3709 Bactrië (ca. 520 v Chr. - 736 n. Chr.)
Bactrië was in de oudheid de naam van een landstreek in het noorden van het huidige Afghanistan, rond de steden Balkh en Bamyan.

De streek wordt al genoemd in de Avesta, het heilige boek van de Zoroastrische religie. Het werd later een satrapie van het Perzische Rijk van de Achaemeniden. De streek wordt als zodanig genoemd in een opschrift van Darius (521 - 486 v. Chr.) in Bisitun. Balkh stond toen bekend als Bactrië en was de hoofdstad van de gelijknamige streek. Balkh was een belangrijk stad aan de Zijderoute.

Alexander de Grote veroverde in 328 v. Chr. de stad Balkh het gebied dat nadien onder sterke Griekse invloed stond. Het Grieks werd de officiële taal. De plaatselijke taal het Bactrisch, die behoort Iraanse taalgroep werd daarna geschreven met een eigen cursief schrift gebaseerd op het Griekse alfabet. In de laatste jaren zijn er steeds meer geschriften uit deze tijd boven water gekomen. Voor een deel hebben zij een Boeddhistisch karakter, maar er is ook veel informatie van een meer economisch karakter, zoals rekeningen en ontvangstbewijzen.

Diodotus

In 256 v. Chr. werd Balkh een zelfstandig hellenistisch rijk. In 247, tijdens het bewind van de Seleuciden-koning Antiochus II Theos (261-247 v. Chr.) kwam Diodotus, de satraap van Bactrië in opstand. 

Toen Seleucus II Callinicus (246 - 225 v. Chr.) in 239 v. Chr. probeerde Diodotus aan zich te onderwerpen, schijnt hij daarbij steun te hebben gehad van de Parthen. Diodotus stierf kort daarna en werd opgevolgd door zijn zoon Diodotus II, die een vredesverdrag sloot met de Parthen. (Justin l.c.). Niet lang daarna werd Diodotus II vermoord door een andere heerser Euthydemus.

Euthydemus was naar men zegt geboren in Magnesia en mogelijk was hij satraap van Sogdiana. Nadat hij die ca. 230 v. Chr. Diodotus ll van Bactrië ten val had gebracht bracht en zich uitriep tot koning van Bactrië. Maar er zijn ook aanwijzingen dat zijn verschijning verband hield met de opstand van Molon en Alexander in Medië (222 - 220). Over de periode tot 208 v. Chr. is weinig bekend. In 208 trok Antiochus lll tegen de Bactriërs ten strijde. Tevergeefs probeerde Euthydemus hem tegen te houden aan de oever van de Arius (nu Herirud). Hoewel hij 10.000 mannen te paard over zijn beschikking had, verloor hij de strijd en moest hij zich terugtrekken. 
Daarna wist hij een twee jaar durend beleg stand te houden in het fort van Bactra, waarna Antiochus tenslotte besloot de nieuwe heerser te erkennen als nieuwe heerser en Euthydemus' zoon Demetrius in ca. 206 v. Chr. een van zijn dochters aanbood als bruid. Bij de vredesonderhandelingen herinnerde Euthydemus Antiochus III eraan dat hij bij hem in het krijt stond doordat hij hem had gesteund in de strijd tegen de opstandeling Diodotus en dat hij Centraal-Aziè beschermde tegen de aanvallen van de nomaden (Xiong-Nu). De oorlog duurde bij elkaar drie jaar. Na het vertrek van het Seleucidenleger lijkt het erop dat Euthydemus de grenzen van zijn rijk verder naar het westen heeft verlegd en gebieden in Noord-Oost-Iran bij zijn rijk heeft kunnen voegen, doordat de Parthische heerser door Antiochus lll was verslagen. Deze gebieden komen mogelijk overeen met de Bactrische satrapieën Tapuria en Traxiane. Euthydemus stierf ca. 200 v. Chr. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Demitrius.

Demetrius I

Demetrius I (205-180 v. Chr.), de zoon van Euthydemus volgde zijn vader ca. 205 v. Chr. op, nadat hij enkele omvangrijke gebieden had veroverd in wat nu Oost-Iran, Pakistan en Noord-West-India is. Zo had hij ver van het Hellenistische Griekse thuisland een Indo-Grieks-koninkrijk gecreëerd. Rond die tijd verschenen de Xion-nu aan de grenzen van China. Demetrius I kreeg de kwalificatie Aniketos ("ovoverwinnenlijk"). 

