6511

Khanaat van de Blauwe Horde (1227 - 1255) 

Mongoolse Rijk (1227 - 1300); Rusland (1200 - 1505)
Batu (Batoe) Khan (Khan van de Blauwe Horde) (1227 - 1255)

Na de dood van Genghiz Khan in 1227 werd het Mongoolse Rijk verdeeld onder zijn zonen Batu, Orda, Ögedei en Tolui. Batu werd khan van de Blauwe Horde (het oostelijke deel van de Gouden Horde), Orda, de oudste zoon van Jochi, werd khan van Witte Horde (het westelijke deel van de Gouden Horde) Terwijl Oegadai Khan en andere nazaten van   Djenghiz Khan het rijk vooral in Azië uitbouwden, nam Batu Khan Europa in zijn vizier. 

Oorspronkelijk waren de Tataren een Mongoolse stam, die al in de 8ste eeuw in Turkse inscripties wordt genoemd. De naam Tataren is afgeleid van het Perzische benaming  van deze Turks-Mongoolse stam Tatar. De foutieve vorm Tartaren is in de Middeleeuwen in Europa ontstaan, wellicht door associatie met Tartarus.Tartarus (in de Griekse mythologie is de god van de onderwereld). 

Het rijk van Batu Khan maakte ook geschiedenis als het khanaat van Kipchak of het Khanaat van de Gouden Horde. De naam Gouden Horde is afgeleid van de kleur van de tent (horde) van de Khan. Voor een deel bestond de Gouden Horde uit Khitans, die vermoedelijk afkomstig waren uit Centraal-Siberië of Oostelijk Centraal-AziëDeze nazaten van Djengis Khan vestigden zich aan de benedenloop van de Wolga en oefenden een schrikbewind uit over de resten van het rijk van Kiev en de opkomende Russische vorstendommen in het noorden. Deze Tataren zoals zij nu werden genoemd werden gevreesd door de Russische karavaanhandelaren die vaak door hen werden opgewacht als zij om de stroomversnellingen van de Dnjepr moesten trekken en roof- en plundertochten hielden.

De ligging van deze staat kwam ongeveer overeen met de ligging van het latere khanaat van Kazan en met de ligging van de huidige autonome republiek Tatarstan (Tatarije) in de Russische Federatie. Kazan was eerst een toevluchtsoord voor de bevolking uit de steden die door de Mongolen waren verwoest. Later werd Kazan het centrum van een vorstendom binnen de Gouden Horde.

Batu Khan kreeg al gauw imperiale ambities. In 1236 veroverde Batu Khan het rijk van de Wolga-Bulgaren in Midden-Rusland, In 1237 stak zijn leger de Oeralrivier over en trok al brandschattend en moordend Rusland binnen. Met uitzondering van Novgorod werden binnen enkele jaren alle grote Russische centra veroverd en verwoest. In 1239 onderwierpen de Mongolen de steppen van de Zuidelijke Rusland en in 1240 werd Kiëv bestormd, uitgemoord en platgebrand - een ramp waarvan het zich pas na eeuwen zou herstellen. In 1240 veroverde Batu Khan de stad Boedapest waarna hij Polen, Bohemen, Hongarije en de Donauvallei veroverde.

Batu Khan was één van de degelijkste en meest sadistische moordenaars uit de geschiedenis. Met onweerstaanbare kracht en verrassende snelheid trokken de Mongolen door de wouden van Penza en Tambov en verschenen voor de mooie stad Ryazan. Vijf dagen lang hagelde een onafgebroken regen van schoten uit hun blijden en toen de Mongolen een bres in de verdediging hadden geslagen, veroverden zij de stad stormenderhand op 21 december 1237. De prins met zijn moeder, vrouw en zonen, de bojaren en de inwoners werden zonder onderscheid voor ouderdom of geslacht afgemaakt. Enkelen werden gespietst, anderen uit sport met pijlen beschoten, weer anderen werden gegeseld of men dreef spijkers of splinters hout onder hun nagels. Priesters werden levend verbrand, nonnen en meisjes in de kerken verkracht voor de ogen voor hun eigen familieleden.Twee en een halve eeuw lang waren de Mongolen, of Tataren, zoals zij ook wel werden genoemd, heer en meester over Rusland. 

Na de verovering van Rusland trok het Mongoolse leger in 1241 onder leiding van Batu Khan en zijn broers Berke, Orda, Sinkur en Siban en zijn neven, waaronder Güyük en Möngke op tegen Oost-Europa. Hun uiteindelijke doel was het bereiken van de Atlantische Oceaan bij het Iberisch schiereiland. Keizer Frederik ll werd in die tijd in beslag genomen door zijn strijd met de Lombardische steden en paus Gregorius lX en liet de verdediging van Europa over aan Boreslav, de hertog van Silezië.

