3709 | Bactrië (ca. 520 v Chr. - 736 n. Chr.) |
![]() |
Bactrië was in de oudheid de naam van een landstreek in het noorden van het huidige Afghanistan, rond de steden Balkh en Bamyan.
De streek wordt al genoemd in de Avesta, het heilige boek van de Zoroastrische religie. Het werd later een satrapie van het Perzische Rijk van de Achaemeniden. De streek wordt als zodanig genoemd in een opschrift van
|
![]() |
![]() Diodotus |
In 256 v. Chr. werd Balkh een zelfstandig hellenistisch rijk. In 247, tijdens het bewind van de Seleuciden-koning ![]() Toen |
![]() |
Euthydemus was naar men zegt geboren in Magnesia en mogelijk was hij satraap van Sogdiana. Nadat hij die ca. 230 v. Chr. Diodotus ll van Bactrië ten val had gebracht bracht en zich uitriep tot koning van Bactrië. Maar er zijn ook aanwijzingen dat zijn verschijning verband hield met de opstand van Molon en Alexander in Medië (222 - 220). Over de periode tot 208 v. Chr. is weinig bekend. In 208 trok ![]() |
Daarna wist hij een twee jaar durend beleg stand te houden in het fort van Bactra, waarna Antiochus tenslotte besloot de nieuwe heerser te erkennen als nieuwe heerser en Euthydemus' zoon Demetrius in ca. 206 v. Chr. een van zijn dochters aanbood als bruid. Bij de vredesonderhandelingen herinnerde Euthydemus Antiochus III eraan dat hij bij hem in het krijt stond doordat hij hem had gesteund in de strijd tegen de opstandeling Diodotus en dat hij Centraal-Aziè beschermde tegen de aanvallen van de nomaden (Xiong-Nu). De oorlog duurde bij elkaar drie jaar. Na het vertrek van het Seleucidenleger lijkt het erop dat Euthydemus de grenzen van zijn rijk verder naar het westen heeft verlegd en gebieden in Noord-Oost-Iran bij zijn rijk heeft kunnen voegen, doordat de Parthische heerser door Antiochus lll was verslagen. Deze gebieden komen mogelijk overeen met de Bactrische satrapieën Tapuria en Traxiane. Euthydemus stierf ca. 200 v. Chr. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Demitrius. |
![]()
|
|
![]()
|
![]() ![]() ![]()
|
![]()
|
![]() ![]() Rechts: De oude stadsmuren van Balkh uit de Hellenistische tijd
|
![]() |
In de 2e eeuw v. Chr. werd het gebied overvallen door de noordelijke buren, waaronder die volkeren die de Chinezen kenden als Yuezhi en de Grieken als Tocharen kenden. De Kushana's (Yuezhi) waren echter het dominante element en deze stichtten een rijk dat zich in de 1e eeuw tot ver in Centraal-Azië en India zou uitstrekken. In deze tijd droegen de munten Bactrische inscripties. Via het Kushanarijk werd het Boeddhisme vanuit India in China ingevoerd. In de 4e eeuw was er opnieuw een invasie uit het noorden, ditmaal van de Chionieten, waarschijnlijk een aan de Hunnen verwant volk. Na hen kwamen de Kidarieten en de Hephthalieten of Witte Hunnen, die mogelijk dezelfden waren als de later in Europa bekende Avaren. In de 6e eeuw werden zij verslagen door de Sassanidische Perzen en hun Turkse bondgenoten van de overzijde van de Oxus (Amu Darja) Na de verovering van het Sassaniderijk door de Arabieren in 637 duurde het nog enige tijd voordat ook Bactrië aan de beurt was. Balkh werd al belegerd in 685, maar de verovering was pas volledig rond 736 toen de Arabieren het bestuurlijk centrum van Merv naar Balkh verplaatsten. Na die tijd werd het Bactrische schrift en de taal vervangen door het Arabisch. De laatste Bactrische documenten dateren van 781.
|
![]() |
Tilya Tepe (Tillya Tepe), niet ver van Sherbergan in noordelijk Afghanistan, waar in 1978 een schat gevonden is uit de tijd van het koninkrijk Bactrië. De schat bestaat uit zo'n 20.000 voorwerpen, waaronder veel gouden munten. Zij werd gevonden vlak voor de machtsovername van de communisten, die een lange tijd van geweld en ellende voor het land inluidde. Onder de communisten werd de schat in een bankkluis bewaard die wel even geopend werd maar de schat bleef onaangeroerd. Onder het Taliban-bewind dat weinig ophad met overblijfselen uit het pre-islamitisch verleden -getuige de vernietiging van de Boeddha van Bamyan - zijn een aantal pogingen gedaan de kluis open te krijgen maar de bankbedienden waren niet erg behulpzaam. Ook vlak na de verdrijving van de Taliban trachtten een aantal op eigen gewin uitzijnde ambtenaren de kluis open te krijgen maar wederom zonder gevolg. In 2003 lukte het eindelijk de kluis weer open te krijgen en de schat kwam ongedeerd weer te voorschijn. Een belangrijk historisch erfdeel is daarmee bewaard gebleven. | ![]() |
Gemaakt: 17-04-06 |