – Trabonius Gallus (249-253)

Gallienus (253 - 268) was de zoon en tot 260 mederegent van zijn vader keizer Valerianus (253-260) die in 253 keizer Trabonius Gallus was opgevolgd, nadat deze door zijn eigen soldaten was vermoord omdat zij gen heil zagen in een ongelijke strijd tegen het sterke leger van Marcus Aemilius Aemilianus, de gouverneur van Beneden-Moesia zich door zijn soldaten had laten uitroepen tot keizer en naar Rome oprukte.

Na dat Aemilianus door zijn eigen soldaten door zijn eigen troepen nadat Aemilianus in een veldslag door zijn eigen soldaten was vermoord, werden Valerius en zijn zoon Gallienus, beiden  afkomstig uit het oude patricische geslacht Licinia, door de senaat met enthousiasme aanvaard als Augusti (cf. keizers, letterlijk verhevenen), in plaats van als Augustus (cf. keizer) en Caesar (cf. vicekeizer).

Gallienus was getrouwd met Iulia Cornelia Salonina, met wie hij drie zoons had: Valerianus II, Saloninus en Marinianus.

Terwijl Valerianus naar het oosten trok om een Perzische inval het hoofd te bieden, bleef Gallienus bleef in het westen.

Tijdens Gallienus' bewind vielen de Alamannen Noord-Italië binnen, waar zij in 253 Milaan wisten te bereiken. In 258 wist Gallienus bij Milaan op hen een klinkende overwinning te behalen op de Germaanse stammen, maar in het verre westen was hij te zwak om te verhinderen dat de commandant van het Rijngarnizoen, Posthumus, zichzelf uitriep tot keizer van het "onafhankelijke Rijk van de Galliërs", met Trier als hoofdstad. Deze Posthumus slaagde erin de Germaanse stammen tot over de Rijn terug te drijven, maar het Romeinse gebied in het Neckargebied, de Agri Decumates, was voorgoed verloren. 

Het Gallo-Romeinse rijk van Posthumus zou het uithouden van 260 (na de moord op Saloninus) tot 274, toen Tetricus I en II zich overgaven aan keizer Aurelianus.

In 260 doorbraken de Alamannen opnieuw de Romeinse limes in Germania Superior. Dit grensgebied ging nu voor het Romeinse Rijk definitief verloren. De Alamennen vestigden zich nu in het gebied achter de limes tussen de Rijn, de Mainz en de Neckar. De politieke chaos in het Romeinse Rijk lokte verdergaande operaties uit. Samen met de Salische Franken staken zij ergens boven Keulen de Rijn over en drongen Gallië binnen. Telkens moesten Romeinse troepen uitrukken om slag te leveren maar vaak brachten de te hulp gezonden Romeinse legers meer schade toe dan de oorspronkelijke aanvallers. Tot overmaat van ramp werd Gallienus' vader ook nog gevangen genomen door de Parthen en in 260 gedood.

Om het volk maar niets te laten merken van al deze problemen voerde Gallienus een uitgebreide propagandacampagne. Deze was naar het schijnt bijzonder succesvol. Door Gallienus op een enorme hoeveelheid munten af te beelden als vroom, dapper, overwinnend en genadig, en ook als beschermeling van een hele reeks goden wist Gallienus het volk aan zijn kant te houden. 

Veel historici beschouwden Gallienus als een zwakke keizer, vanwege alle opstanden in zijn rijk. Gallienus was echter ook verantwoordelijk voor grote hervormingen op zowel militair als politiek gebied. Hij verminderde de macht van de senaat, wat de besluitvorming effectiever maakte.

Ook voerde hij een aparte legereenheid in met ruiters, die heel snel op de plaats van een opstand zouden kunnen komen (iets wat wel nodig was in die tijd). Met zijn grote wendbaarheid moest het cavaleriekorps, dat gestationeerd werd in Milaan, Italië tegen barbaarse invallen beschermen vanuit deze centrale positie, van waaruit het met even veel gemak naar alle kanten kon toeslaan. 

Een nadeel was dat het een machtsbasis kon vormen voor iedereen met ambities. De eerste commandant de beste, Aerolus, rebelleerde dan ook tegen de keizer en hoewel hij door Gallienus werd verslagen en gedood, werd Gallienus zelf in de laatste fase van de rebellie ook gedood (268) door een samenzwering, waarbij mogelijk zowel Claudius II Gothicus als Aurelianus (zijn opvolgers) betrokken waren. Claudius II liet hem later goddelijk verklaren om wat legitimiteit te verwerven.

Claudius ll Gothicus, Quintillianus (268-270 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 21-07-02

colofon