Anthimachus I (ca. 185 - 170), de broer van Euthydemus  regeerde over de Kabul-vallei en delen van Noord-Pakistan. Mogelijk werd hij verslagen in de strijd tegen Eucratides l (ca. 170 - 145 v. Chr.) (mogelijk een neef van keizer Antiochus IV Epiphanes) die aanspraak maakte op de troon van Bactrië.

Euthydemus ll

Agathocles  mogelijk een zoon van Demtrius  en was hij één van zijn onderkoningen die ca. 190 - 180 v. Chr. regeerde over een deel van zijn rijk. Agathocles regeerde gelijktijdig met of was de opvolger van Pantaleon. Hij schijnt strijd te hebben gevoerd tegen Eucratides en deze te hebben gedood.

Euthydemus ll, mogelijk een zoon van Demetrius l, stierf ca. 180 v. Chr. v. Chr. werd opgevolgd door zijn bloedverwant (oom?) Agathocles (ca. 180 - 170 v. Chr.). Agathocles erfde ook delen van het Indo-Griekse koninkrijk. De resterende gebieden kwamen onder Apollodotus I (ca. 175 - 160 v. Chr.) te staan, mogelijk een broer van Agatocles.

Demetrius II

Demetrius II was eveneens mogelijk een verwant, Demetrios III (c.100 v. Chr.), is alleen bekend van zijn munten. 

Rechts: De oude stadsmuren van Balkh uit de Hellenistische tijd

Demetrius (205-171)

In de 2e eeuw v. Chr. werd het gebied overvallen door de noordelijke buren, waaronder die volkeren die de Chinezen kenden als Yuezhi en de Grieken als Tocharen kenden. De Kushana's (Yuezhi) waren echter het dominante element en deze stichtten een rijk dat zich in de 1e eeuw tot ver in Centraal-Azië en India zou uitstrekken. In deze tijd droegen de munten Bactrische inscripties. Via het Kushanarijk werd het Boeddhisme vanuit India in China ingevoerd.

In de 4e eeuw was er opnieuw een invasie uit het noorden, ditmaal van de Chionieten, waarschijnlijk een aan de Hunnen verwant volk. Na hen kwamen de Kidarieten en de Hephthalieten of Witte Hunnen, die mogelijk dezelfden waren als de later in Europa bekende Avaren. In de 6e eeuw werden zij verslagen door de Sassanidische Perzen en hun Turkse bondgenoten van de overzijde van de Oxus (Amu Darja)

Na de verovering van het Sassaniderijk door de Arabieren in 637 duurde het nog enige tijd voordat ook Bactrië aan de beurt was. Balkh werd al belegerd in 685, maar de verovering was pas volledig rond 736 toen de Arabieren het bestuurlijk centrum van Merv naar Balkh verplaatsten. Na die tijd werd het Bactrische schrift en de taal vervangen door het Arabisch. De laatste Bactrische documenten dateren van 781.

Dzjengis Khan veroverde en vernietigde de stad in 1221. Ook Timoer Lenk veroverde de stad in de 14e eeuw.

Tilya Tepe (Tillya Tepe), niet ver van Sherbergan in noordelijk Afghanistan, waar in 1978 een schat gevonden is uit de tijd van het koninkrijk Bactrië. De schat bestaat uit zo'n 20.000 voorwerpen, waaronder veel gouden munten. Zij werd gevonden vlak voor de machtsovername van de communisten, die een lange tijd van geweld en ellende voor het land inluidde. Onder de communisten werd de schat in een bankkluis bewaard die wel even geopend werd maar de schat bleef onaangeroerd. Onder het Taliban-bewind dat weinig ophad met overblijfselen uit het pre-islamitisch verleden -getuige de vernietiging van de Boeddha van Bamyan - zijn een aantal pogingen gedaan de kluis open te krijgen maar de bankbedienden waren niet erg behulpzaam. Ook vlak na de verdrijving van de Taliban trachtten een aantal op eigen gewin uitzijnde ambtenaren de kluis open te krijgen maar wederom zonder gevolg. In 2003 lukte het eindelijk de kluis weer open te krijgen en de schat kwam ongedeerd weer te voorschijn. Een belangrijk historisch erfdeel is daarmee bewaard gebleven.
Gemaakt: 17-04-06

colofon