3861

Dynastie der Sassaniden (226 - 500 n. Chr.)

Parthische rijk (105 - 226 n. Chr.)

Ardashir l, de eerste koning van de dynastie der Sassaniden (226-241) was spoedig meester van de Parthische landen, met inbegrip van Babylonië. Armenië bleef evenwel als half onafhankelijke bufferstaat bestaan onder een Arsacidische dynastie. In het oosten hoorde ook Bactrië niet meer tot het rijk. Daar hadden de hier ingevallen volken (vooral Tocharen) eigen staten gesticht (Kushan-rijk), waarmee de Sassaniden voortdurend oorlog hadden te voeren.

De krachtige nieuw-Perzische staat onder de dynastie der Sassaniden (226-652) sloot zich in alle opzichten aan bij de tradities van het oude Perzische rijk. De heersers noemden zich "koningen der koningen" en beschouwden zich als afstammelingen van de grote Cyrus. 
De religie van Zoroaster wekten zij tot nieuw leven. Het Sassanidische rijk zou vier eeuwen lang na Rome en China gelden als derde wereldmacht.

De nieuwe machthebbers droomden ervan de grenzen van Cyrus' oude rijk te herstellen en tot aan de Middellandse Zee door te dringen. Aan de Romeinse keizer Severus Alexander stuurde hij een gezant met de volgende boodschap: "Dat, wat u Romeinen in Azië bezit is mijn erfdeel". Toen de keizer de gezand liet doden, was daarmee de oorlog tegen Rome begonnen. Deze ernstige bedreiging dwong Rome tot een vrijwel onafgebroken actief optreden. Er vonden drie grote oorlogen plaats. Bij de eerste waren Severus Alexander (222-235),  Gordianus lll (238-244) en Filippus Arabs (244-249) betrokken. 

De pogingen van Severus Alexander (222-235)  om de aanvallen van de Perzen te stuiten liepen merendeels op niets uit. Het hete, ongezonde klimaat van Mesopotamië waren zowel voor de keizer als voor de keurtroepen die hij van hun voorposten aan de Rijn en de Donau had laten overkomen niet te verdragen. Severus moest bovendien een deel van zijn troepen terugroepen, omdat de Alamannen in 233 de limes waren overgestoken en de grensprovincie Raetia waren binnengevallen. Er brak pest uit onder de soldaten en zij moesten zich terugtrekken. De Perzen achtervolgden hen niet, maar aan het militaire prestige van Rome was toch geducht afbreuk gedaan. 

De tweede oorlog speelde zich rond het midden van de derde eeuw af en daarin plunderden de Perzen de provincies Syrië en Capadocië en kregen zelfs Antiochië in hun macht.

In de derde oorlog van 241 tot 244 drong Shapur (Shahpur, Sapor) l, de zoon en opvolger van Ardashir l (241-272) ver door in Armenië en viel ook de Romeinse legioenen aan in Noord-Syrië. De strijd eindigde in 244, met de grootste nederlaag in de Romeinse geschiedenis, waarbij keizer  Gordianus sneuvelde. Meer dan 60.000 Romeinse soldaten werden gevangengenomen en Rome was gedwongen een groot bedrag (500.000 Dinaren) als schatting te betalen. In 258 werd de oorlog hervat. Na enkele nederlagen zocht keizer Valerianus de Perzische heerser Shapur op, maar de onderneming eindigde voor de Romeinen in een catastrofe. In 260 werden de Romeinen opnieuw verslagen. Meer dan 70.000 Romeinse soldaten raakten in Perzische gevangenschap. Ook de keizer werd gevangen genomen. Opnieuw moesten de Romeinen een hoge schatting aan de perzen betalen. Vervolgens veroverde hij Antiochië en rukte op naar Cappadocië (het zuidelijke deel van Klein-Azië).

Links: keizer Valerianus knielt voor koning Shapur l

Rechts: de ruïnes van het paleis van Shapur l in Bishapur (Zuid-Iran). Bishapur is nu een enorme opgraving, waarvan pas ongeveer 1/5 deel is opgegraven. Vlak bij de opgravingen zijn ook reliëfs in de rotsen uitgehakt waarop te zien is hoe de Romeinen verslagen werden.

Overal waar de Perzische legers kwamen werden dorpen en steden geplunderd. Rome kon de situatie niet meer aan, ware het niet dat koning Odaenathus van Palmyra het machtscentrum had opgevuld, dan zouden de oostelijke provincies vermoedelijk onder de Perzische agressie zijn bezweken. Gelukkig voor Rome was Palmyra onder Odaenathus en Zenobia, in staat verdere expansie van de Perzen te voorkomen, totdat keizer Aurelianus in 272 met zijn legioenen weer stevig orde op zaken kon stellen. Tegen die tijd had de Sassaniden-dynastie overigens haar eigen zorgen aan haar oostgrenzen en weinig belangstelling voor het westen. 

