6515

Centraal-Azië (1360 - 1384) - Timoer Lenk

  Centraal-Azië (1227-1300); z. ook: West-Azië (1300-1400)

Timoer (ook 'Tamerlane' genoemd) zou geboren zijn op 9 april 1336 nabij van Kesh ongeveer 80 kilometer ten zuiden van Samarkand in Transoxanië (de streek die nu grotendeels ligt in het hedendaagse land Oezbekistan, maar ook gedeeltelijk in zuidwestelijk Kazachstan, Tadzjikistan en Turkmenistan. Zijn vader Taraghay was het hoofd van de Barlasstam. De Barlas waren van zowel Mongoolse als Turkse oorsprong en stamden af van de hordes van Dzjengis Khan (ca. 1155 - 1227) en de oorspronkelijke bewoners van Transoxanië. In tegenstelling tot hun voorouders hadden de Barlas hun nomadenbestaan opgegeven en hadden zij zich permanent gevestigd. Tevens hadden zij zich bekeerd tot het Soennisme.

Timoer was van Turks-Mongoolse afkomst en woonde in het westelijke deel van het khanaat Chagatai. Hij ontwikkelde zich tot een agressieve jongeman, vaardig in paardrijden en vechten. Vanwege zijn vaardigheden en intelligentie werd hij aan het hoofd van een klein leger geplaatst. Toen Timoer 21 jaar was (1357), werd Khazgan vermoord en brak er in Transoxanië een rumoerige tijd aan waarin verschillende stammen de macht probeerden te grijpen. 

Gebruikmakend van deze onrust viel khan Tughlugh vanuit Moghulistan (het land van de Moghuls) Transoxanië binnen (maart 1360). Hoewel de meeste emirs hem snel hun steun betuigden, deed Hajji Beg van de Barlasstam — een oom van Timoer — dat niet en vluchtte naar Khorasan. Hij werd vervangen door zijn neef Timoer die welwillend stond tegenover het vazalschap. Nadat de Chagatai-legers weer uit Transoxanië waren vertrokken, grepen de emirs wederom de macht en keerde Hajji Beg terug. Timoer aarzelde niet en viel hem meteen aan en hoewel hij de veldslag won, lieten zijn troepen hem in de steek. 

Hajji Beg werd opnieuw aangesteld als hoofd van de Barlasstam en vergaf Timoer zijn opstandige daden. In 1361 keerde Tughlugh echter terug en besloot hij de emirs uit de weg te ruimen. Hajji Beg vluchtte opnieuw naar Khorasan, waar hij bij aankomst werd vermoord. Timoer bestrafte de daders en nam de titels van Hajji weer over. Tughlugh was tevreden over Timoers optreden en stelde hem aan als minister onder zijn zoon Ilyas Khoja, die hij aanstelde als gouverneur.

Ondertussen beraamde Timoer al plannen om tegen de Mongolen in opstand te komen. Hij ging een verbond aan met de kleinzoon van Kazgan, Amir Hoessein. Timoer en Hoessein wisten Ilyas Khoja in een veldslag te verslaan, waarop deze vluchtte uit Transoxanië. Tijdens de strijd raakte Timoer zo ernstig gewond, dat hij half verlamd raakte (1363), vandaar zijn (bij)naam Timoer Lenk = de Lamme. 

In 1364 keerde Khoja echter terug en wist hen te verslaan in de Slag in de Modder, die zijn naam dankt aan de hevige regenval die het strijdterrein in een modderpoel had veranderd. Hoessein en Timoer sloegen op de vlucht, waardoor heel Transoxanië open kwam te liggen voor Ilyas Khoja die Samarkand belegerde. De kansen keerden echter toen de bevolking van Samarkand, aangespoord door Islamitische geestelijken, in opstand kwam. Ilyas verloor 2000 man en nadat hij ook nog te maken kreeg met een epidemie was hij genoodzaakt zich terug te trekken.