De troepen werden gesplitst in twee delen: de meerderheid zou Hongarije binnenvallen, terwijl een kleiner deel, onder leiding van Kaidan (een broer van Güyük en een zoon van Ögedei Khan) en Baidar, een zoon van Chagatai Khan Polen onderwerpen zou. Aan het begin van het jaar werden Lublin (Oost-Polen) Zawichost en Sandomierz ((Zuid-Oost Polen) door Kaidans leger platgebrand. Kaidan viel Masovië (Centraal Polen) aan, terwijl Baidar oprukte naar Kraków, de toenmalige hoofdstad van Polen. Hertog Bołeslaw II van Krakau (de zoon van Hendrik ll de Vrome van Polen, verzamelde al zijn rijkdommen bij elkaar en vluchtte met zijn familie en het overgebleven contigent soldaten naar Hongarije en liet de burgers van de stad aan hun lot over.Toen de hoofdmacht van het Mongoolse invasieleger de ontruimde stad bereikte, waren de straten eigenaardig rustig. De bevolking was de stad uitgevlucht en een toevlucht gezocht in de wouden. Het verhaal gaat dat de schildwacht met zijn trompet alarm sloeg, ten teken de stadspoorten te sluiten, toen de Tataren de stad naderden en dat na vier noten een pijl zijn keel doorboorde en hij dood neerviel. Op 24 maart 1241, palmzondag, werd de stad in brand gestoken. Vervolgens trokken de Mongolen op naar Breslau, de hoofdstad van Silezië (West-Polen),. 

Terwijl Baidar de stad begon te belegeren, trok Kaidan plots op naar Legnica (Liegnitz) (nu in het huidige Polen), om Hendrik ll de Vrome van Polen te verslaan voor hij zich bij het leger van Wenceslaus I van Bohemen kon voegen. 

In de slag bij Liegnitz (Duits: Wahlstatt) (april 1241) werd hertog Hendrik de Vrome gesteund door feodale strijders, waaronder de Duitse Orde, tempeliers en hospitaalridders. Voor de Europeanen werd de veldslag een een complete ramp en binnen enkele dagen werd het christelijke leger door de tactisch sterkere  Mongolen verpletterend verslagen en de hertog werd gedood. Het aantal slachtoffers was enorm: schattingen van het aantal lopen uiteen van 10.000 tot 40.000. Over het algemeen wordt aangenomen dat de slag in april plaatsvond, alhoewel een precieze datum onbekend is. Ook ontbreken er nauwkeurige details van de samenstelling van de legers, de gebruikte tactieken en het daadwerkelijke verloop van de slag.

De Mongolen voor Liegnitz (Legnica) 

Door een groter aantal slachtoffers dan verwacht veranderde Kaidan zijn plan. Hij viel het Boheemse leger slechts in enkele schermutselingen aan, om er voor te zorgen dat de troepen van Wenceslaus zich niet bij die van Bela IV van Hongarije konden voegen. Na het platbranden van Moravië trok het leger van Kaidan op naar dat van Batu in Hongarije.

Tijdens de winter van 1241-1242 brandschatte Kaidan Buda op weg naar Gyõr (Noord-West Hongarije) Terwijl hij Székesfehérvár (de stad waar de Hongaarse koningen werden gedoopt, gekroond en begraven in Midden-Hongarije) belegerde, moest Kaidan zijn leger wegens een onverwachtte vloed terugtrekken. Hij werd toen naar Kroatië gestuurd om daar naar de gevluchte Bela IV te zoeken. Hij verwoestte Zagreb en zocht in Dalmatië, terwijl Bela op Trogir zat. Tijdens deze zoektocht werd het leger van Kaidan verslagen door een Kroatisch leger, bij Fiume. Kadan doodde zijn Hongaarse krijgsgevangenen omdat er te weinig eten was om nog te kunnen functioneren als leger. Kaidan trok op naar Ragusa (Dubrovnik), voorbijgaand aan Bela op Trogir. Terwijl hij Scutari (Shkodër in Noord Albanië) naderde, hoorde hij dat zijn vader, Ögedei, overleden was. Kaidan verwoestte nog stukken van Bulgarije op de terugweg en zorgde er zo voor dat de jonge Kaliman I van Bulgarije een jaarlijkse schatting aan Batu, de khan van de Gouden Horde, ging betalen.