Hormisdas l (272-273); Bahram l (273-275) 

De Sassanidische koning Bahram ll (275-293) moest Mesopotamië en Armenië aan de Romeinen afstaan. 

Bahram lll (293); Narseh (293-302); Hormisdas ll (303-309)

Saphur ll de Grote (309-379) herstelde de glans van het Perzische rijk. Hij rekende af met de Arabische stammen die opstandig waren en kon daardoor de belangrijke handelsroute naar India zeker stellen en trad op als beschermer van de Christenen die in Rome werden vervolgd. Maar de toenemende invloed van het Christendom in Rome en het uitroepen van het Christendom als staatsgodsdienst door keizer Constantijn de Grote (313) maakten dat Saphur wat sceptische begon te staan tegenover deze godsdienst. Om eerdere Perzische nederlagen te vergelden begon hij in 338 opnieuw een oorlog tegen Rome. Hij heroverde Armenië en verschillende gewesten in Mesopotamië. In 345 versloeg hij de Romeinen bij Singara. 

In 350 moest hij echter de strijd tegen Rome onderbreken omdat de Hunnen zijn rijk in het oosten waren binnengevallen. In een zevenjarige bloedige strijd slaagde Saphur erin de Hunnen te verslaan en uit zijn rijk te verdrijven. De Hunnen zouden hun veroverings- en plundertochten nu gaan concentreren op Europa, waarmee zij de Grote Volksverhuizing zouden ontketenen. Nog tijdens de strijd tegen de Hunnen vielen de Romeinen Perzië aan. Saphur achtte de Hunnen echter gevaarlijker dan de Romeinen en bood voorlopig geen tegenstand.

In 359 werd de strijd tegen Rome, maar Saphur moest zich terugtrekken, toen keizer Julianus in 363 Perzië binnenviel. Hij veroverde Ctesiphon, maar werd gedwongen tot de aftocht door gebrek aan levensmiddelen. Julianus sneuvelde, toen hij zich, als gewoonlijk, al te stoutmoedig aan de pijlen en speren van de vijand blootstelde, zonder eraan te denken, dat hij wegens de hitte zijn rusting had afgedaan. Zijn laatste woorden waren: "U hebt overwonnen, Galileeër." Zijn opvolger Jovianus moest een vrije aftocht uit Perzië kopen door een smadelijke vrede te sluiten. Saphur trok nu op tegen Armenië en lijfde dit rijk in bij het Sassanidische rijk. In de nu volgende periode van vrede bood Shaphur uitgeweken geleerden en filosofen een veilig onderdak aan zijn hof. Hij stichtte met hun hulp de beroemde universiteit van Ghundishapur, waaraan leerstoelen waren verbonden in Geschiedenis, Filosofie, Literatuur, Krijgswetenschap en Natuurwetenschap. Hier werden ook de geschriften van Romeinse en Griekse  geleerden vertaald, die later met de verspreiding van de Islam weer Europa zouden bereiken. Na zijn rijk 70 jaar te hebben geregeerd stierf hij in het jaar 379 op 86-jarige leeftijd. 

Ardasjir ll (379-383); Sapor lll (383-388); Bahram lV (388-399); Yazdegird l (Jezdegerd l) (399-420)

Zijn opvolgers voerden een vriendschapspolitiek tegen Rome, die vooral tot stand kwam door de verdeling van Armenië in 377. De vriendschapsbanden worden zo sterk dat de Oost-Romeinse keizer Arcadius zijn pasgeboren zoon en troonopvolger Theododius toevertrouwde aan de Perzische koning Yazdegird l. Deze zou dit vertrouwen niet beschamen en ook na chaotische jaren in het begin van de 5e eeuw (plundering van Rome in 410) blijft hij een vriend van Rome als ook een beschermer van het Christendom. In 410 houdt hij zelfs een concilie (kerkvergadering) in zijn rijk waarin Jezus Christus als God werd erkend.

Bahram V (420-438)

Yazdegird ll (Jezdegerd ll) (438-457) onderwierp in 441 het Christelijk geworden Armenië

Hormisdas (Hormizd) lll (457-459)

In de 5e eeuw kregen de Sassanidische koningen te maken met invallen in het noordoosten van Alchon-Hunnen. Zij hielpen Piruz (Peroz, Perose, Firuz) (457 - 484), de broer van Hormisdas lll, de laatste van de troon te stoten. Piruz keerde daarna de wapens tegen zijn bondgenoten, maar verloor in 484 in een veldtocht tegen de Witte Hunnen het leven. De aanzienlijken van het rijk benoemden daarna zijn broer Balasj tot koning. Deze sloot met de Hunnen vrede, waardoor Perzië schatplichtig werd. Kobad, een zoon van Piruz, stootte Balasj echter van de troon (488) en regeerde daarna lange tijd over het rijk (488-531)

  Perzië (500 - 600)

laatst gewijzigd: 14-06-07

colofon