Zo hadden Timoer en Hoessein eindelijk Transoxanië weten te bevrijden. Maar de gelijke machtsverdeling, die werd bezegeld door Timoers huwelijk met Hoesseins zuster, vertoonde al vanaf het begin af aan problemen. Hoessein leek de meeste macht te hebben als heerser over zowel Transoxanië als zijn eigen Afghaanse koninkrijk met steden als Balch (Balkh) (in de oudheid bekend als Bactra, de hoofdstad van het land Bactrië.), Konduz, Khulm en Kaboel. Timoer, wiens macht in Sachrisabz en Qarshi lag, wist zich  echter populair te maken, terwijl Hoessein een slechte reputatie kreeg. De twee schoonbroeders dreven steeds verder uit elkaar en na de dood van Timoers vrouw, ontaardde hun onderlinge rivaliteit in een strijd.

Boven: de ruïnes van de stad Balkh

Timoer viel Hoessein aan, maar die kreeg echter al snel de overhand en Timoer, die zag dat zijn leger ver in de minderheid was, trok zich terug naar Khorasan. Nadat wederom een Mongoolse invasie dreigde, sloten Timoer en Hoessein vrede waarbij de status quo werd hersteld. Nadat de Mongolen waren verdreven ging de broederstrijd echter onverminderd door. Timoer, die steeds meer steun kreeg van andere emirs en prinsen uit de regio, wist Hoessein uiteindelijk te verslaan. Eén van Timoers officieren, wiens broer door Hoessein was gedood, bracht Hoessein als gevangene voor hem. Timoer gaf zijn ex-zwager de vrijheid om een pelgrimsreis te kunnen maken naar Mekka. Hoessein nam echter de vlucht, waarna hij door een officier haalde werd gedood.

Na de dood van Hoessein bleef de nu 34-jarige Timoer als enige dominante machthebber in Transoxanië over en in 1370 riep hij Samarkand uit tot hoofdstad van zijn rijk. Uit angst voor wraakacties van Hoesseins familie liet hij diens zonen en aanhangers ombrengen. Volgens oude Mongoolse gebruiken liet Timoer alle stamhoofden trouw zweren en nam hij, slechts, de titel van Emir el Kebir (Groot-Emir) aan. Tevens benoemde hij een nazaat van Dzjengis Khan, Suyurghitmisch, tot khan, en regeerde Timoer in zijn naam.

Timoer bleef niet lang in Samarkand, al in 1371 trok hij op tegen Hoessein Soefi, grondlegger van de Soefi-dynastie, die in Zuid-Chorasmië de macht had gegrepen en ten tijde van de onrust in Transoxanië de steden Xiva en Kath van het kanaat van Chagatai had afgenomen. Timoer eiste de teruggave van deze steden. Dit werd echter geweigerd, waarna Timoer met zijn Tataren ten strijde trok. Kath werd snel veroverd en Timoer belegerde Urgench waar Hoessein Soefi zich had verschanst. Hoessein Soefi stierf tijdens de belegering waarna zijn broer Yusuf Soefi hem opvolgde. Deze sloot al snel vrede met Timoer door de steden terug te geven. In 1373 viel Yusuf wederom het gebied binnen waarop Timoer met een nieuwe campagne reageerde. Het kwam uiteindelijk niet tot gevechten omdat Yusuf snel zijn verontschuldigingen aanbood en zijn dochter als huwelijkskandidaat aanbood voor Timoers oudste zoon, Jahangir.

Al sinds Timoer in 1370 de macht had gegrepen waren er constant kleine schermutselingen met Moghulistan geweest. Na de dood van Tughlugh had Qamar ad-Din Ilyas Khoja vermoord en vervolgens de macht gegrepen. Hij riep zichzelf uit tot kan waarop Timoer reageerde, uit naam van zijn eigen khan, door Moghulistan binnen te vallen. Deze aanval had echter ook een preventief karakter om zo Transoxanië te beschermen tegen een mogelijke toekomstige aanval. Hij wist samen met Jahangir Qamar te verslaan, maar toen hij terugkeerde naar Transoxanië viel Qamar de provincie Fergana binnen. Een woedende Timoer dreef Qamar ver terug en achtervolgde hem, totdat hij uiteindelijk zelf in een hinderlaag liep. Timoer wist nog maar net te ontsnappen maar met nieuwe troepen kreeg hij toch weer de overhand. Na deze succesvolle campagne keerde hij terug naar Samarkand. Aangekomen in Samarkand kreeg hij te horen dat zijn zoon Jahangir was overleden (1375 of 1376). 