De Mongoolse troepen van het leger van Batu en Subedei, een van de belangrijkste adviseurs van Genghiz Khan) en generaals van onder het bevel van Kaidan (Kadan), maakten dankbaar gebruik van de voordelen van de mobiliteit en de snelheid van schutters te paard, die zich veel behendiger konden bewegen dan de zeer zwaar gepantserde maar langzame tegenstanders. De Mongoolse tactiek bestond hoofdzakelijk uit een lange reeks schijnaanvallen en in scène gezette terugtrekkingen om de vijand in verwarring te brengen. Door zo het leger van de Polen te verdelen, konden er gemakkelijk winsten geboekt worden in snelle aanvallen. De aantallen strijders in kwestie is moeilijk vast te stellen. Schattingen van het aantal strijders aan Mongoolse zijde variëren van minder dan 20.000 tot meer dan 100.000, in een mengeling van lichte en zeer lichte schutterscavalerie. Hendriks leger combineerde Duitse en Poolse eenheden, hoewel sommige historici geloven dat de Duitse aanwezigheid (vooral de beroemde ridders) zeer klein was. Er wordt geschat dat het leger uit 28.000 man bestond, verdeeld over zware infanterie (10.000), boogschutters (8000) en zware cavalerie (10.000).
In juli 1241 waren de Tataren in Neustadt, dichtbij Wenen. De veroveringen gingen gepaard met vreselijke massamoorden en deportaties. Keizer Frederik II slaagde er niet in de christenheid tot een bond te verenigen. Terwijl zijn legers zich klaarmaakten om de bevroren Donau over te steken, ontving Batu Khan het bericht dat de Grote Khan Ögedei Khan was gestorven ( 1241). Alle khans moesten bijeenkomen om een nieuwe Khan te verkiezen. De Westerse wereld was gered. 
Het nieuws van deze rampen ging als een lopend vuurtje door de rest van Europa. Er werd voorspeld dat het christelijke Europa straks geheel ten onder zou gaan. Geruchten deden de ronde over duivelse wreedheden die werden begaan door onmenselijke monsters, over wezens met het hoofd van een paard die hun slachtoffers opvraten, bovennatuurlijke krachten bezaten en als vergelding waren losgelaten op deze goddeloze wereld. In Duitsland werden Joodse handelaren werden ervan beschuldigd wapens over de grenzen te hebben gesmokkeld om deze duivelse indringers te bewapenen. Dit had tot gevolg dat vele onschuldige joden zonder vorm van proces werden geëxecuteerd. De Hongaren beschreven de indringers als "Tataren met hondenkoppen" en een in Oostenrijk levende Franse monnik schreef dat de Mongoolse soldaten, nadat zij de Europese vrouwen hadden verkracht, de borsten afrukten door Mongoolse prinsen werden verslonden als delicatessen.

In stampvolle kerken van heel Europa werden diensten gehouden voor een doodsbange bevolking. Men hief gebeden aan, waarin gesmeekt werd bevrijd te worden van de Tataren. Het enige grote leger dat de indringers zou kunnen trotseren was dat van de Franse koning. Deze was voorbereid op een aanval, maar verwachte een marteldood te zullen sterven. De paus vreesde voor de ondergang van het hele christendom. Europa was aan het wankelen gebracht door een vreemde macht die evengoed van Mars had kunnen komen. De Mongolen, of "Tataren" zoals men e noemde, waren een volk dat uit een land was opgedoken dat op geen enkele in Europa bekende kaart te vinden was. Het bekrompen en op zichzelf gerichte Europa beschikte niet over enige kennis van de gebieden die achter de Oeral lagen. Sterker nog, de Europese onwetendheid over wie de Mongolen waren of wat zij tot stand hadden gebracht zou nog eeuwen lang blijven bestaan. Groot gevaar dreigde er voor Europa, maar plotseling keerde Batu naar zijn eigen land terug, waar een troonswisseling had plaatsgegrepen. De Westerse wereld was gered.

De cavalerie van Batu Khan trok zich uiteindelijk uit Oost- en Midden-Europa terug om zich aan de benedenloop van de Wolga te vestigen. Vanuit hun hoofdstad aan deze rivier heerste het Khanaat van Kipchak van de Gouden Horde over grote delen van het latere Rusland, zowel over de steppe ten noorden van de Zwarte Zee als het schiereiland de Krim, waar de steden vaker geplunderd werden. Batu Khan voerde een bureaucratisch en zwaar taxerend bewind in. Gedurende 240 jaar zou het Mongools-Tataarse juk heersen over het Russische land (1240 - 1480).
Met raids en rooftochten hielden de Tataren de angst erin, maar bij voorkeur heerste Batu Khan via de Russische vorsten omdat zijn gevreesde cavalerie in de noordelijke wouden slecht uit de voeten kon. In het zuidwesten van het oude Rusland zette hij de vorsten af en regeerde het gebied direct, in het noorden/oosten liet hij de oude hiërarchie in stand en regeerde indirect; de vorsten waren verantwoordelijk tegenover de Tataren wat betreft het uitvoeren van het economische en administratieve beleid. Ten behoeve van de khan hieven de vorsten een veelheid van belastingen en dwongen de bevolking tot allerlei diensten. Adel en kerk werden ontzien als zij zich tot instrument van de Tartaarse uitbuiters lieten maken. Verzet en nalatigheid werden zwaar gestraft, in eerste instantie door de Russische zetbazen, in laatste plaats door de Gouden Horde aan de Wolga. Van een werkelijke inlijving was echter geen sprake. De gewone Rus merkte feitelijk weinig van de Tataarse overheersing. Het waren de prinsen die verantwoording af moesten leggen bij de khan. 

Batu Khan was bezig een nieuwe campagne voor te bereiden toen hij in 1255 stierf. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Sartak Khan (1255 - 1256). 

Links: Kipchak-krijger

Khanaat van de Gouden Horde (1255 - 1312)

Gemaakt: 03-08-06; laatst bijgewerkt: 04-01-10

Bronnen

  • Koning David IV de Bouwer verenigt Georgië)

  • Paradox Interactive Forums - Chronicles of the Golden Horde)

colofon