In 1376 raakte Timoer betrokken bij een conflict tussen de Mongoolse prins Tochtamysj en diens oom Urus Khan, de khan van de Witte Horde. Met steun van Timoer wist Tochtamysj  Urus Khan terug te drijven. In 1377 eiste Urus Khan zijn uitlevering, maar. Timoer weigerde dit. Bij de strijd die daarna uitbrak en werd Urus Khan verslagen en teruggedreven naar de steppe. Kort daarna stierf Urus Khan, maar zijn zoons zetten de strijd tegen Tochtamysj en Timoer voort. Samen behaalden zij in 1378 de overwinning, waarna Tochtamysj de nieuwe khan werd van de Witte Horde. Daarna bondenTochtamysj  en Timoer de strijd aan tegen Mamai, de leider van de Blauwe Horde. In 1380 leed Mamai een nederlaag tegen de verenigde legers van Tver, Kasjin en Moskovië/Moskou in de slag bij Koelikovo (slag op het Snippenveld). Zijn leger werd uiteengeslagen en was nu zo verzwakt dat Tochtamysj gemakkelijk de Blauwe Horde kon overnemen. Zo waren de Witte en Blauwe Horde wederom verenigd in de Gouden Horde. Hierna leidde Tochtamysj een succesvolle campagne tegen de Russische vorstendommen. In slechts zes jaar wist Tochtamysj de Mongoolse landen van Krim tot het Balkasjmeer te herenigen. Timoer hoopte een vazalrelatie met de Gouden Horde op te kunnen bouwen, maar zou uiteindelijk in Tochtamysj een sterke tegenstander vinden.

Rechts: Tochtamysj voor de muren van Moskou in 1382.

De verovering van Perzië (1382 - 1387)

In de tussentijd had Timoer zijn zinnen gezet op de landen ten zuiden van zijn rijk. Na de dood van Ilkhan Abu Said Khan in 1335 was het gebied van het Il-khanat versplinterd in een aantal kleinere staten die een gemakkelijke prooi zouden vormen. Timoer gebood in 1381 de Kartidische koning van Herat, Ghiyas al-Din, zijn vazal te worden, wat deze weigerde. Daarop trokken de Tataren in het voorjaar van datzelfde jaar op naar Herat (Afghanistan). Timoer beloofde alle inwoners van de stad die hem niet zouden tegenwerkten te sparen en aangezien Ghiyas al-Din niet het gezag had om zijn bevolking de stad te laten verdedigen werd Herat ondanks de sterke fortificaties gemakkelijk ingenomen. 

 

Timoer liet de geleerden en theologen van de stad naar Samarkand brengen en legde de stad een hoge schatting op. Ghiyas al-Din mocht van geluk spreken dat hij werd gespaard en zelfs aangesteld werd als vazalkoning over Herat. In 1382 maakte Ghiyas deel uit van een samenzwering waardoor hij Herat weer in zijn macht kreeg. Timoers derde zoon, Miranshah, sloeg de opstand in 1383 neer, liet Ghiyas en zijn familie executeren en bouwde torens van menselijke schedels, waarna Herat werd geannexeerd. Timoer trok naar het zuiden en veroverde Sistan waarna hij de bevolking van de hoofdstad Zahedan afslachtte als vergelding voor hun weerstand. Vanuit Sistan trok hij op naar Kandahar dat hij al snel wist te annexeren.

De veldtochten van Timoer Lenk gingen gepaard met grote slachtingen onder de bevolking. Hij staat dan ook bekend als een van de meest meedogenloze veroveraars uit de wereldgeschiedenis. Zijn drijfveren waren enerzijds de ambitie het Mongoolse rijk in ere te herstellen en anderzijds als een vrome moslim het ware geloof te verbreiden. 

In zijn hoofdstad Samarkand liet Timoer prachtige bouwwerken oprichten. Hij betoonde zich een streng, maar rechtvaardig heerser. Ondanks de verwoestingen die Timoer in Perzië en aangrenzende landen had aangericht, werd de periode waarin hij en zijn nakomelingen regeerden een hoogtepunt in de Perzische kunstgeschiedenis.Timoer zelf stimuleerde de bouwkunst voor imposante gebouwen in zijn geboorteplaats Kisj (nu Sjarh-i Sabz) en in zijn residentie Samarkand. 

Centraal-Azië (1384 - 1387)

laatst bijgewerkt: 04-01-10

colofon